Nieuwe examenvragen over rijhulpsystemen vanaf 1 oktober 2026
Het CBR breidt de examenstof over rijhulpsystemen uit. Er komen géén extra vragen bij, de vragen gaan wél over iets anders. Dit verandert er precies, en dit moet je kennen.

Het CBR heeft op 17 augustus 2026 aangekondigd dat de leerstof over rijhulpsystemen (ADAS) wordt uitgebreid. De wijziging gaat in op 1 oktober 2026.
Er komen geen vragen bij
Dit is het belangrijkste om te weten, en het wordt online vaak verkeerd verteld: het aantal examenvragen verandert niet. Het CBR schrijft het met zoveel woorden. Wat verandert, is waar de vragen over gaan.
Tot nu toe ging het vooral over de werking van een systeem: wat doet adaptive cruise control, wat doet een rijstrookassistent. Vanaf 1 oktober gaat het over jouw gedrag terwijl dat systeem aanstaat. Niet "wat doet het systeem", maar "wat wordt er van jou verwacht".
Waar de nieuwe vragen op gebaseerd zijn
Het CBR noemt drie plekken in de Rijprocedure B:
- de uitgangspunten in de Inleiding;
- de richtlijnen in hoofdstuk 1, onder het kopje Rijhulpsystemen;
- de richtlijnen in hoofdstuk 2, onder het kopje Rijhulpsystemen.
Die richtlijnen staan er trouwens al sinds 2023 in. Nieuw is niet de inhoud, maar dat het CBR ze aanwijst als examenstof voor het theorie-examen auto.
De rode draad: jij blijft verantwoordelijk
Alle richtlijnen komen neer op één principe: de bestuurder is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de rijtaak, niet de auto en niet het rijhulpsysteem. Twijfel je op het examen tussen twee antwoorden, dan is dat vrijwel altijd de doorslaggevende gedachte.
Concreet vraagt het CBR onder meer dat je vóór de rit nagaat welke systemen de auto heeft, dat je controleert of sensoren en camera's schoon zijn, dat je een actieve rijhouding houdt zodat je direct kunt overnemen, dat je zelf blijft waarnemen in plaats van op het systeem te leunen, en dat je een systeem uitzet als de situatie daarom vraagt.
De zeven uitgangspunten die bijna niemand behandelt
Hier zit het deel dat de meeste cursussen missen. Het CBR schrijft in de Rijprocedure B letterlijk dat de acht richtlijnen uit hoofdstuk 1 en 2 zijn ontwikkeld op basis van zeven uitgangspunten uit de Inleiding. Die Inleiding wordt in de aankondiging apart als examenstof genoemd. Samengevat:
- Jij bent altijd zelf verantwoordelijk voor de rijtaak, niet de auto en niet het systeem.
- Goede rijvaardigheid blijkt uit veilig, comfortabel, sociaal en aangepast rijden, met of zonder rijhulpsystemen.
- Je weet redelijkerwijs waarvoor de systemen dienen, hoe ze werken en hoe je ze goed gebruikt.
- Je weet dat namen en bediening per merk verschillen, en dat weer, weg en verkeer de werking beïnvloeden.
- Je weet wat een systeem kan én dat het grenzen heeft.
- Je laat je doelbewust informeren of ondersteunen, behalve door noodsystemen, die grijpen zelf in.
- Je onderkent het risico van negatieve gedragsaanpassing.
Dat laatste punt is de grootste valkuil, en het CBR noemt er zelf een voorbeeld bij: een kleinere volgafstand aanhouden omdat de auto in noodsituaties toch wel afremt. Techniek mag je niet luier maken. Korter volgen, minder spiegelen of de schouderblik overslaan omdat "de auto het wel ziet" is precies wat er fout wordt gerekend.
Waar de systemen ophouden te werken
De vragen gaan zelden over hoe een systeem werkt, en bijna altijd over waar het stopt. De belangrijkste:
- Adaptive cruise control ziet stilstaand verkeer vaak niet, de radar is afgesteld op bewegende objecten. Rijd je op een file af, dan rem jij.
- Rijstrookassistent werkt niet zonder zichtbare belijning. Let op het verschil: een rijstrookwaarschuwing (LDW) piept alleen, een rijstrookassistent (LKA) stuurt daadwerkelijk bij.
- Dodehoekdetectie mist regelmatig motorrijders en fietsers. Géén waarschuwing is geen bewijs dat het vrij is; de schouderblik blijft verplicht.
- ISA leunt op kaartdata die achterloopt bij wegwerkzaamheden. Bij verschil is het bord leidend. Je kunt ISA overrulen, en hij staat elke rit weer aan.
- ABS verkort je remweg niet altijd. Op sneeuw of grind kan die zelfs langer worden. Het doel is dat je kunt blijven sturen. En ESP kan de natuurkunde niet verslaan.
- Automatische noodrem is een laatste redmiddel: moet hij ingrijpen, dan was je al te laat met anticiperen.
Daarnaast is het goed om eCall te kennen (belt bij een zwaar ongeval zelf 112, is verplicht en kun je niet uitschakelen), hill hold assist (houdt de rem één à twee seconden vast, maar trekt niet zelf op) en dwarsverkeerwaarschuwing bij achteruit uitparkeren.
Ook op je praktijkexamen
Rijhulpsystemen mag je op het praktijkexamen gebruiken, dat mag al sinds 2016. Mits je laat zien dat jij de baas blijft. Sinds januari 2024 stelt de examinator er ook vragen over bij de controlehandelingen, net als over je banden. Twee uitzonderingen: automatisch inparkeren mag niet bij de bijzondere verrichtingen, en "hands-off"-systemen die het sturen overnemen evenmin. Het CBR is daar in het vademecum expliciet over: "Het automatisch inparkeersysteem … mag niet gebruikt worden bij het uitvoeren van de bijzondere verrichtingen."
Wat dit voor jou betekent
Doe je vóór 1 oktober 2026 examen, dan geldt de oude examenstof. Doe je daarna examen, dan kun je deze vragen krijgen. En omdat de aankondiging pas half augustus kwam, zijn veel theoriecursussen nog niet bijgewerkt. Check of die van jou de richtlijnen uit hoofdstuk 1 en 2 van de Rijprocedure B behandelt.
Wij hebben alle richtlijnen op een rij gezet, met bij elke richtlijn een voorbeeldvraag in de nieuwe stijl. En je kunt gratis tien oefenvragen maken om te zien of je de nieuwe vraagstelling aankunt.
Let op: niemand buiten het CBR kent de echte examenvragen. Onze voorbeeldvragen zijn door ons geschreven op basis van de gepubliceerde richtlijnen in de Rijprocedure B.


