Onderdeel 1 van 9 van Voorrangsregels & Kruispunten
Voorrangsregels
Voorrangsregels voor het CBR-examen: de drie basisregels, het stappenplan van bord naar regel, wanneer je borden wegdenkt en wie het meest van rechts komt.
Voorrangsregels bepalen wie er op een kruispunt het eerst mag. Staan er geen verkeersregelaar, werkende verkeerslichten, voorrangsborden of haaientanden? Dan regelen drie basisregels de voorrang: bestuurders van rechts gaan voor, rechtdoor op dezelfde weg gaat voor afslaan, en de korte bocht gaat voor de lange bocht.
De 3 CBR-hoofdregels voor voorrang
Zijn er geen borden, haaientanden, verkeerslichten of een verkeersregelaar? Dan bepalen drie basisregels wie voorgaat. Elke regel hoort bij een eigen situatie.
1. Bestuurders van rechts: verleen voorrang aan alle bestuurders die van rechts naderen. Let op: dit geldt alleen op een gelijkwaardig kruispunt, dus een kruispunt zonder haaientanden en zonder stopborden of andere voorrangsborden.
2. Rechtdoor op dezelfde weg: rechtdoorgaand verkeer gaat voor afslaand verkeer. Let op: dit geldt alleen als jullie op dezelfde weg rijden.
3. Korte bocht gaat voor lange bocht: slaan twee tegenliggers af, dan gaat wie rechtsaf slaat voor wie linksaf slaat. Let op: ook dit geldt alleen als ze op dezelfde weg rijden.
Regel 1: rechts gaat voor, alleen op een gelijkwaardig kruispunt
Gelijkwaardig kruispunt: geen haaientanden, geen stopbord en geen voorrangsbord. De blauwe auto komt voor de lesauto van rechts en gaat eerst.
Een gelijkwaardig kruispunt herken je aan wat er niet is: geen haaientanden, geen stopbord, geen voorrangsbord en geen werkende verkeerslichten. Alleen dan geldt "rechts gaat voor". Liggen er wel haaientanden of staat er een stopbord? Dan wacht de bestuurder die ze heeft, ook als hij van rechts komt.
De lesauto komt voor de blauwe pick-up van rechts, maar heeft haaientanden en bord B6. Daarom gaat de pick-up eerst (1) en wacht de lesauto (2).
Regel 2: rechtdoor gaat voor afslaan, op dezelfde weg
Dezelfde weg (geel): de lesauto en de blauwe auto rijden recht tegenover elkaar op dezelfde weg. De lesauto gaat rechtdoor en gaat eerst. De blauwe auto slaat linksaf en wacht.
LET OP! Deze regel geldt alleen als jullie op dezelfde weg rijden: achter elkaar, naast elkaar of recht tegenover elkaar. Komt de ander uit een zijstraat? Dan rijdt hij op een andere weg en geldt deze regel niet. Dan kijk je naar de borden of naar regel 1.
Regel 3: korte bocht gaat voor lange bocht, op dezelfde weg
Dezelfde weg (geel): de twee tegenliggers rijden op dezelfde weg en slaan dezelfde zijstraat in. De lesauto maakt de korte bocht naar rechts en gaat eerst. De blauwe auto maakt de lange bocht naar links en wacht.
LET OP! Ook deze regel geldt alleen als de twee tegenliggers op dezelfde weg rijden.
Bepaal "rechts" altijd vanuit de bestuurder zelf, niet vanuit het plaatje. Er zijn een paar uitzonderingen: een tram gaat op een kruispunt zonder borden ook voor als hij van links komt, en wie een uitrit of een onverharde weg verlaat, laat het andere verkeer voorgaan. Alles over het kruispunt zonder borden lees je bij gelijkwaardig kruispunt.
Voorrangsregels goed toepassen: het stappenplan
Begin met wat de voorrang regelt. Pas daarna vergelijk je de weggebruikers met elkaar. Het stappenplan helpt je om zorgvuldig te kijken. Het is geen regel die bij elk kruispunt één vaste volgorde oplevert.
Verkeersregelaar en verkeerslichten: een aanwijzing van een verkeersregelaar gaat voor alles, ook voor groen licht. Werken de verkeerslichten, dan gaan ze boven de voorrangsborden en haaientanden.
