Leer de regels voor parkeren, stilstaan en bijzondere manoeuvres zoals keren en achteruitrijden. Oefen dit CBR-onderwerp gratis met echte theorie-examenvragen.
Parkeren en stilstaan lijken eenvoudig, maar kennen veel regels. Ook bijzondere manoeuvres vragen aandacht om fouten te voorkomen.
Parkeren, Stilstaan & Bijzondere Manoeuvres in het kort
Parkeren en stilstaan: het verschil
Stilstaan is kort stoppen om mensen in of uit te laten stappen of om te laden en lossen. Parkeren is langer stoppen, bijvoorbeeld om te bellen of de navigatie in te stellen.
Verboden plaatsen en borden
Een parkeerverbod wordt aangegeven met een blauw bord met rode rand en diagonale rode streep. Hier mag je niet parkeren, maar wel wachten. Een stopverbod heeft eenzelfde bord met een rode 'X'. Hier mag je niet wachten of parkeren.
Parkeren op speciale plekken
Parkeerplaatsen zijn vaak gemarkeerd met lijnen of gekleurde tegels. Parkeer netjes binnen de lijnen. Parkeerplaatsen kunnen gereserveerd zijn voor bepaalde voertuigen, zoals vrachtwagens of invaliden. Let op de borden.
Parkeren buiten de bebouwde kom en op snelwegen
Buiten de bebouwde kom mag je overal parkeren waar het niet verboden is. Op een voorrangsweg buiten de bebouwde kom is parkeren op de rijbaan verboden. Op snelwegen en autowegen mag je alleen stoppen in noodgevallen, bijvoorbeeld op de vluchtstrook of in een rustgebied.
Bijzondere manoeuvres
Achteruitrijden, in- en uitvoegen, keren, in- en uitstappen, parkeren en wegrijden zijn bijzondere manoeuvres. Voer je er een uit, dan laat je al het andere verkeer voorgaan, ook voetgangers.
Bij CBR-vragen is in- en uitstappen meestal wachten: je stopt alleen zolang dat nodig is om iemand in of uit te laten stappen.
Doe je iets anders, zoals bellen of je navigatie instellen, dan is het geen wachten meer maar parkeren. Dat verschil bepaalt vaak of het wel of niet mag.
Kernregel voor het examen: niet de duur bepaalt of je stilstaat of parkeert, maar de reden. Iemand direct laten in- of uitstappen is stilstaan. Alles daarbuiten is parkeren, ook als het maar tien seconden duurt.
Stilstaan of parkeren?
Stilstaan is stoppen om iemand direct te laten in- of uitstappen, of om direct te laden en lossen.
Parkeren is alles wat daar niet onder valt: bellen, je navigatie instellen, op iemand wachten, of langer blijven staan dan voor het in- en uitstappen nodig is.
Waar stilstaan verboden is, is parkeren dat ook. Andersom niet: waar alleen parkeren verboden is, mag je nog wel iemand laten uitstappen.
Gedwongen of vrijwillig
Sta je stil omdat het moet, bijvoorbeeld voor een verkeerslicht of om voorrang te verlenen, dan is dat gedwongen stilstaan. Dat telt niet als stilstaan in de zin van deze regels en al helemaal niet als parkeren. Vrijwillig stilstaan doe je uit eigen keuze: laten in- of uitstappen, of laden en lossen.
Veilig in- en uitstappen
In- en uitstappen is een van de zes bijzondere manoeuvres. Je laat daarbij al het andere verkeer voorgaan, ook op een parkeerterrein. Wat dat verder betekent, staat in het onderdeel over bijzondere manoeuvres.
Kijk voordat je het portier opent of er een voetganger of fietser langs de auto komt. Anders duw je het portier tegen iemand aan.
Stap je uit aan de kant van de rijbaan, let dan ook op tegemoetkomend verkeer en op verkeer dat van achteren komt.
Kijk om voordat je opent: het portier is de meest voorkomende oorzaak van een aanrijding met een fietser.
