Onderdeel 3 van 8 van Verkeersborden, Signalen & Richtingen
Waarschuwingsborden
Waarschuwingsborden zijn driehoekig met een rode rand en waarschuwen voor gevaar verderop. Wat je moet doen, hoe ver het gevaar is en de examenvallen.
Alle CBR-borden · gratis beginnen
Een waarschuwingsbord is een driehoekig bord met een rode rand en de punt naar boven. Het staat er als je een gevaar verderop anders niet of niet op tijd zou zien: een scherpe bocht, een drempel, overstekende kinderen. Het bord schrijft zelf geen snelheid voor. Jij past je snelheid en je aandacht aan op wat er komt.
Wat moet je doen bij een waarschuwingsbord?
Een driehoekig verkeersbord met een rode rand en de punt omhoog is een waarschuwingsbord. Het zegt: verderop is gevaar dat je nu misschien nog niet ziet. Jij past je rijgedrag aan waar dat nodig is.
Het bord verplicht of verbiedt geen bepaalde snelheid. Wel geldt altijd artikel 19 van het RVV 1990: je moet kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien en die vrij is.
Dus: neem gas terug voor een scherpe bocht
of een drempel
. Kijk extra goed om je heen bij overstekende kinderen
. Bij elk bord automatisch remmen hoeft niet.
De andreaskruisen
bij een overweg zijn een uitzondering: die zijn niet driehoekig. En een driehoek met de punt naar beneden
is géén waarschuwingsbord. Dat is bord B6: voorrang verlenen. Zie voorrangskruispunt.

