Bovenaanzicht van een kruispunt met witte wegmarkering en haaientanden

Wegmarkeringen & Kruispunten

65 Vragen
Moeilijk
5 Onderdelen

Alles over wegmarkeringen, doorgetrokken strepen, voorsorteren en voorrang op kruispunten voor het CBR theorie-examen.

Chris Prosman Chris Prosman

Leerstof

Wat ga je leren?

Wegmarkeringen en kruispunten bepalen de plaats op de weg en de voorrangsregels in het verkeer. Verkeerstekens op het wegdek en aanwijzingen van verkeersregelaars overheersen algemene verkeersregels.

Wegmarkeringen & Kruispunten in het kort

Overzicht Wegmarkeringen & Kruispunten

De belangrijkste CBR regels voor wegmarkeringen en kruispunten zijn ingedeeld in 5 categorieën.

Onderwerp Belangrijkste CBR Regel
Doorgetrokken streep Nooit overschrijden of inhalen over de streep.
Voorsorteren Tijdig plaatsnemen op de meest rechterrijstrook voor jouw richting.
Gelijkwaardig kruispunt Bestuurders van rechts hebben voorrang. Trams hebben altijd voorrang.
Uitritconstructie Verkeer uit een uitrit verleent voorrang aan alle verkeer.
Verkeersregelaar Aanwijzingen gaan boven alle lichten, borden en regels.

CBR Rangorde in het verkeer

  • 1. Aanwijzingen van bevoegde personen: Verkeersregelaars en politie gaan boven alles.
  • 2. Verkeerslichten: Lichtsignalen gaan boven verkeersborden en wegmarkeringen.
  • 3. Verkeersborden en tekens: Bord en streep gaan boven algemene regels.
  • 4. Algemene verkeersregels: Rechts heeft voorrang op een gelijkwaardig kruispunt.

Wat is een doorgetrokken streep?

Een doorgetrokken streep scheidt rijstroken of rijbanen en mag niet overschreden worden.

Je mag er niet over heen rijden en niet inhalen als je de streep moet overschrijden.

Wat is een onderbroken streep?

Een onderbroken streep bestaat uit korte witte strepen met grote tussenruimtes.

Je mag deze streep overschrijden om in te halen of van rijstrook te wisselen.

Waarschuwingsstreep op het wegdek

Een waarschuwingsstreep heeft hele korte tussenruimtes tussen de witte strepen en is vaak langer dan de standaard witte streep. Dit waarschuwt voor een naderende gevaarlijke situatie, een veranderende weg situatie of doorgetrokken streep. In dit plaatje is in A de normale onderbroken streep te zien en in B de waarschuwingsstreep.

Onderbroken streep bij A en waarschuwingsstreep bij B

Bij een waarschuwingsstreep is inhalen niet verboden — het is en blijft een onderbroken streep. Toch is het verstandig om te wachten tot je voorbij de verandering op de weg bent. De streep staat er niet voor niets: verderop verandert er iets.

Het verschil tussen witte en gele strepen

Gele strepen en gele wegmarkeringen worden gebruikt bij tijdelijke werkzaamheden.

Tijdelijke gele strepen hebben altijd voorrang boven de normale witte strepen.

Tijdelijke gele strepen over witte strepen bij werkzaamheden

De witte strepen worden bij werkzaamheden meestal niet weggehaald: ze blijven gewoon zichtbaar onder of naast de gele. Je bent dan verplicht de gele te volgen. Dat werkt ook de andere kant op: staat er een witte doorgetrokken streep, maar geeft de gele markering aan dat je van rijstrook mag wisselen, dan mag dat.

Type Streep Regel overschrijden Inhalen toegestaan?
Doorgetrokken streep Streng verboden Nee, nooit over de streep
Onderbroken streep Toegestaan mits veilig Ja, indien vrij
Gecombineerde streep Volg de streep aan jouw kant Alleen vanaf de onderbroken zijde
Gele tijdelijke streep Volg altijd geel boven wit Afhankelijk van geel type
Waarschuwingsstreep Toegestaan, het blijft een onderbroken streep Mag, maar wacht liever tot na de verandering

Gecombineerde doorgetrokken en onderbroken streep

Bij een dubbele streep geldt de regel van de streep aan jouw kant van de weg.

Ligt de onderbroken streep aan jouw kant, dan mag je van rijstrook wisselen.

Ligt de doorgetrokken streep aan jouw kant, dan mag je er niet overheen rijden.