CBR-valkuil
Leerlingen zien dat een auto maar kort stilstaat en kiezen dan automatisch voor stilstaan. Het CBR kijkt niet naar de klok maar naar de reden. Even stoppen om te bellen of een adres in te tikken is parkeren, ook als je binnen twintig seconden weer wegrijdt.
Je hebt Parkeren: in- en uitstappen gehad. Blijft het hangen?
Laden en lossen is op het theorie-examen belangrijk omdat het meestal onder stilstaan valt en niet onder parkeren. Daardoor mag het soms nog wel op plekken waar parkeren verboden is.
Je moet vooral herkennen wanneer je echt alleen bezig bent met laden en lossen, en wanneer het volgens het CBR toch gewoon parkeren is.
Kernregel voor het examen: laden en lossen is stilstaan. Daarom mag het nog wel bij een parkeerverbod, maar niet bij een stopverbod of een doorgetrokken gele streep.
Wat valt onder laden en lossen?
Je bent aan het laden of lossen zolang je goederen direct in of uit de auto haalt en direct naar de plek van bestemming brengt. Zodra je iets anders gaat doen, of langer blijft staan dan daarvoor nodig is, parkeer je.
Wat je doet
Stilstaan of parkeren?
Dozen uitladen en meteen naar binnen brengen
Stilstaan
Iemand laten in- of uitstappen
Stilstaan
Wachten tot de winkel opengaat om te kunnen lossen
Parkeren
Je telefoon pakken of je navigatie instellen
Parkeren
Waar je met die uitkomst wel of niet mag staan, lees je af aan het bord of aan de trottoirband. Die staan in het onderdeel over de parkeerborden.
Twee plekken met een eigen regel
Op een erf mag je alleen in de vakken parkeren, maar laden en lossen mag er wel, ook buiten een vak.
Bij een bushalte mag je alléén mensen laten in- en uitstappen. Laden en lossen mag daar niet, ook al is dat verder gewoon stilstaan. Hoeveel afstand je van een halte moet houden, staat in het onderdeel over stilstaan.
CBR-valkuil
Veel leerlingen denken dat je bij een parkeerverbod ook niet mag laden en lossen. Dat is onjuist: bij één rode streep mag laden en lossen gewoon. Alleen bij een rood kruis en bij een doorgetrokken gele streep mag het niet.
Je hebt Parkeren: Laden en lossen gehad. Blijft het hangen?
Parkeren mag in principe overal waar het niet verboden is. De vraag op het examen is dus zelden of parkeren mag, maar waar precies: op de rijbaan, in een vak of in de berm.
Let op de plekken met een eigen regel: het erf, de voorrangsweg buiten de bebouwde kom en de autosnelweg.
Kernregel voor het examen: je mag parkeren waar het niet verboden is, binnen en buiten de bebouwde kom. In de berm mag het altijd. Er is één plek waar parkeren verboden is zonder dat er een bord staat: op de rijbaan van een voorrangsweg buiten de bebouwde kom.
Waar mag je je auto neerzetten?
Op de rijbaan, overal waar het niet verboden is.
In een parkeervak.Zet de auto netjes binnen de lijnen, zodat je niet twee plekken tegelijk bezet houdt.
In de berm. Daar mag je altijd stilstaan en parkeren, ook als er langs de rijbaan een verbodsbord staat. Datzelfde geldt voor een parkeervak naast zo'n bord: waarom dat zo is, staat bij de borden.
Auto met aanhangwagen
Een gewoon parkeervak is meestal te kort voor een auto met aanhangwagen. Koppel de aanhangwagen dan los en zet hem in een eigen vak.
Suggestiestrook
Een suggestiestrook is de strook die met onderbroken strepen langs de kant van de rijbaan is afgescheiden. Het is geen fietsstrook en geen aparte rijstrook, maar een suggestie. Je mag er overheen rijden, er stilstaan en er zelfs parkeren.
Plekken met een eigen regel
Erf
Op een erf mag je alleen parkeren in de daarvoor bestemde vakken. Stilstaan om iemand te laten in- of uitstappen of om te laden en lossen mag er wel, ook buiten een vak.
Zie je dit bord, dan zoek je een vak. Buiten een vak parkeren mag op een erf niet, hoe rustig het er ook is.