Haaientanden of stopbord: wacht op kruisende bestuurders. Heb jij haaientanden of een stopbord? Dan laat je de bestuurders op de kruisende weg voorgaan, van links én van rechts. Bij een stopbord stop je eerst helemaal. Bij een uitrit laat je al het overige verkeer voorgaan. Vanaf een onverharde weg laat je de bestuurders op de verharde weg voorgaan.
Gelijkwaardig kruispunt: rechts gaat voor. Een gelijkwaardig kruispunt heeft geen haaientanden, geen stopborden en geen andere voorrangsborden. Alleen dan gaan bestuurders van rechts voor. Een tram is een belangrijke uitzondering: die gaat ook van links voor.
Dezelfde weg: rechtdoor gaat voor afslaan. Rijden twee bestuurders op dezelfde weg (achter elkaar, naast elkaar of recht tegenover elkaar)? Dan gaat rechtdoor voor afslaan. Slaan ze allebei af, dan gaat rechtsaf (korte bocht) vóór linksaf (lange bocht).
Daarna de voetgangers. Kijk als laatste naar voetgangers. Loopt een voetganger rechtdoor op dezelfde weg terwijl jij afslaat? Dan gaat hij voor. Let ook op zebrapaden, uitritten en mensen die moeilijk lopen.
Zo ziet het stappenplan eruit in echte verkeerssituaties:
Situatie
Wie gaat eerst, en waarom?
Stap 1: de verkeersregelaar. De verkeersregelaar houdt zijn gestrekte arm over de weghelft van de lesauto. Dat betekent: stoppen. Een aanwijzing van een verkeersregelaar gaat voor alles: voor verkeerslichten, borden, haaientanden en de basisregels. De lesauto stopt.
Stap 1: werkende verkeerslichten. Voor de lesauto liggen haaientanden en staat bord B6, maar het verkeerslicht is groen. Werkende verkeerslichten gaan boven borden en haaientanden. Bij groen mag de lesauto doorrijden. Is het licht uit of knippert het geel? Dan gelden de haaientanden en het bord weer.
Stap 2: het stopbord. De lesauto heeft een stopbord en een stopstreep. De blauwe pick-up komt van links. Zonder bord zou de lesauto eerst mogen, want hij komt voor de pick-up van rechts. Maar het stopbord gaat boven de regel dat rechts voorgaat. De lesauto stopt helemaal en laat de pick-up eerst gaan. Volgorde: blauwe pick-up, lesauto.
Stap 3 en 4: gelijkwaardig kruispunt. Er liggen geen haaientanden en er staan geen borden, dus rechts gaat voor. De zwarte auto komt voor de rode auto van rechts. De fietser rijdt op het fietspad naast de zwarte auto rechtdoor. Dat is dezelfde weg, dus de fietser gaat voor de zwarte auto die afslaat. Volgorde: fietser, zwarte auto, rode auto.
Stap 4: dezelfde weg. De lesauto en de blauwe auto hebben allebei haaientanden. Op de kruisende weg rijdt niemand, dus tussen hen tellen de haaientanden niet. Ze rijden recht tegenover elkaar op dezelfde weg. De lesauto gaat rechtdoor, de blauwe auto slaat af. Rechtdoor gaat voor afslaan. Volgorde: lesauto, blauwe auto.
Stap 5: de voetganger erbij. Denk eerst de voetganger weg. Het is een gelijkwaardig kruispunt en de bus komt voor de lesauto van rechts. De bus gaat dus eerst. Voor de bus komt de voetganger van opzij (zij gas bij): de bus rijdt door. Daarna de lesauto: die slaat linksaf de straat in waar de voetganger oversteekt. Die voetganger gaat rechtdoor op dezelfde weg (buik/rug gas terug). Volgorde: bus, voetganger, lesauto.
Een waarschuwingsbord is geen voorrangsbord
In stap 2 kijk je alleen naar borden die de voorrang regelen. Een driehoekig waarschuwingsbord doet dat niet. Borden waarschuwen, maar wie er voorgaat, volgt uit de voorrangsregels.