Gecombineerde doorgetrokken en onderbroken streep

Let op dat dit twee kanten op werkt: rijd jij langs de doorgetrokken kant, dan mag jij er niet overheen, maar het verkeer aan de andere kant mag wél naar jouw rijstrook komen. Verwacht dus verkeer dat naast je invoegt, ook al mag jij zelf niets.

Verdrijvingsvlakken en zigzagstrepen

Een verdrijvingsvlak bestaat uit schuine witte strepen op de weg en is verboden terrein.

Een uitzondering geldt wanneer een spitsstrook over het verdrijvingsvlak open is gesteld.

Verdrijvingsvlak met schuine witte strepen

De naam zegt precies wat het vlak doet: je wordt er als het ware van de weg verdreven. Praktisch betekent dat: je kunt op zo'n plek niet op het laatste moment nog even van rijstrook wisselen. Voor een verdrijvingsvlak geldt hetzelfde als voor een doorgetrokken streep — er overheen rijden mag niet.

Een zigzagstreep waarschuwt voor een gevaarlijk kruispunt of een naderend obstakel.

Zigzagstreep op het wegdek

Vaak gaat het om een druk kruispunt met een fietspad ervoor. De zigzagstreep verbiedt niets, maar zegt: verminder je snelheid en let extra goed op.

Wat de strepen zeggen over wie je kunt verwachten

Strepen vertellen niet alleen of je mag inhalen of van rijstrook wisselen. Ze verraden ook wat voor weg je op rijdt, en dus welke weggebruikers je er kunt tegenkomen. Op veel wegen staat dat namelijk nergens met een bord aangegeven.

Alleen strepen aan de zijkant

Zie je alleen (onderbroken) strepen aan de zijkanten van de weg en is het midden leeg, dan is dit een gewone weg waar iedereen mag komen: auto's, maar ook fietsers, ruiters en voetgangers. Dit zie je vaak op het platteland en in natuurgebieden. Ruiters en voetgangers mogen in de berm lopen, maar zijn dat niet verplicht — ze mogen ook gewoon op de weg.

Weg met alleen onderbroken kantstrepen en een leeg midden, met een fietser en een voetganger op de rijbaan
Alleen kantstrepen, geen middenstreep: hier kun je alle soorten weggebruikers verwachten.

Een dubbele streep in het midden

Ligt er een dubbele streep in het midden van de weg, dan mogen daar alleen motorvoertuigen rijden. Fietsers zijn geen motorvoertuig en horen daar dus niet. Of die dubbele streep nu doorgetrokken of onderbroken is, maakt voor deze vraag niet uit: dubbel is dubbel.

Weg met een dubbele middenstreep waarop alleen motorvoertuigen mogen rijden
Dubbele middenstreep: alleen motorvoertuigen. Een snelheidsbord van 70 km/u of hoger hoort hier vaak bij.

Een groene strook tussen de strepen

Zit er tussen de twee strepen een groene strook, dan rijd je op een autoweg. Een autoweg heeft een minimumsnelheid van 50 km/u, waardoor bijvoorbeeld landbouwvoertuigen en brommobielen er niet mogen komen.

Ezelsbruggetje: het briefje van honderd euro is ook groen — groen = 100 km/u. 💶

Twee soorten wegen herkennen aan de middenmarkering: met en zonder groene kleur ertussen

Bord G3: autoweg Bord G3 (Autoweg): dezelfde weg, maar dan met een bord in plaats van met een streep.

CBR-valkuil

  • ❌ Fout: een waarschuwingsstreep lezen als een doorgetrokken streep en denken dat inhalen verboden is.
    ✅ Goed: het is een onderbroken streep, dus inhalen mág. Het is alleen onverstandig, omdat er verderop iets verandert.
  • ❌ Fout: bij werkzaamheden de witte strepen volgen omdat die er nog liggen.
    ✅ Goed: geel gaat altijd boven wit, ook als geel méér toestaat dan wit.
  • ❌ Fout: over een verdrijvingsvlak rijden om nog snel van rijstrook te wisselen.
    ✅ Goed: een verdrijvingsvlak is net zo verboden als een doorgetrokken streep. Alleen een geopende spitsstrook is een uitzondering.
  • ❌ Fout: denken dat je op een weg met een dubbele middenstreep ook fietsers kunt tegenkomen.
    ✅ Goed: een dubbele middenstreep betekent: alleen motorvoertuigen. Zonder middenstreep, met alleen kantstrepen, kun je juist iedereen verwachten.

Je hebt Lijnen & Wegmarkeringen (Doorgetrokken, Onderbroken & Geel) gehad. Blijft het hangen?

