Onderdeel 3 van 9 van Voorrangsregels & Kruispunten

Voorrangskruispunt

Voorrangsborden en haaientanden maken een kruispunt tot voorrangskruispunt. Zo herken je het, wie voorgaat en wat er geldt als de lichten uitvallen.

Auto theorie oefenen

Gratis proefexamen · geen account nodig

Een voorrangskruispunt is een kruispunt waar borden en haaientanden regelen wie voorgaat. Krijg jij voorrang, dan zie je bord B3, B4 of B5 (een rode driehoek met een dikke zwarte lijn). Moet jij voorrang verlenen, dan heb je haaientanden, bord B6 (verleen voorrang) of bord B7 (stopbord).

Zo herken je een voorrangskruispunt

Voorrangskruispunt: de lesauto rijdt op de weg met bord B3 (omcirkeld) en gaat eerst. De blauwe auto in de zijweg heeft haaientanden en bord B6 en wacht.
Bord B3 (omcirkeld) staat bij de lesauto: hij heeft voorrang. De zijwegen hebben haaientanden en bord B6 (verleen voorrang). De blauwe auto wacht.

Op een voorrangskruispunt is aangegeven wie voorgaat, met borden en met haaientanden op het wegdek. Die gaan voor op de regel dat verkeer van rechts voorgaat. Welk bord je ziet, hangt af van de weg waarop je rijdt.

Borden als jij voorrang krijgt

  • Bord B3: voorrangskruispunt Bord B3 (voorrangskruispunt): een rode driehoek met een dikke en een dunne zwarte lijn. De dikke lijn is jouw weg: jij hebt voorrang op het volgende kruispunt. De dunne lijn zijn de kleine zijwegen. Daar liggen haaientanden of staat bord B6 of B7: die bestuurders moeten wachten en jou voor laten gaan.
  • Bord B4: voorrangskruispunt, zijweg links Bord B4 (voorrangskruispunt, zijweg links): de dunne lijn zit alleen links. Je hebt voorrang op het verkeer uit de zijweg aan je linkerkant.
  • Bord B5: voorrangskruispunt, zijweg rechts Bord B5 (voorrangskruispunt, zijweg rechts): de dunne lijn zit alleen rechts. Je hebt voorrang op het verkeer uit de zijweg aan je rechterkant.

Deze borden betekenen dat de voorrang op het aangegeven kruispunt is geregeld. Controleer ook de tekens bij de zijwegen en of het verkeer jou echt voor laat gaan. Rijd je op een voorrangsweg met het gele ruitvormige bord B1 (voorrangsweg), dan heb je op elk kruispunt voorrang: zie verderop.

Borden als jij voorrang moet verlenen

  • Bord B6: verleen voorrang Bord B6 (verleen voorrang): een witte driehoek met een rode rand en de punt naar beneden. Laat de bestuurders op de kruisende weg voorgaan, van links én van rechts.
  • Bord B7: stop, verleen voorrang Bord B7 (stopbord): een rood achthoekig bord met STOP erop. Je stopt altijd helemaal bij de stopstreep, ook als je denkt dat er niemand aankomt. Daarna verleen je voorrang. Zo'n bord staat er meestal omdat het kruispunt onoverzichtelijk is.
  • Haaientanden: een rij witte driehoekjes op het wegdek Haaientanden: een rij witte driehoekjes dwars over jouw rijstrook, met de punten naar jou toe. Ze betekenen hetzelfde als bord B6 (verleen voorrang), ook als er geen bord bij staat. Meer bij haaientanden.
De lesauto nadert haaientanden en bord B6; op de kruisende weg rijdt niemand.
Komt er niemand? Bij haaientanden hoef je dan niet te stoppen. Bij een stopbord wel.
Voorrangskruispunt met haaientanden en bord B6 voor de lesauto; de blauwe pick-up op de kruisende weg gaat eerst
De lesauto heeft B6 en haaientanden en laat de blauwe pick-up op de kruisende weg voorgaan.

Let op de stopstreep zelf: die geeft alleen aan waar je moet stoppen, en betekent verder niets. Je ziet hem ook onder verkeerslichten, waar je bij groen gewoon doorrijdt. Een stopbord verplicht altijd tot stoppen; ook een rood of geel verkeerslicht en een aanwijzing kunnen je laten stoppen.