Een bord dat waarschuwt voor fietsers en bromfietsers betekent alleen: pas op, hier steken fietsers over. Het onderbord met twee pijlen zegt dat ze van links en van rechts kunnen komen. Strepen op het wegdek die op pianotoetsen lijken, waarschuwen voor een drempel. Ook die zeggen niets over voorrang.
Staat er alleen zo'n waarschuwingsbord, dan ga je door naar stap 3 en pas je de voorrangsregels toe. Komt de fietser van rechts, dan gaat de fietser voor en wacht jij. Komt de fietser van links, dan mag jij eerst.
Geen voorrangsbord: het waarschuwingsbord en de drempelstrepen regelen niets. Door naar stap 3: de fietser komt van rechts en gaat voor.
Voorbeeld: bord J8 bij een gevaarlijk kruispunt
Bord J8 is een rode driehoek met een zwart kruis. Het waarschuwt voor een gevaarlijk kruispunt. Wie er voorgaat, zegt het bord niet. Liggen er geen haaientanden en staan er geen voorrangsborden? Dan is het een gelijkwaardig kruispunt en gaat rechts voor.
Bord J8 waarschuwt alleen. Er liggen geen haaientanden, dus rechts gaat voor: de blauwe auto komt van rechts en gaat eerst. De lesauto wacht.
Het verschil tussen bestuurders en voetgangers
De voorrangsregels, de voorrangsborden en de haaientanden regelen de voorrang tussen bestuurders. Een voetganger is wel een weggebruiker, maar geen bestuurder. Komt een voetganger van rechts, dan krijgt hij daardoor dus geen voorrang.
Een voetganger kan om een andere reden wel eerst mogen, bijvoorbeeld bij een zebrapad. Alle situaties staan bij voorrangsregels voor voetgangers. In de tabel zie je wie bestuurder is en wie niet.
In beeld
Weggebruiker
Bestuurder?
Wat geldt?
Fietsers en gewone e-bikes
Ja: bestuurders
Van rechts op een gelijkwaardig kruispunt gaan zij voor.
Snorfietsers en bromfietsers
Ja: bestuurders
Van rechts verleen je voorrang, net als bij een auto.
Ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee
Ja: bestuurders
Een ruiter van rechts telt mee. Iemand met alleen een hond is voetganger.
Voetgangers, mensen op skeelers en iemand met een fiets aan de hand
Nee: voetgangers
Geen voorrang door alleen van rechts te komen. Controleer hun eigen regels.
Bestuurder van een brommobiel
Ja: bestuurder
Van rechts gaat de bestuurder voor. De voertuigcategorie verandert de rechtsregel niet.
Tram
Ja: bestuurder met bijzondere regels
Op een gelijkwaardig kruispunt gaat een tram ook van links voor.
Bestuurders en voetgangers combineren
In het echte verkeer staan er zelden alleen auto's. Zie je bestuurders én een voetganger? Los het dan op in drie stappen, net als in het boekje in de app.
Negeer de voetganger. Welke bestuurder gaat als eerste? Gebruik de regels voor bestuurders. Let op: die bestuurder rijdt nog niet per se als eerste.
Kijk vanuit die bestuurder naar de voetganger. Ziet hij de buik of de rug? Dan gaat de voetganger rechtdoor op dezelfde weg: gas terug, de voetganger gaat eerst. Ziet hij de zij? Dan komt de voetganger van opzij: gas bij, de bestuurder gaat eerst.
Nu weet je wie eerst gaat. Is die bestuurder weg? Dan doet de volgende bestuurder dezelfde check. De voetganger staat dus niet altijd vooraan.
Stap 1, negeer de voetganger: de bus komt voor de lesauto van rechts. Zonder voetganger gaat de bus eerst.Stap 2 en 3: de bus ziet de zij van de voetganger en rijdt door. De lesauto slaat af en ziet de buik: eerst de voetganger, dan de lesauto. Volgorde: bus, voetganger, lesauto.
Het ezelsbruggetje: zij gas bij, buik/rug gas terug
Links: de voetganger loopt rechtdoor op dezelfde weg. Je ziet zijn buik of rug: gas terug, de voetganger gaat eerst. Rechts: de voetganger komt van opzij. Je ziet zijn zij: gas bij.