Onderborden bij waarschuwingsborden
Een onderbord onder een waarschuwingsbord vertelt meer over het gevaar:
Wat voor gevaar: bord J37 (een uitroepteken) zegt alleen dat er gevaar is. Welk gevaar, staat op het onderbord, met tekst of een symbool.
Hoe ver nog: een afstand zonder pijlen, zoals "300 m", betekent dat het gevaar pas na die afstand begint.
Hoe lang: een lengte met pijlen betekent dat het gevaar vanaf het bord over die lengte doorloopt, bijvoorbeeld een stuk slecht wegdek.
Verkeerslichten (J32): buiten de bebouwde kom staat de afstand tot de verkeerslichten op een onderbord.
Meer over afstanden, pijlen en uitzonderingen lees je bij onderborden.
Overzicht van waarschuwingsborden
Dit zijn waarschuwingsborden die je veel ziet, per soort gevaar.
De weg zelf
Bord J1 (slecht wegdek): een stuk weg met gaten, scheuren of hobbels.
Bord J2 en J3 (bocht naar rechts / links): een scherpe bocht verderop. Neem op tijd gas terug.
Bord J4 (S-bocht, eerst naar rechts): twee bochten achter elkaar; de eerste gaat naar rechts.
Bord J5 (S-bocht, eerst naar links): het spiegelbeeld van J4: de eerste bocht gaat naar links.
Bord J20 (slipgevaar): kans op slippen, bijvoorbeeld op een glad of nat wegdek.
Bord J38 (verkeersdrempel): een verhoging dwars over de weg.
Andere weggebruikers
Bord J21 (kinderen): kinderen kunnen oversteken, bijvoorbeeld bij een school of speelplaats.
Bord J23 (voetgangers): voetgangers op of vlak naast de rijbaan.
Bord J27 (groot wild): herten of zwijnen kunnen de weg op lopen.
Verkeer en omstandigheden
Bord J33 (file): stilstaand of langzaam rijdend verkeer verderop.
Bord J35 (slecht zicht): zicht beperkt door sneeuw, regen of mist.
Bord J37 (gevaar): ander gevaar; wat het is, staat op het onderbord.
Alle waarschuwingsborden op een rij
Hier staan alle waarschuwingsborden, met wat je bij elk bord doet. J12 en J13 zijn andreaskruisen bij het spoor, dus geen rode driehoeken.
| Bord | Betekenis en jouw reactie |
|---|---|
![]() | J1: Slecht wegdek Neem gas terug en ontwijk kuilen alleen als dat veilig kan. |
![]() | J2: Bocht naar rechts Pas je snelheid vóór de rechterbocht aan. |
![]() | J3: Bocht naar links Pas je snelheid vóór de linkerbocht aan. |
![]() | J4: S-bocht(en), eerst naar rechts De eerste bocht gaat rechts, de volgende links. Rem vóór de bochten. |
![]() | J5: S-bocht(en), eerst naar links De eerste bocht gaat links, de volgende rechts. |
![]() | J6: Steile helling Kies tijdig een geschikte versnelling; houd rekening met terugrollen. |
![]() | J7: Gevaarlijke daling Gebruik een geschikte lagere versnelling en voorkom oververhitte remmen. |
![]() | J8: Gevaarlijk kruispunt Kijk naar voorrangsborden en de kruising; dit bord geeft zelf geen voorrang. |
![]() | J9: Rotonde Nader rustig; de borden en haaientanden bepalen wie voorrang heeft. |
![]() | J10: Overweg met slagbomen Stop voor rood of sluitende bomen. Rijd pas op als de overweg helemaal vrij is. |
![]() | J11: Overweg zonder slagbomen Kijk en luister extra goed. Zonder slagbomen kunnen er toch treinen komen. |
![]() | J12: Overweg met enkel spoor Eén andreaskruis markeert een overweg met één spoor. |
![]() | J13: Overweg met twee of meer sporen Dubbel andreaskruis: twee of meer sporen; verwacht ook een tweede trein. |
![]() | J14: Tram(kruising) Controleer of een tram nadert en beoordeel de voorrang apart. |
![]() | J15: Beweegbare brug Houd rekening met wachtrijen, rode lichten en een geopende brug. |
![]() | J16: Werk in uitvoering Pas snelheid en afstand aan; volg tijdelijke aanwijzingen en markering. |
![]() | J17: Rijbaanversmalling De rijbaan wordt aan beide kanten smaller; bepaal wie ruimte nodig heeft. |
![]() | J18: Rijbaanversmalling rechts De versmalling zit rechts; kijk tijdig naar tegenliggers. |
![]() | J19: Rijbaanversmalling links De versmalling zit links; houd rekening met uitwijkend verkeer. |
![]() | J20: Slipgevaar Rijd rustiger en stuur, rem en versnel geleidelijk. |
![]() | J21: Kinderen Houd rekening met onverwacht overstekende kinderen; wees klaar om te remmen. |
![]() | J22: Voetgangersoversteekplaats Verderop ligt een zebrapad; kijk of iemand oversteekt of dat duidelijk wil. |
![]() | J23: Voetgangers Voetgangers kunnen op of naast de rijbaan lopen; geef ruimte. |
![]() | J24: Fietsers en bromfietsers Kijk uit voor fietsers en bromfietsers die de weg kruisen. |
![]() | J25: Losliggende stenen Neem gas terug en houd afstand om steenslag en wegglijden te beperken. |
![]() | J26: Kade of rivieroever Houd afstand tot de rand: achter de berm kan direct water liggen. |
![]() | J27: Groot wild Let op bermen en bosranden; dieren kunnen onverwacht oversteken. |
![]() | J28: Vee Houd rekening met vee op de weg en geef mens en dier ruimte. |
![]() | J29: Tegenliggers Vanaf hier kun je tegenliggers op dezelfde rijbaan verwachten. |
![]() | J30: Laagvliegende vliegtuigen Laat je niet afleiden door laagvliegende vliegtuigen en plotseling lawaai. |
![]() | J31: Zijwind Houd het stuur stevig vast en verwacht windvlagen, vooral bij open stukken. |
![]() | J32: Verkeerslichten Verwacht verkeerslichten en verkeer dat daarvoor afremt. |
![]() | J33: File Neem tijdig gas terug, vergroot de afstand en kijk ver vooruit. |
![]() | J34: Ongeval Verminder vaart en geef hulpdiensten en betrokkenen ruimte. |
![]() | J35: Slecht zicht Stem snelheid en afstand af op wat je werkelijk kunt zien. |
![]() | J36: IJzel of sneeuw Houd extra afstand; vermijd plotseling sturen of remmen. |
![]() | J37: Gevaar zie onderbord Lees het onderbord: dat vertelt welk gevaar je nadert. |
![]() | J38: Verkeersdrempel Verminder je snelheid vóór de drempel. Een drempel alleen stelt geen wettelijke limiet vast. |
![]() | J39: Poller in de rijbaan Let op de beweegbare paal en volg het toegangssignaal. |
Hoe ver staat een waarschuwingsbord voor het gevaar?
Daar is geen vaste afstand voor. De wegbeheerder plaatst het bord waar het gevaar anders niet of niet op tijd te zien is, en zo dat je nog rustig kunt reageren. Hoe ver dat is, hangt af van de weg, de snelheid die er gereden wordt en hoe goed je het gevaar zelf ziet aankomen. Het gevaar kan dus vlak na het bord komen, of pas een flink stuk verder.
Is de afstand belangrijk, dan staat die op een onderbord. Zie je geen onderbord, verwacht het gevaar dan vanaf het bord.