Rijstrook, rijbaan, weg en vluchtstrook

Voorsorteren gaat over de vraag wáár je gaat rijden. Daarvoor moet je eerst weten hoe de weg heet waar je op rijdt. Over alle drie kun je rijden, maar ze betekenen niet hetzelfde.

  • Rijstrook: één strook waarop één rij voertuigen past.
  • Rijbaan: alle rijstroken voor jouw richting samen.
  • Weg: de rijbaan plus de vluchtstrook.
  • Vluchtstrook: de strook rechts naast de doorgetrokken streep. Hier mag je niet rijden; stoppen mag alleen bij autopech of een noodsituatie.
Snelweg met de rijstroken aangeduid als A, de rijbaan als B en de hele weg inclusief vluchtstrook als C
A = de losse rijstroken, B = de rijbaan, C = de weg. De strook rechts van de doorgetrokken streep is de vluchtstrook.

Zoveel mogelijk rechts houden

Op alle wegen geldt: houd zoveel mogelijk rechts. Of je nu op de snelweg rijdt, op een woonerf of op een weg van 50 tot 80 km/u.

Op de snelweg betekent dat: blijf op de rechterrijstrook. Inhalen doe je links, en daarna ga je zo snel mogelijk weer terug naar rechts. Onnodig op de linkerrijstrook blijven rijden is verboden en kan een flinke boete opleveren.

Eén belangrijke uitzondering: liggen er doorgetrokken strepen tussen de rijstroken, dan mag je er niet overheen en blijf je op je eigen rijstrook tot de streep weer onderbroken is.

Hoe sorteer je goed voor naar links?

Als je linksaf wilt slaan, sorteer je zo dicht mogelijk tegen de as van de weg voor.

Op een eenrichtingsweg sorteer je juist helemaal aan de linkerkant van de weg voor.

Voorsorteren tegen de as van de weg

Voorsorteren links op eenrichtingsweg

Hoe sorteer je goed voor naar rechts?

Als je rechtsaf wilt slaan, sorteer je zoveel mogelijk aan de rechterzijde van de rijstrook voor.

Voorsorteren voor rechts afslaan

Voorsorteren bij fietsstroken

Bij een fietsstrook met een doorgetrokken streep mag je nooit over de streep rijden.

Voorsorteren bij doorgetrokken fietsstrook

Bij een fietsstrook met een onderbroken streep mag je de strook gebruiken om voor te sorteren.

Let altijd goed op achteropkomende fietsers en snorfietsers voordat je instuurt.

Voorsorteren bij onderbroken fietsstrook

Voorsorteren bij grote voertuigen

Vrachtwagens en bussen hebben een grote draaicirkel en extra ruimte nodig in de bocht.

Blijf bij het voorsorteren iets verder achter de as om grote tegenliggers ruimte te bieden. In dit geval is B dus juist omdat je meer ruimte geeft voor de bus om te passeren en de bocht te maken.

Ruimte geven aan grote voertuigen

Situatie Juiste positie voor voorsorteren
Linksaf (twee richtingen) Tegen de as (het midden) van de weg
Linksaf (eenrichtingsweg) Helemaal aan de linkerzijde van de weg
Rechtsaf (normaal) Zo veel mogelijk aan de rechterzijde van de rijstrook
Fietsstrook doorgetrokken Naast de streep blijven, er niet overheen rijden
Fietsstrook onderbroken Op de fietsstrook voorsorteren mits vrij van fietsers
Rotonde met pijlen op het wegdek Volg de pijlen, niet de regel "zoveel mogelijk rechts"

Meervoudige voorsorteerstroken

Zijn er meerdere rijstroken voor jouw richting, kies dan altijd de meest rechterrijstrook.

Zo houd je de linkerrijstroken vrij voor overig verkeer dat wil inhalen of afslaan.

Het is streng verboden om op een zebrapad of vlak voor een kruispunt stil te staan.

Dit geldt ook als er twee of meer rijstroken jouw kant op gaan: je kiest de meest rechter daarvan. Sta je in zo'n geval helemaal links terwijl de middelste strook ook jouw richting op gaat, dan sorteer je fout voor.

Auto die bij een verkeerslicht op de linkerrijstrook staat terwijl ook de middelste rijstrook zijn richting op gaat
Zo moet het niet: de middelste strook gaat ook deze kant op en is dus de meest rechterrijstrook voor deze richting.

Laat je niet in de war brengen door een rijstrook waarop meerdere richtingen zijn toegestaan — bijvoorbeeld een strook waarop je zowel linksaf als rechtdoor mag. Ook dan kies je gewoon de meest rechterrijstrook die jouw richting op gaat.