Kijk altijd vanuit de bestuurder. Ziet die de zij van de voetganger, dan komt de voetganger van opzij: gas bij. Ziet die de buik of rug, dan loopt de voetganger rechtdoor op dezelfde weg en wacht de afslaande bestuurder: gas terug. Het is een geheugensteun om de getekende looproutes te lezen. De echte regel blijft: rechtdoor op dezelfde weg gaat voor afslaan. Let ook op zebrapaden, uitritten en mensen die zich moeilijk voortbewegen.
Buik of rug: de lesauto (2) slaat af en de voetganger (1) gaat rechtdoor op dezelfde weg. De voetganger gaat eerst.Zij: de voetganger (2) komt van opzij. De lesauto (1) gaat eerst.
Voorbeeld: vrachtwagen, lesauto en voetganger
De voetganger volgt dezelfde weg rechtdoor. Beide voertuigen slaan af: voetganger, vrachtwagen, lesauto.
Een vrachtwagen en een lesauto naderen elkaar op dezelfde weg. De vrachtwagen maakt de korte bocht, de lesauto de lange bocht. De voetganger loopt rechtdoor langs dezelfde weg en kruist de afslaande rijroutes.
Waarom: eerst de bestuurders. De korte bocht gaat voor de lange bocht, dus de vrachtwagen gaat vóór de lesauto. Daarna de voetganger erbij: de vrachtwagen slaat af en de voetganger loopt rechtdoor op dezelfde weg. De voetganger gaat als eerste.
Kies de juiste volgorde:
Voetganger → vrachtwagen → lesauto
Vrachtwagen → lesauto → voetganger
Lesauto → voetganger → vrachtwagen
Voorbeeld: tram, voetganger en lesauto
Bij het zebrapad gaat de overstekende voetganger vóór de tram. Daarna gaat de tram vóór de lesauto.
Er staan geen borden die iets anders aangeven, dus de tram heeft voorrang. Maar er ligt een zebrapad waar een voetganger wil oversteken.
Juiste volgorde: voetganger → tram → lesauto.
Waarom: ook een tram moet stoppen voor een zebrapad. Daarna gaat de tram, en pas als laatste de lesauto die wil afslaan.
Kies de juiste volgorde:
Voetganger → tram → lesauto
Tram → lesauto → voetganger
Lesauto → voetganger → tram
Voorbeeld: busje, voetgangers en lesauto
Eerst het blauwe busje op de kruisende weg. De afslaande lesauto wacht daarna op de voetgangers op dezelfde weg.
De lesauto heeft haaientanden en wil afslaan. Op de kruisende weg rijdt een blauw busje. Op de weg waar de lesauto in wil, steken voetgangers over.
Juiste volgorde: busje → voetgangers → lesauto.
Waarom: eerst de bestuurders: de lesauto heeft haaientanden, dus het busje gaat vóór de lesauto. Moet het busje de voetgangers voorlaten? Voor het busje zijn ze geen rechtdoorgaande voetgangers op dezelfde weg; in deze afbeelding is er ook geen zebrapad. Het busje gaat eerst. Dan de lesauto: die slaat af en de voetgangers gaan rechtdoor op dezelfde weg. De lesauto slaat af en wacht op hen.
Kies de juiste volgorde:
Busje → voetgangers → lesauto
Voetgangers → lesauto → busje
Lesauto → busje → voetgangers
Rechtdoor gaat voor afslaan: ook bij fietspaden
LET OP! Rechtdoor gaat voor afslaan geldt alleen op dezelfde weg. Bij stap 4 draait dus alles om de vraag wat "dezelfde weg" is. Een fietspad dat naast de rijbaan loopt, hoort bij dezelfde weg, ook als er een berm tussen ligt. Een fietser die vlak achter of naast je rijdt, zit ook op dezelfde weg.
Dezelfde weg (geel): de rijbaan, de berm en het fietspad horen bij één weg. De lesauto slaat rechtsaf en de fietser gaat rechtdoor. De fietser gaat eerst.
Sla je af? Kijk dan of er naast of vlak achter je een fietser rechtdoor gaat. Die rijdt rechtdoor op dezelfde weg en gaat voor.