Waarschuwingsborden die het CBR vaak vraagt
Bij deze borden moet je op het examen verder denken dan "pas op": er hoort een regel bij.
Bord J8 (gevaarlijk kruispunt): het bord zegt niets over voorrang. Zie je bij het kruispunt geen voorrangsborden of haaientanden, dan is het gelijkwaardig: zie gelijkwaardig kruispunt.
Bord J10 en J11 (overweg met / zonder slagbomen): verderop kruist een spoorweg. Wat je bij de overweg doet, staat bij spoorwegovergang.
Bord J22 (voetgangersoversteekplaats): er komt een zebrapad. Wie daar oversteekt of duidelijk wil oversteken, laat je voorgaan.
Bord J17 (rijbaanversmalling): de weg wordt smaller. Het bord zegt niet wie er voorgaat; dat regelen de borden F5 en F6.
CBR-valkuilen voor waarschuwingsborden

❌ Fout: de verkeersdrempel (J38) en slecht wegdek (J1) door elkaar halen. ✅ Goed: J38 is één drempel dwars over de weg. J1 is een langer stuk weg met gaten of hobbels.

❌ Fout: J4 en J5 verwisselen. ✅ Goed: kijk waar de weg vanaf de onderkant van het bord eerst heen buigt. J4: eerst naar rechts. J5: eerst naar links.

❌ Fout: denken dat een waarschuwingsbord een maximumsnelheid geeft. ✅ Goed: het bord waarschuwt alleen. Jij past je snelheid aan, zodat je op tijd kunt stoppen.

❌ Fout: een driehoek met de punt naar beneden lezen als waarschuwingsbord. ✅ Goed: dat is bord B6: voorrang verlenen.

❌ Fout: bij bord J8 denken dat jij voorrang hebt, of juist moet geven. ✅ Goed: J8 regelt geen voorrang. Kijk naar voorrangsborden en haaientanden. Zijn die er niet, dan gaat verkeer van rechts voor.