Lesauto staat stil bij een stopbord en stopstreep en laat het kruisende verkeer voorgaan
Stopbord: de lesauto komt volledig tot stilstand bij de stopstreep en laat daarna de blauwe pick-up gaan.

De regels op een voorrangskruispunt

Twee situaties naast elkaar: links moet de lesauto voorrang verlenen, rechts krijgt de lesauto voorrang.

De lesauto heeft haaientanden en bord B6 en laat de blauwe pick-up op de kruisende weg voorgaan.

Jij hebt haaientanden en bord B6 (verleen voorrang): de blauwe pick-up op de kruisende weg gaat eerst.

De lesauto heeft bord B3 en gaat rechtdoor; de blauwe pick-up uit de zijweg rechts heeft haaientanden en wacht.

Jij hebt bord B3 (voorrangskruispunt): jij gaat eerst, ook voor de blauwe pick-up die van rechts komt. Hij heeft haaientanden.

  • Heb jij haaientanden, bord B6 (verleen voorrang) of bord B7 (stopbord)? Dan laat je alle bestuurders op de kruisende weg voorgaan, van links én van rechts: auto's, motoren, fietsers en bromfietsers. Bij B7 stop je eerst helemaal.
  • Rijd jij op de weg met bord B3, B4 of B5 (voorrangskruispunt)? Dan heb jij voorrang op het verkeer uit de zijweg, ook als dat van rechts komt.
  • Sla je af? Je voorrang op de zijweg blijft, maar tussen bestuurders op dezelfde weg gelden de gewone regels. Sla jij linksaf en gaat je tegenligger op de voorrangsweg rechtdoor, dan gaat hij eerst. Slaan jullie allebei af, dan gaat de korte bocht voor de lange. Hoe dat werkt als jij en je tegenligger dezelfde borden hebben, lees je bij de voorrangsregels.
Beide tegenliggers hebben haaientanden en laten eerst de kruisende weg vrij. Daarna gaat de lesauto (rechtsaf, korte bocht) voor de blauwe pick-up (linksaf, lange bocht).
Beide tegenliggers hebben haaientanden en laten eerst de kruisende weg vrij. Daarna gaat de lesauto (rechtsaf, korte bocht) voor de blauwe pick-up (linksaf, lange bocht).

Voorrang krijg je, die neem je niet. Ook als het bord zegt dat jij voorgaat, kijk je of de ander jou echt laat gaan. Remt hij niet af, dan wacht je.

Ook een rotonde met haaientanden bij de toerit is een voorrangskruispunt: het verkeer dat al op de rotonde rijdt, gaat voor. Liggen er geen haaientanden en staan er geen voorrangsborden, dan is de rotonde gelijkwaardig en gaat verkeer van rechts voor, dus wie de rotonde op wil. Meer over voorsorteren en richting aangeven bij de rotonde.

Belangrijkste voorrangsborden op het examen

Op het examen moet je de voorrangsborden in één oogopslag herkennen. Bord B3 tot en met B7 (voorrangskruispunt, verleen voorrang en stop) zie je hierboven. Het bord dat het vaakst verkeerd wordt begrepen, is het voorrangswegbord.

Bord B1: voorrangsweg Het gele ruitvormige bord B1 (voorrangsweg) betekent: je rijdt op een voorrangsweg. Je hebt dan voorrang op alle kruispunten van die weg, niet alleen op het volgende. Dat blijft zo tot de voorrangsweg eindigt, meestal bij bord B2 (einde voorrangsweg). Ook met voorrang blijf je kijken of anderen ruimte geven.

Formeel is een voorrangsweg geen voorrangskruispunt: bord B3, B4 of B5 (voorrangskruispunt) geldt voor één kruispunt, bord B1 (voorrangsweg) voor de hele weg. Het verkeer uit de zijwegen heeft ook hier haaientanden, bord B6 (verleen voorrang) of bord B7 (stopbord).

Geel ruitvormig voorrangswegbord naast hetzelfde bord met strepen erdoor: einde voorrangsweg
Links: voorrangsweg. Rechts: einde voorrangsweg. Vanaf hier gelden weer de gewone voorrangsregels.