Komt een fietser uit een zijstraat, of over een fietspad dat jouw weg kruist? Dan rijdt hij op een andere weg. Dan geldt "rechtdoor gaat voor" niet, en kijk je naar borden, haaientanden of rechts gaat voor.
Een berm ertussen verandert niets: het fietspad hoort bij dezelfde weg, dus rechtdoor gaat voor afslaan.
Vergelijkingstabel voorrangsregels
Welke regel geldt wanneer? In deze tabel staan de situaties onder elkaar, van de hoogste in rang tot de gewone regels.
Situatie
Wie gaat voor?
Meer uitleg
Verkeersregelaar geeft een teken
Doe wat de regelaar aangeeft, wat het licht ook zegt
Jij slaat af, de ander gaat rechtdoor op dezelfde weg
Rechtdoorgaand verkeer, ook de fietser naast je
Regel 2 op deze pagina
Twee tegenliggers slaan af
Rechtsaf (korte bocht) vóór linksaf (lange bocht)
Regel 3 op deze pagina
Wegversmalling met F5 of F6
F5: je tegenligger. F6: jij.
Wegversmalling op deze pagina
Wanneer je de borden mag wegdenken
Borden en haaientanden regelen de voorrang tegenover de kruisende weg. In de drie situaties hieronder is de vraag of ze nog meetellen. Soms denk je ze weg en kijk je naar het verkeerslicht of naar de basisregels, soms tellen ze juist weer mee.
Allebei haaientanden en de kruisende weg is leeg. Tussen deze twee tegenliggers denk je de haaientanden weg: de lesauto gaat rechtdoor en gaat eerst (1). De blauwe auto slaat af en wacht (2).
Tegenligger op dezelfde weg
Bekijk eerst de borden van alle richtingen. Zie jij een stopbord, dan weet je nog niet welk bord je tegenligger heeft.
Hebben jij en je tegenligger allebei haaientanden en willen jullie dezelfde zijweg in? Dan laten jullie eerst de bestuurders op de kruisende weg gaan. Tussen jullie tweeën zeggen de haaientanden daarna niets meer: die denk je weg. Wie rechtdoor gaat, gaat voor, en slaan jullie allebei af, dan gaat rechtsaf vóór linksaf. Heeft een van jullie een stopbord, dan blijft volledig stoppen verplicht, ook als de ander ook moet wachten.
Beide tegenliggers hebben haaientanden. Eerst kruisend verkeer; daarna gaat rechtsaf vóór linksaf.
Afbuigende voorrangsweg
Een onderbord onder een voorrangsbord kan laten zien dat de voorrangsweg op het kruispunt afbuigt. De dikke lijn is de voorrangsweg, de dunne lijnen zijn de zijwegen. Eerst gaan de bestuurders op de voorrangsweg.
Het onderbord laat zien hoe de voorrangsweg loopt: de dikke lijn buigt af. De motorrijder bij de haaientanden wacht.
Blijven er twee bestuurders over die allebei voorrang moeten geven, elk vanaf een andere zijweg? Dan denk je de borden tussen hen weg en geldt de rechtsregel. Rijden ze op dezelfde weg, dan gebruik je de regels voor afslaan. Hoe je het onderbord leest, staat bij voorrangskruispunt.
Verkeerslichten die niet werken
De verkeerslichten zijn uit. De lesauto heeft nog steeds haaientanden en laat de rode auto voorgaan.
Zolang de verkeerslichten werken, denk je de voorrangsborden en haaientanden op het kruispunt weg: het licht bepaalt wie mag rijden. Andere geboden en verboden blijven wel gelden. Een aanwijzing van een verkeersregelaar gaat boven het licht.
Staan de lichten uit, knipperen ze geel of oranje of zijn ze defect? Dan tellen ze niet, en gelden de borden en haaientanden weer. Zijn die er ook niet, dan is het alsnog een gelijkwaardig kruispunt en gaat rechts voor. Wat elk licht betekent, lees je bij verkeerslichten.
Zoek degene die het meest van rechts komt
Op het examen zie je vaak drie of meer bestuurders tegelijk op een gelijkwaardig kruispunt. De bestuurder van rechts heeft dan soms zelf ook iemand aan zijn rechterkant. Zo vind je de volgorde:
Zoek de bestuurder die niemand van rechts heeft. Die begint.
