Theorie-examen 2026
Parkeerassistent en parkeerhulp
Stuurt of parkeert mee. Jij blijft verantwoordelijk voor wat er achter je gebeurt.
Parkeerhulp loopt van simpele piepsensoren tot een systeem dat zelf stuurt. Voor het examen is één regel belangrijker dan alle techniek: bij de bijzondere verrichtingen op je praktijkexamen mag automatisch inparkeren niet.
Hoe werkt het?
Ultrasone sensoren in de bumpers meten de afstand tot obstakels en vertalen die naar pieptonen die sneller gaan naarmate je dichterbij komt. Een achteruitrijcamera voegt daar beeld aan toe, vaak met hulplijnen die met je stuurbeweging meebewegen.
Een echte parkeerassistent gaat verder: hij zoekt een geschikt vak, berekent de baan en stuurt zelf terwijl jij gas en rem bedient. Sommige systemen doen ook dat laatste.
Wat het CBR hierover vraagt
- Je zorgt dat de sensoren en de cameralens schoon zijn. Modder, sneeuw of een laag ijs maakt parkeerhulp onbetrouwbaar of legt hem stil.
- Je blijft zelf kijken. De camera toont wat achter je is, niet wat er van opzij aankomt.
- Je weet welke parkeerhulp jouw auto heeft en hoe je die bedient. Zeker in een auto die je niet kent.
Dit systeem valt onder deze richtlijnen uit de Rijprocedure B:
Beperkingen: Hier zitten de examenvragen
Lage en dunne obstakels worden gemist
Een paaltje, een trekhaak, een stoeprand of een fiets die tegen de muur staat, valt vaak buiten het bereik van de sensoren. De camera laat ze wel zien, maar alleen als je kijkt.
Kruisend verkeer ziet het systeem niet
Standaard parkeerhulp kijkt recht naar achteren. Voetgangers of fietsers die van opzij komen, komen pas in beeld als het te laat is.
Vuil en weer schakelen sensoren uit
Ultrasone sensoren zijn gevoelig voor een laagje ijs of opgedroogde modder. Vaak krijg je dan een storingsmelding, soms alleen een systeem dat niets meer meldt.
Op je praktijkexamen mag automatisch inparkeren niet
Het CBR is daar expliciet over: het automatisch inparkeersysteem mag niet worden gebruikt bij de bijzondere verrichtingen. Je moet je eigen voertuigbeheersing laten zien. Parkeersensoren en een camera mag je wel gewoon gebruiken.
Drie oefenvragen
Klap open voor het antwoord en de uitleg.
Mag je tijdens de bijzondere verrichtingen op je praktijkexamen automatisch inparkeren?
- Nee, dat mag niet; je moet je eigen voertuigbeheersing laten zien
- Ja, als de auto het systeem heeft mag je het gebruiken
- Ja, maar alleen bij fileparkeren
- Alleen als de examinator er vooraf toestemming voor geeft
Juiste antwoord: Nee, dat mag niet; je moet je eigen voertuigbeheersing laten zien
Uitleg: Het CBR sluit het automatisch inparkeersysteem expliciet uit bij de bijzondere verrichtingen. Parkeersensoren en een achteruitrijcamera mag je wel gebruiken.
Je parkeersensoren geven geen enkel signaal terwijl je achteruit een vak in rijdt. Wat doe je?
- Zelf kijken en zo nodig uitstappen; sensoren missen lage obstakels
- Doorrijden, geen signaal betekent dat het vrij is
- Sneller achteruitrijden zodat de sensoren beter meten
- De camera uitschakelen zodat de sensoren beter werken
Juiste antwoord: Zelf kijken en zo nodig uitstappen; sensoren missen lage obstakels
Uitleg: De bestuurder neemt zelf waar. Paaltjes, stoepranden en trekhaken vallen regelmatig buiten het bereik van ultrasone sensoren.
Waarom werkt je parkeerhulp niet na een nacht vorst?
- Een laagje ijs of vuil op de sensoren blokkeert de meting
- Parkeerhulp werkt niet onder het vriespunt
- De accu levert te weinig spanning voor de sensoren
- De sensoren schakelen zichzelf uit bij lage temperaturen
Juiste antwoord: Een laagje ijs of vuil op de sensoren blokkeert de meting
Uitleg: Je controleert vóór de rit of sensoren en camera’s schoon en vrij zijn. Een afgedekte sensor meet niet.
Geschreven op basis van de officiële CBR Rijprocedure B. Dit zijn geen echte examenvragen.
Test of je de nieuwe vraagstijl aankunt
Drie quizzes van tien vragen over rijhulpsystemen, in de stijl waarop het CBR per 1 oktober toetst. Direct uitleg bij elk antwoord.
De systemen waar het over gaat
Adaptive cruise control (ACC)
Houdt snelheid én afstand tot je voorganger. Ziet stilstaand verkeer vaak slecht.
Rijstrookassistent (LKA)
Stuurt bij als je over de belijning gaat. Werkt niet zonder zichtbare strepen.
Automatische noodrem (AEB)
Remt zelf bij een dreigende botsing. Bedoeld als laatste redmiddel, niet als rijstijl.
Dodehoekdetectie (BSD)
Waarschuwt voor verkeer naast je. Vervangt de schouderblik niet.
Snelheidsassistent (ISA)
Leest borden en kaartdata. Kan de verkeerde limiet tonen bij wegwerkzaamheden.
Vermoeidheidsdetectie
Signaleert stuurgedrag dat op vermoeidheid wijst. Een waarschuwing, geen meting.
ABS en ESP
De oudste rijhulpsystemen. Houden je stuurbaar, maar verkorten je remweg niet altijd.