Na bord B2 (einde voorrangsweg) heb je geen voorrang meer op de zijwegen. Dan kijk je weer naar de borden en haaientanden bij elk kruispunt, en zijn die er niet, dan gaat verkeer van rechts voor.

Onderborden bij voorrangsborden

Onder een voorrangsbord kan een wit onderbord hangen met een dikke en een paar dunne lijnen. Dat onderbord laat zien hoe de voorrangsweg op dit kruispunt loopt. Je ziet het vooral als de voorrangsweg afbuigt.

De dikke lijn geeft het verloop van de voorrangsweg aan; de dunne lijnen zijn de aansluitende wegen. Volg je de dikke lijn door een bocht, dan behoud je voorrang tegenover bestuurders uit de ondergeschikte zijwegen. Dat neemt je plichten tegenover verkeer op dezelfde weg of voetgangers niet automatisch weg. Verander je van richting, geef dan richting aan, ook als je op de voorrangsweg blijft.

Het onderbord (omcirkeld) onder bord B6 toont met de dikke lijn welke wegen samen de voorrangsweg vormen. De motorrijder heeft haaientanden en bord B6 en laat de bestuurders op die voorrangsweg voorgaan.
Het onderbord (omcirkeld) onder bord B6 toont met de dikke lijn welke wegen samen de voorrangsweg vormen. De motorrijder heeft haaientanden en bord B6 en laat de bestuurders op die voorrangsweg voorgaan.

Verlaat je de voorrangsweg, bepaal dan tegenover iedere verkeersdeelnemer afzonderlijk welke weg hij volgt. Alleen “ik blijf op de dikke lijn” of “ik ga rechtdoor” is onvoldoende om elke combinatie op te lossen. Bij de basisregels zie je hoe borden en afsla-regels samengaan.

Ezelsbruggetjes voor de vier voorrangsborden

Bord B6: verleen voorrangB6 (verleen voorrang): de omgekeerde driehoek is één grote haaientand. Bord en haaientanden op de weg betekenen hetzelfde: jij laat voorgaan.
Bord B7: stopbordB7 (stopbord): stop is stop. Ook op een lege weg sta je eerst even helemaal stil. Daarna laat je voorgaan.
Bord B1: voorrangswegB1 (voorrangsweg): het gele bord lijkt op een ei. Eeeindelijk mag je lekker doorrijden, kruispunt na kruispunt: jij krijgt voorrang.
Bord B3: voorrangskruispuntB3 (voorrangskruispunt): dik gaat boven dun. De dikke lijn is jouw weg, de dunne streepjes zijn de zijwegen: jij krijgt voorrang.

Fietsers op een voorrangskruispunt

De lesauto heeft haaientanden en bord B6 vóór het fietspad langs de voorrangsweg. De fietser op het fietspad gaat eerst; de lesauto wacht.
De lesauto heeft haaientanden en bord B6 vóór het fietspad langs de voorrangsweg. De fietser op het fietspad gaat eerst; de lesauto wacht.

Een fietspad dat bij de voorrangsweg hoort, deelt in die voorrangsregeling. Kijk ook naar eigen borden en haaientanden op het fietspad. Fietsers en bromfietsers op dat fietspad hebben dus net zo goed voorrang als de auto's op de rijbaan. Heb jij haaientanden, dan steek je niet alleen de rijbaan over: je laat ook de fietsers op het fietspad voorgaan, van beide kanten.

Andersom kan ook: liggen er haaientanden op het fietspad waar het jouw weg kruist, dan moet de fietser jou voor laten gaan.

Hier heeft de fietser haaientanden en bord B6 (verleen voorrang) op het fietspad. De lesauto op de weg gaat eerst; de fietser wacht.
Hier heeft de fietser haaientanden en bord B6 (verleen voorrang) op het fietspad. De lesauto op de weg gaat eerst; de fietser wacht.

Stoplichten uitgevallen? Voorrangskruispunt!

Lichten uit: de haaientanden bepalen nu dat de lesauto de rode auto voor laat gaan.
Lichten uit: de haaientanden bepalen nu dat de lesauto de rode auto voor laat gaan.