Werk van daaruit terug. Wie die bestuurder van rechts had, is de volgende.
Rijden er twee op dezelfde weg? Gebruik dan rechtdoor vóór afslaan en de korte bocht vóór de lange.
Heeft iedereen iemand van rechts? Dan levert de rechtsregel geen eerste bestuurder op. Maak oogcontact, geef duidelijk ruimte en claim geen voorrang. Meer bij gelijkwaardig kruispunt.
Voorbeeld: er komt een motor van rechts ten opzichte van een vrachtauto, en een fietser van rechts ten opzichte van die motor. Rechts van de fietser komt niemand meer. Dan mag de fietser als eerste, daarna de motor, en de vrachtauto als laatst.
Volgorde: eerst de fietser (niemand van rechts), dan de motor, dan vrachtauto.
Voorrangsregels bij niet-gelijkwaardige kruisingen
Is de voorrang op het kruispunt wel geregeld, dan volg je eerst die regeling. De basisregels gebruik je daarna alleen nog tussen bestuurders die dezelfde borden hebben.
Bij een wegversmalling bepalen verkeersborden wie als eerste mag rijden.
Bord F5 (ronde rode rand met een rode en een zwarte pijl): je moet tegenliggers voor laten gaan.
Bord F6 (blauw vierkant met een witte en een rode pijl): tegenliggers moeten jou voor laten gaan.
Rood moet wachten
Welke pijl is van jou? De rechterpijl, die omhoog wijst. Daarna lees je beide borden met dezelfde truc: rood moet wachten.
Rond bord met rode rand (F5): jouw pijl is rood: jij geeft voorrang aan de tegenligger.
Vierkant blauw bord (F6): jouw pijl is wit en die van de tegenligger rood: jij krijgt voorrang.
Bord F5 staat aan de kant van de lesauto: zijn pijl is rood. De lesauto wacht voor de versmalling. De blauwe tegenligger rijdt eerst door.
Let op: ook F5 en F6 richten zich tot bestuurders. Een voetganger die je tegemoet loopt, hoeft door bord F6 niet op jou te wachten.
En nog iets praktisch: is een tegenligger al halverwege de versmalling, dan wacht je tot de weg vrij is, ook al heb jij formeel voorrang.
Wegversmalling zonder borden
Niet elke wegversmalling is bewust aangelegd. Soms ontstaat er een door een geparkeerde vrachtwagen of een auto met pech. Dan staan er geen borden, en geldt één simpele regel:
Staat het obstakel op jouw weghelft, dan wacht jij. Staat het aan de andere kant, geef de tegenligger dan ruimte om te wachten of veilig terug te keren. Is hij al in de versmalling, voorkom dan een gevaarlijke confrontatie.
Het obstakel staat op deze weghelft. Deze bestuurder wacht voordat hij voor de tegenligger gaat uitwijken.
CBR-valkuilen voor voorrangsregels
❌ Fout: bij groen licht doorrijden terwijl de verkeersregelaar stop geeft. ✅ Goed: de regelaar gaat voor het licht, het licht voor de borden.
❌ Fout: bij een rode driehoek met een plaatje denken dat jij voorrang moet geven. ✅ Goed: zo'n bord waarschuwt alleen. De voorrang verandert er niet door.
❌ Fout: "rechtdoor gaat voor" gebruiken bij twee auto's uit verschillende straten. ✅ Goed: die regel geldt alleen op dezelfde weg. Anders gaat rechts voor.
❌ Fout: bij drie bestuurders de eerste die van rechts komt laten gaan. ✅ Goed: begin bij wie zelf niemand meer rechts van zich heeft.
Oefenen zoals op het examen
Voorbeeldvragen zoals op het CBR-examen
Echte vragen uit de Theorio-app. Soortgelijke vragen kun je verwachten op je CBR-examen.
Vraag 1 van 6
Wat is de juiste volgorde van voorrang verlenen op dit kruispunt?
Wat is de juiste volgorde van voorrang verlenen op dit kruispunt?
Wat is de juiste volgorde van voorrang verlenen op dit kruispunt?
Wat is de juiste volgorde van voorrang verlenen op dit kruispunt?