❌ Fout: bord J37 lezen zonder het onderbord. ✅ Goed: het uitroepteken zegt alleen "gevaar". Het onderbord zegt welk gevaar.
Oefenen zoals op het examen
Voorbeeldvragen zoals op het CBR-examen
Echte vragen uit de Theorio-app. Soortgelijke vragen kun je verwachten op je CBR-examen.
Vraag 1 van 6
Een verkeersdrempel wordt aangelegd in gebieden zoals woonwijken om de snelheid te verminderen. Je mag er maximaal 30 km/u overheen rijden.
Bij welk bord kan je een verkeersdrempel verwachten?
Klik op het antwoord dat jij goed vindt.
Waarschuwt dit bord voor een drempel?
Klik op het antwoord dat jij goed vindt.
Waarschuwt dit verkeersbord voor overstekend vee?
Klik op het antwoord dat jij goed vindt.
Waar waarschuwt dit bord voor?
Klik op het antwoord dat jij goed vindt.
Welk bord geeft een waarschuwing voor een daling aan?
Klik op het antwoord dat jij goed vindt.
Bij welk bord kan je een bocht naar rechts verwachten?
Klik op het antwoord dat jij goed vindt.
Antwoorden en uitleg bij de voorbeeldvragen
Vraag 1: Bij welk bord kan je een verkeersdrempel verwachten?
Juiste antwoord: Bord A
Bord A waarschuwt voor een verkeersdrempel. Je herkent dit aan één heuveltje op het bord, wat aangeeft dat je één keer op en neer gaat. Bord B waarschuwt voor een slecht wegdek. Dit bord heeft twee heuveltjes, wat betekent dat je meerdere keren op en neer gaat door de slechte staat van de weg.
Vraag 2: Waarschuwt dit bord voor een drempel?
Juiste antwoord: Nee
Veelgemaakte fout: dit bord waarschuwt voor een elektrisch in- en uitschuifbare paal in de rijbaan. Het is geen drempel.
Vraag 3: Waarschuwt dit verkeersbord voor overstekend vee?
Juiste antwoord: Nee
Strikvraag!, Dit bord waarschuwt voor groot wild (herten, zwijnen etc.), niet voor overstekend vee (koeien, schapen, varkens, etc.). Wees alert, vooral in de schemering. 🦌
Vraag 4: Waar waarschuwt dit bord voor?
Juiste antwoord: Losliggende steentjes
Dit bord waarschuwt voor losliggende steentjes op de weg. Deze steentjes kunnen gevaarlijk zijn omdat ze schade kunnen veroorzaken aan voertuigen of ruiten.
Vraag 5: Welk bord geeft een waarschuwing voor een daling aan?
Juiste antwoord: Bord A
Bord A 📉 geeft een daling aan: de weg gaat omlaag, van links boven naar rechts onder, vergelijkbaar met een neergaande grafiek. Bord B 📈 geeft een helling aan: de weg gaat omhoog, van links onder naar rechts boven, vergelijkbaar met een stijgende grafiek.
Vraag 6: Bij welk bord kan je een bocht naar rechts verwachten?
Juiste antwoord: Beide borden
Bord A: scherpe bocht rechts. Bord B: eerst links, dan rechts. Beide borden geven een bocht naar rechts aan. 🏎️
FAQ
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op vragen die vaak terugkomen bij dit onderwerp.
Is een driehoek met de punt naar beneden een waarschuwingsbord?
Nee. De omgekeerde driehoek is B6: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. De gebruikelijke driehoekige waarschuwingsborden hebben hun punt omhoog; de andreaskruisen J12/J13 zijn uitzonderingen op die driehoekige vorm.
Moet je bij een waarschuwingsbord altijd langzamer rijden?
Niet automatisch. Het bord geeft geen snelheid, maar je moet altijd binnen de afstand die je overziet kunnen stoppen (artikel 19 RVV). Pas je snelheid dus aan waar het gevaar daarom vraagt.
Hoe ver voor het gevaar staat een waarschuwingsbord?
Er is geen vaste afstand. Het hangt af van de weg, de snelheid en het zicht. Is de afstand van belang, dan staat die op een onderbord, bijvoorbeeld 300 m.
Wat is het verschil tussen bord J4 en bord J5?
Allebei waarschuwen ze voor een S-bocht. Bij J4 gaat de eerste bocht naar rechts, bij J5 naar links.
Klaar om te oefenen?
Test je kennis van Verkeersborden, Signalen & Richtingen met 90 oefenvragen in de app.
Alle CBR-borden · gratis beginnen
Je eerste quiz is gratis en zonder account. Daarna vanaf €34,99 voor 90 dagen toegang.





