Verkeerslicht met een rijstrook waarop zowel linksaf als rechtdoor is toegestaan
Een strook met twee pijlen telt gewoon mee als rijstrook voor jouw richting.

De juiste rijstrook op de snelweg

Voorsorteren doe je niet alleen bij verkeerslichten, kruispunten en rotondes. Ook op de snelweg kies je bewust een rijstrook. De regel is dezelfde: zo ver mogelijk rechts van de stroken die jouw kant op gaan. Welke stroken dat zijn, lees je af van de blauwe borden boven en langs de weg.

Bewegwijzering boven de snelweg met drie rijstroken A, B en C richting Nijmegen en Utrecht
Rijstrook A is er alleen om in te halen, B en C gaan verschillende kanten op.

Wil je naar Nijmegen en gaan de twee linkerrijstroken allebei naar Nijmegen en Utrecht? Dan kies je rijstrook B: dat is de meest rechterrijstrook in jouw richting. Rijstrook C leidt niet naar jouw bestemming en rijstrook A is alleen bedoeld om in te halen.

Rijstrook gesloten of een extra rijstrook

Welke rijstrook je moet hebben, lees je normaal van de blauwe borden af. Maar boven de weg kunnen ook matrixborden (elektronische signaleringsborden) branden. Die gaan vóór alles wat de blauwe borden zeggen.

Een matrixbord kan een nieuwe maximumsnelheid geven, maar ook aangeven of een rijstrook open of gesloten is. Zie je een rood kruis, dan is die rijstrook gesloten en mag je er niet op rijden.

Matrixborden boven de rijstroken met een schuine pijl en een rood kruis

De spitsstrook

Een matrixbord kan ook een extra rijstrook openen. Op sommige wegen verandert de vluchtstrook tijdens de spits dan in een spitsstrook. Op het matrixbord staat een groene pijl naar beneden ↓. Dat betekent dat je over de witte doorgetrokken streep mag rijden en de spitsstrook mag gebruiken.

De spitsstrook wordt op dat moment de meest rechterrijstrook. En omdat je altijd zoveel mogelijk rechts moet houden, ben je dan zelfs verplicht om hem te gebruiken.

Dat een spitsstrook open is, zie je op drie manieren: de groene pijl op het matrixbord, een bord langs de weg met de tekst "spitsstrook open", en een bord met het aantal rijstroken van de normale rijbaan gevolgd door een doorgetrokken streep met de spitsstrook ernaast.

Matrixbord met groene pijl naar beneden en de drie spitsstrookborden: einde spitsstrook, spitsstrook open en spitsstrook gesloten
Deze drie borden lijken op elkaar: A = van de spitsstrook af, B = spitsstrook open, C = spitsstrook gesloten.

Borden die iets over rijstroken zeggen

Boven en langs de weg staan borden die met pijlen laten zien wat er met de rijstroken gebeurt. De richting van de pijlen bepaalt de betekenis.

  • Samenvoeging: een pijl wijst naar de andere pijlen toe. Een rijstrook eindigt en voegt samen.
  • Splitsing: een pijl wijst van de andere pijlen af. De rijstroken gaan uit elkaar.
  • Taps toelopende aansluiting: alle pijlen wijzen dezelfde kant op en de middelste lijkt op een schuine T. De invoegstrook gaat vanzelf over in de hoofdrijbaan — je hoeft niet van rijstrook te wisselen. Het aantal pijlen zegt hoeveel rijstroken er samenkomen.
Twee rijstrookborden naast elkaar: links een samenvoeging, rechts een splitsing
Wijst de pijl naar de andere toe, dan is het een samenvoeging. Wijst hij ervan af, dan is het een splitsing.
Rijstrookbord met drie pijlen dezelfde kant op, waarvan de middelste op een schuine T lijkt
De schuine T in het midden: een taps toelopende aansluiting van drie rijstroken.

Het witte onderbord eronder

Onder zo'n bord hangt vaak een wit onderbord. Daarvoor geldt een vaste regel:

  • Staan er twee pijlen op, dan geldt het bord direct.
  • Staat er alleen een afstand op, dan geldt het bord pas na die afstand.

Een bord met "1,3 km" en twee pijlen betekent dus: de komende 1,3 kilometer zijn er twee rijstroken. Daarna verandert er waarschijnlijk weer iets — meestal één rijstrook minder. Een bord met "1,5 km" onder een snelheidsbord van 90 betekent: de komende 1,5 kilometer geldt 90 km/u.

Twee borden met een wit onderbord: één met twee pijlen en een afstand, één met alleen een afstand
Twee pijlen = het geldt nu. Alleen een afstand = het geldt pas verderop.