Wat is de juiste volgorde van voorrang verlenen op dit kruispunt?
Wat is de juiste volgorde van voorrang verlenen op dit kruispunt?
Antwoorden en uitleg bij de voorbeeldvragen
Vraag
1: Wat is de juiste volgorde van voorrang verlenen op dit kruispunt?
Juiste antwoord: Volgorde op de afbeelding: 1 → 2 → 3
Stap voor stap uitgelegd aan de hand van de drie regels voor bestuurders:
✅ Gelijkwaardig kruispunt? Nee, er zijn haaientanden aanwezig. Ga door naar de volgende regel.
✅ Haaientanden/stopborden? Ja, de fietser en de lesauto hebben haaientanden. Zij moeten voorrang verlenen aan kruisend verkeer zonder haaientanden. De blauwe auto heeft géén haaientanden en mag dus als eerste.
⤵️ Op dezelfde weg/dezelfde richting? Nu blijven de fietser en de lesauto over. Beiden hebben haaientanden en bevinden zich dus in een gelijkwaardige positie. Dan geldt: rechtdoor gaat voor afslaand én korte bocht gaat voor lange bocht.
De fietser slaat rechtsaf (korte bocht), de lesauto slaat linksaf (lange bocht).De juiste volgorde is dus: blauwe auto, fietser, lesauto. 🚙➡️🚴♀️➡️🚗"
}
Vraag
2: Wat is de juiste volgorde van voorrang verlenen op dit kruispunt?
Juiste antwoord: Volgorde op de afbeelding: 1 → 2 → 3
We gebruiken de drie regels van bestuurders:
✅ Gelijkwaardig kruispunt?
Ja, er zijn geen haaientanden of borden. Dus de basisregel geldt: rechts gaat voor. De witte auto heeft géén verkeer van rechts en mag als eerste gaan.
✅ Haaientanden/stopborden?
Niet van toepassing, want er zijn geen borden of markeringen die de voorrang regelen.
⤵️ Op dezelfde weg/dezelfde richting? Nee
Na de witte auto moeten de blauwe en groene auto's het onderling oplossen. De blauwe auto komt van rechts ten opzichte van de groene auto, en krijgt dus voorrang.
De juiste volgorde is: witte auto, blauwe auto, groene auto.
Vraag
3: Wat is de juiste volgorde van voorrang verlenen op dit kruispunt?
Juiste antwoord: Volgorde op de afbeelding: 1 → 2 → 3
De correcte volgorde is: eerst de *fietser*, dan de *lesauto*, en tot slot de *blauwe auto*. 🚲➡️🚗➡️🚙. Dit komt doordat de fietser *rechtdoor op dezelfde weg* gaat en daarom voorrang krijgt op afslaand verkeer. Daarnaast geldt: *kort afslaan gaat voor lang afslaan* bij verkeer dat elkaar kruist op dezelfde weg. De lesauto slaat linksaf (lange bocht), terwijl de blauwe auto rechtsaf slaat (korte bocht), maar moet wachten omdat hij van rechts komt op een weg met een *verleen-voorrangsbord*. De fietser heeft dus als eerste voorrang.
Vraag
4: Wat is de juiste volgorde van voorrang verlenen op dit kruispunt?
Juiste antwoord: Volgorde op de afbeelding: 1 → 2 → 3
De fietser is enige die rechtdoor gaat op dezelfde weg als de andere bestuurders daarom geldt rechtdoor op de zelfde weg als eerst.
Daarna geldt korte bocht voor lange bocht dus de les auto mag voor de blauwe auto. De volgorde is daarom.
fietser, les auto, blauwe auto
Vraag
5: Wat is de juiste volgorde van voorrang verlenen op dit kruispunt?
Juiste antwoord: Volgorde op de afbeelding: 1 → 2 → 3
Volg het stappenplan:
- Wie van de bestuurders gaat voor?
Dit is een gelijkwaardig kruispunt, dus rechts gaat voor. De fietser komt van rechts en gaat als eerste. De lesauto moet wachten.
- Wat ziet die bestuurder van de voetganger?
De fietser ziet de voetganger van links naar rechts lopen en schudt ‘nee’. Dat betekent: geen voorrang. De fietser rijdt dus als eerste door.
