Voorrangsregels & Kruispunten in het kort
Hier leer je wie er voorgaat op elk soort kruispunt, bij een uitrit en bij voetgangers. Elk onderdeel heeft een eigen uitlegpagina.
- Voorrangsregels: zonder regelaar, werkende lichten, voorrangsborden of haaientanden gelden drie basisregels: bestuurders van rechts gaan voor, rechtdoor op dezelfde weg gaat voor afslaan, en de korte bocht gaat voor.
- Gelijkwaardig kruispunt: hier regelen geen borden, haaientanden, lichten of verkeersregelaar de voorrang. Je verleent voorrang aan bestuurders van rechts, en een tram gaat altijd voor.
- Voorrangskruispunt: bij bord B3, B4 of B5 krijg jij voorrang. Bij haaientanden, bord B6 of stopbord B7 verleen jij voorrang.
- Uitrit en uitritconstructie: rijd je een uitrit uit, dan laat je al het verkeer voorgaan, ook voetgangers. Je herkent een uitrit vaak aan een stoep die doorloopt.
- Voorrang van een onverharde weg: kom je van een zandpad, dan verleen je voorrang aan alle bestuurders op de verharde weg, van links én van rechts.
- Haaientanden: witte driehoeken met de punt naar jou toe. Je geeft voorrang aan alle bestuurders op de kruisende weg en stopt alleen als dat nodig is.
- Voorrang op een T-splitsing: zonder haaientanden, voorrangsborden of verkeerslichten gaat verkeer van rechts voor, ook als jij op de doorgaande weg rijdt.
- Voorrangsregels voor voetgangers: rechts gaat voor geldt niet voor voetgangers. Je laat ze wel voorgaan bij een zebrapad, als je afslaat en zij rechtdoor lopen, en als je een uitrit uitrijdt.
Voorrang op een rotonde lees je bij rotondes. Wat je doet bij sirenes en zwaailichten, staat bij voorrangsvoertuigen, en de gebaren bij tekens van een verkeersregelaar.