Werkende verkeerslichten gaan boven voorrangsborden en haaientanden (RVV 1990 artikel 64). Daarom zie je bij veel kruispunten met verkeerslichten óók voorrangsborden en haaientanden staan, die je zolang de lichten werken niet nodig hebt.

Vallen de lichten uit, of knippert alleen nog het gele licht? Dan nemen de borden en haaientanden het over en is het kruispunt een voorrangskruispunt. Wie haaientanden heeft, wacht. Zijn er geen borden of haaientanden, dan is het een gelijkwaardig kruispunt.

Wat de verschillende lichten betekenen, lees je bij verkeerslichten.

Anticiperen bij voorrangskruispunten

De lesauto heeft voorrang (bord B3), maar de rode auto uit de zijweg staat met zijn neus al op de haaientanden. De lesauto gaat van het gas en is klaar om te remmen.
De lesauto heeft voorrang (bord B3), maar de rode auto uit de zijweg staat met zijn neus al op de haaientanden. De lesauto gaat van het gas en is klaar om te remmen.

Ook als jij voorrang hebt, kun je niet blind vertrouwen op wat anderen doen. Kijk bij elk voorrangskruispunt naar de bestuurders in de zijwegen. Rolt iemand door tot op de haaientanden, kijkt hij niet jouw kant op of rijdt hij nog vrij hard? Ga dan van het gas en wees klaar om te remmen. Voorrang krijg je, die neem je niet.

Soms zie je het gedrag van anderen al verder vooruit aankomen. Zie je verderop een file staan en zit er een afslag vlak daarvoor? Dan is de kans groot dat er auto's die afslag nemen om de file te ontwijken. De meeste bestuurders wisselen op tijd van rijstrook. Maar iemand die afgeleid is, doet het op het laatste moment. Houd daar rekening mee, juist vlak voor een kruispunt of een afrit.

Spel

Wie gaat eerst op een voorrangskruispunt?

Tik de weggebruikers aan in de volgorde waarin ze mogen gaan. 7 situaties, van makkelijk naar moeilijk: haaientanden, stopbord, allebei haaientanden, en fietsers en trams.

Situaties uit de Theorio-app.

CBR-valkuilen voor voorrangskruisingen

De lesauto met haaientanden wacht op de fietser op het fietspad langs de voorrangsweg.

❌ Fout: met haaientanden alleen op de auto's letten. ✅ Goed: de fietser op het fietspad langs de voorrangsweg gaat ook voor.

De lesauto staat helemaal stil bij het stopbord en de stopstreep en laat de blauwe pick-up eerst gaan.

❌ Fout: bij een stopbord doorrollen omdat de weg leeg lijkt. ✅ Goed: bij bord B7 (stopbord) sta je eerst stil bij de stopstreep.

De lesauto heeft haaientanden en laat de blauwe pick-up van links eerst gaan.

❌ Fout: met haaientanden alleen verkeer van rechts laten gaan. ✅ Goed: verkeer van links gaat net zo goed voor.

Bord B1 (voorrangsweg) geldt op elk kruispunt tot bord B2 (einde voorrangsweg).

❌ Fout: denken dat bord B1 (voorrangsweg) alleen voor het volgende kruispunt geldt. ✅ Goed: het geldt tot het einde van de voorrangsweg, bij bord B2 (einde voorrangsweg).

Oefenen zoals op het examen

Voorbeeldvragen zoals op het CBR-examen

Echte vragen uit de Theorio-app. Soortgelijke vragen kun je verwachten op je CBR-examen.

Vraag 1 van 6

Wat geeft dit bord aan?

Klik op het antwoord dat jij goed vindt.

Antwoordopties

Antwoorden en uitleg bij de voorbeeldvragen

  1. Vraag 1: Wat geeft dit bord aan?

    Juiste antwoord: Een voorrangskruispunt

    Dit is een voorrangskruispunt, de dikke pijl heeft voorrang op de kleinere pijlen. Je krijgt hier voorrang van kruisend verkeer. ⚠️

  2. Vraag 2: Moet je na dit bord voorrang geven of krijgen van kruisende bestuurders?

    Juiste antwoord: Voorrang krijgen

    Dit bord geeft aan dat je je op een voorrangsweg bevindt. Dit betekent dat je op de hele weg voorrang krijgt bij elk kruispunt dat je tegenkomt. Kruisende bestuurders moeten stoppen en jou voorrang verlenen.