Van rijstrook wisselen

Van rijstrook wisselen doe je niet zomaar. Of je nu invoegt, inhaalt of gewoon een strook opschuift: kijk eerst goed wie er om je heen rijdt, en let daarna op de borden en de markering op de weg.

Staat er bijvoorbeeld een geel bord dat aangeeft dat de linkerrijstrook ophoudt, dan weet je dat het verkeer op die strook naar rechts moet. Pas dan je snelheid aan en geef die bestuurder ruimte, zodat hij jou niet hoeft af te snijden.

Geel bord langs de weg dat aangeeft dat de linkerrijstrook ophoudt, met een blauwe auto die naar rechts moet
De linkerrijstrook houdt op: geef de blauwe auto ruimte in plaats van hem klem te rijden.

Voorbeeldsituaties

Situatie 1 — drie rijstroken naar Utrecht

Je moet naar Utrecht. Op het bord boven de weg zie je twee pijlen die recht vooruit wijzen naar Utrecht, en één pijl die recht vooruit én naar rechts wijst.

Juiste keuze: opschuiven naar de meest rechter van die drie stroken.

Waarom: alle drie de rijstroken gaan naar Utrecht, dus je bent verplicht de meest rechterrijstrook van jouw richting te nemen.

Situatie 2 — één rijstrook naar Breda

Je bestemming is Breda en je rijdt met een aanhanger. Op het bord zie je dat er maar één rijstrook naar Breda leidt; verderop laat de blokmarkering zien dat dat de meest linkerrijstrook is.

Juiste keuze: tijdig naar de linkerrijstrook.

Waarom: die strook is de enige die jouw kant op gaat, en dan is hij ook meteen de meest rechterrijstrook van jouw richting. Dat je een aanhanger hebt, maakt hier niets uit.

Situatie 3 — een splitsing met blokmarkering naar Rotterdam

Op weg naar Rotterdam kom je een splitsing tegen: een blokmarkering verdeelt de snelweg in twee delen. Beide routes leiden naar Rotterdam. Op het linker bord staat dat de linkerroute verboden is voor vrachtwagens.

Juiste keuze: met een personenauto mag je beide routes nemen, en op de route die je kiest houd je rechts aan.

Waarom: als beide routes naar jouw bestemming gaan, mag je kiezen. Vrachtwagens moeten hier wél verplicht rechts.

Je hebt Voorsorteren & Rijstrookgebruik gehad. Blijft het hangen?

FAQ

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op vragen die vaak terugkomen bij Wegmarkeringen & Kruispunten.

Hoe ver staat een spoorwegbaken met drie strepen van de overweg?

Elke schuine streep op een spoorwegbaken staat voor 80 meter afstand. Drie strepen betekenen dat de overweg zich op 240 meter afstand bevindt.

Wat is de rangorde tussen verkeersregelaars, verkeerslichten en verkeersborden?

Aanwijzingen van verkeersregelaars gaan boven verkeerslichten en verkeersborden. Verkeerslichten gaan boven verkeersborden. Verkeersborden gaan boven de algemene rechtsregel.

Hoe herken je een uitritconstructie op het examen?

Een uitrit heeft doorlopende bestrating over het trottoir of een verlaagde trottoirband. Bestuurders uit een uitrit moeten al het overige verkeer voor laten gaan.

Mag je voor het afslaan over een fietsstrook rijden?

Je mag over een fietsstrook met een onderbroken streep rijden om voor te sorteren. Bij een doorgetrokken streep mag je niet over de fietsstrook rijden.

Wanneer heeft verkeer van rechts geen voorrang op een gelijkwaardig kruispunt?

Verkeer van rechts heeft geen voorrang als het uit een uitrit komt. Een tram heeft op een gelijkwaardig kruispunt wel altijd voorrang.

Wat is het verschil tussen een doorgetrokken en onderbroken streep?

Een doorgetrokken streep mag je nooit overschrijden. Een onderbroken streep mag je overschrijden als dat veilig kan.

Blijf actueel oefenen

Met deze uitleg begrijp je de basis van wegmarkeringen, verkeerslichten en kruispunten. In het verkeer komen veel uitzonderingen voor, zoals tijdelijke markeringen, pijllampen en aanwijzingen van verkeersregelaars; oefen daarom in onze app met de meest actuele CBR-informatie.

Klaar om te oefenen?

Test je kennis van Wegmarkeringen & Kruispunten met 65 oefenvragen in de app.

Je eerste quiz is gratis en zonder account. Daarna vanaf €19,99 voor 90 dagen toegang.