- Wat gebeurt er daarna?
De fietser is vertrokken. De lesauto ziet de voetganger en knikt ‘ja’. Dat betekent: wel voorrang geven. De voetganger mag nu eerst oversteken, daarna volgt de lesauto. 🚶♂️🚗
Vraag
6: Wat is de juiste volgorde van voorrang verlenen op dit kruispunt?
Juiste antwoord: Volgorde op de afbeelding: 1 → 2 → 3
Volg het stappenplan:
- Wie van de bestuurders gaat voor?
Beide bestuurders rijden op dezelfde weg en komen uit dezelfde richting. In dat geval geldt: rechtdoor gaat voor afslaand verkeer. De blauwe auto rijdt rechtdoor en mag dus als eerste gaan.
- Wat ziet die bestuurder van de voetganger?
De blauwe auto ziet de voetganger van links naar rechts lopen en schudt ‘nee’. Dat betekent: geen voorrang. Haaientanden gelden niet voor voetgangers, dus de blauwe auto mag doorrijden.
- Wat gebeurt er daarna?
De blauwe auto is vertrokken. De lesauto ziet de voetganger ook van links naar rechts lopen en schudt opnieuw ‘nee’. Ook hier geldt: geen voorrang. De lesauto mag voor de voetganger rijden.
FAQ
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op vragen die vaak terugkomen bij dit onderwerp.
Heeft een fietser van rechts voorrang?
Ja, een fietser is een bestuurder. Op een gelijkwaardig kruispunt verleen je voorrang aan een fietser van rechts.
Heeft een voetganger van rechts voorrang?
Niet op grond van de rechtsregel: die geldt tussen bestuurders. Je kunt een voetganger van rechts wel om een andere reden moeten laten voorgaan, bijvoorbeeld als je afslaat terwijl hij op dezelfde weg rechtdoor loopt, bij een zebrapad of door de bescherming van mensen met een witte stok met rode ringen en mensen die zich moeilijk voortbewegen.
Wat betekent rechtdoor op dezelfde weg gaat voor?
Als gewone bestuurder die afslaat, laat je het verkeer op dezelfde weg dat je tegemoetkomt of zich naast of achter je bevindt voorgaan. Dat omvat ook een voetganger die daar rechtdoor loopt. “Dezelfde weg” is bepalend; de regel geeft geen algemene voorrang aan iemand die een andere weg volgt. Voor afslaande trams geldt een wettelijke uitzondering.
Gelden verkeersborden nog als de verkeerslichten uit staan?
Ja. Bij uitgeschakelde of geel knipperende lichten bepaalt de gewone voorrangsregeling weer wie eerst gaat. Volg toepasselijke borden en haaientanden. Zijn die er niet, beoordeel dan de normale regels, inclusief uitritten, onverhard tegenover verhard en trams. Geel knipperen waarschuwt voor gevaar: nader extra voorzichtig.
Welke pijl is van jou bij een wegversmalling?
De pijl omhoog aan de rechterkant stelt jouw rijrichting voor. Bij F5 is die rood: als bestuurder laat je tegemoetkomend verkeer eerst passeren. Bij F6 is die wit: tegemoetkomende bestuurders moeten verkeer uit jouw richting voor laten gaan. Dat betekent niet dat een tegemoetkomende voetganger door F6 op jou moet wachten. Rijd de versmalling alleen in als dat veilig kan.
Wat is de volgorde van de voorrangsregels?
Bovenaan staat de verkeersregelaar. Daarna komen werkende verkeerslichten, en dan de voorrangsborden en haaientanden. Regelt geen van die drie de voorrang, dan kijk je naar de basisregels: rechts voor, rechtdoor vóór afslaan en de korte bocht vóór de lange.
Wat doe je als jij en je tegenligger allebei haaientanden hebben?
Jullie laten allebei eerst het verkeer op de kruisende weg gaan. Daarna regel je het onderling met de gewone regels. Gaat een van jullie rechtdoor, dan gaat die eerst. Slaan jullie allebei af, dan heeft wie rechtsaf gaat voorrang op wie linksaf gaat.
Klaar om te oefenen?
Test je kennis van Voorrangsregels & Kruispunten met 35 oefenvragen in de app.