  3. Vraag 3: De auto geeft je geen voorrang en gaat doorrijden. Wat moet je nu doen?

    Juiste antwoord: Stoppen en de auto voor laten gaan

    Je moet stoppen en de auto voor laten gaan. Zelfs als jij voorrang hebt, moet je een aanrijding voorkomen. Veiligheid gaat voor op jouw recht op voorrang. 🛑

  4. Vraag 4: Wat is de juiste volgorde van voorrang verlenen op dit kruispunt?

    Juiste antwoord: Volgorde op de afbeelding: 1 → 2

    Bij een stopbord moet je ook voorrang geven aan kruisende bestuurders. De lesauto staat bij het stopbord en moet daarom wachten op de blauwe auto. 🚗🛑

  5. Vraag 5: Gaan verkeerslichten boven verkeerstekens die de voorrang regelen?

    Juiste antwoord: Ja

    Ja, als het verkeerslicht werkt, gaat het boven voorrangstekens als haaientanden 💡. Bij groen licht mag je dus doorrijden. Verkeerslichten zijn leidend voor borden en markeringen✔️.

  6. Vraag 6: Wat is de volgorde van voor laten gaan?

    Juiste antwoord: Volgorde op de afbeelding: 1 → 2

    Aangezien beide bestuurders voor haaientanden staan en *vanuit dezelfde richting* komen, geldt de bochtenregel. De les auto maakt een *korte bocht*, de blauwe auto maakt een *lange bocht*. 🚗➡️ Daarom gaat de les auto als eerste en daarna mag de witte auto afslaan.

FAQ

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op vragen die vaak terugkomen bij dit onderwerp.

Moet je bij een stopbord altijd stoppen?

Als bord B7 de situatie regelt, moet je volledig stilstaan, ook zonder naderend verkeer. Stop vóór de stopstreep. Ontbreekt die, stop dan op een geschikte plek vóór de kruising en verleen voorrang. Een toepasselijke verkeersregeling met werkende lichten of een aanwijzing van een bevoegde regelaar kan vóór het voorrangsbord gaan.

Gelden voorrangsborden ook voor voetgangers?

Nee. Die borden en tekens bepalen welke bestuurder eerst mag. Voor voetgangers gelden eigen regels, bijvoorbeeld bij een zebrapad of als ze rechtdoor gaan op dezelfde weg als jij.

Wat betekenen de borden B4 en B5?

B4 geeft een voorrangskruispunt met een zijweg links aan; B5 hetzelfde met een zijweg rechts. Als bestuurder heb je daar voorrang op bestuurders uit die zijweg, tenzij een toepasselijk licht of bevoegde aanwijzing anders regelt. Het bord geeft geen algemene voorrang op voetgangers: beoordeel hun regels apart.

Hebben fietsers op het fietspad langs een voorrangsweg ook voorrang?

Ja, voor zover het fietspad bij die voorrangsweg hoort en de regeling ook die kruising betreft. Met haaientanden, B6 of B7 voor die kruisende weg laat je ook de fietsers daarop voorgaan. Kijk in beide richtingen. Beoordeel bij een aparte fietsoversteek de eigen tekens en lichten; een pad dat alleen in de buurt ligt, hoort niet automatisch bij dezelfde weg.

Hoe lang geldt het voorrangswegbord B1?

B1 duidt een voorrangsweg aan; B2 geeft het einde daarvan aan. Volg bij een afbuigende voorrangsweg het aangegeven verloop: niet iedere afslag blijft op de voorrangsweg. B3, B4 en B5 regelen het betreffende kruispunt. Ook op een voorrangsweg blijven toepasselijke verkeerslichten en aanwijzingen van een bevoegde regelaar gelden.

Klaar om te oefenen?

Test je kennis van Voorrangsregels & Kruispunten met 35 oefenvragen in de app.

Auto theorie oefenen

Gratis proefexamen · geen account nodig

Je eerste quiz is gratis en zonder account. Daarna vanaf €34,99 voor 90 dagen toegang.