Buiten de bebouwde kom
Ook buiten de bebouwde kom mag je parkeren waar het niet verboden is. Er is één uitzondering die het CBR graag vraagt:
Buiten de bebouwde kom + voorrangsweg + op de rijbaan = niet parkeren.
Stilstaan op de rijbaan mag daar wel, en parkeren in de berm ook. De combinatie geldt alleen buiten de bebouwde kom; binnen de kom is een voorrangsweg geen reden om niet te parkeren.
Op de rijbaan van deze voorrangsweg mag je niet parkeren; in de berm ernaast wel.
Autosnelweg en autoweg
Daar mag je niet parkeren en niet stilstaan, behalve bij nood. Die regels staan bij elkaar in het onderdeel over stilstaan.
Voorbeeldsituaties zoals bij het CBR
Situatie 1
Je staat buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg en laat een passagier uitstappen. Dit mag. Het verbod geldt alleen voor parkeren; stilstaan op de rijbaan is er gewoon toegestaan.
Situatie 2
Langs de rijbaan staat een parkeerverbodsbord. Naast de weg ligt een duidelijk gemarkeerd parkeervak. Je mag in het vak parkeren. Het bord geldt alleen voor de rijbaan.
Situatie 3
Je rijdt een erf op en zet de auto half op de klinkers naast een vak, omdat de vakken vol zijn. Dit mag niet. Op een erf parkeer je in een vak of je parkeert er niet.
Je hebt Parkeren: parkeren gehad. Blijft het hangen?
Twee borden bepalen bijna elke parkeervraag op het examen: het parkeerverbod met een rode streep en het stopverbod met een rood kruis. Eén streep verbiedt alleen parkeren, een kruis verbiedt alles.
Dezelfde twee regels staan soms niet op een bord maar op de trottoirband, in geel.
Kernregel voor het examen: tel de rode strepen. Eén schuine streep verbiedt alleen parkeren, twee strepen in een kruis verbieden alles. Dezelfde twee regels staan soms niet op een bord maar in geel op de trottoirband.
De twee borden
E1 — parkeerverbod. Aan de kant van de weg waar dit bord staat, mag je niet parkeren. Stilstaan mag hier wél: iemand laten in- of uitstappen en laden en lossen zijn toegestaan.
E2 — verbod stil te staan. Hier mag je niets: niet parkeren en ook niet stilstaan. Geen passagier laten uitstappen, geen doos uitladen. Zie je een X, dan mag je niets.
Het woord ZONE erboven
Staat er ZONE boven het verbodsbord, dan geldt het verbod niet alleen aan die kant van de weg, maar in het hele gebied en aan beide kanten. Het verbod loopt door tot je het bord met "einde zone" tegenkomt.
Zonder ZONE geldt het verbod aan één kant van de weg, met ZONE in het hele gebied.
Naast een parkeervak
Staat zo'n verbodsbord naast een gemarkeerd parkeervak, dan geldt het verbod alleen voor de rijbaan. In het vak mag je gewoon parkeren.
De gele trottoirband
Een parkeerverbod of stopverbod staat niet altijd op een bord. Soms is de trottoirband (de stoeprand) geel geverfd, en dan gelden dezelfde twee regels.
Onderbroken gele streep — werkt als het parkeerverbodsbord: niet parkeren, wel stilstaan.
Doorgetrokken gele streep — werkt als het stopverbod: niet stilstaan en dus ook niet parkeren.
Onderbroken geel: uitstappen mag. Doorgetrokken geel: niet stoppen.
Wat mag waar: het overzicht
Wat je ziet
Parkeren
Stilstaan
Bord E1, parkeerverbod
Nee
Ja
Bord E2, verbod stil te staan
Nee
Nee
Onderbroken gele streep
Nee
Ja
Doorgetrokken gele streep
Nee
Nee
Parkeervak naast een verbodsbord
Ja
Ja
Berm naast een verbodsbord
Ja
Ja
Erf, buiten een vak
Nee
Ja
De vorm en de kleur van een bord lees je op dezelfde manier als alle andere borden: rond met rood is een verbod, vierkant geeft informatie, en een onderbord lees je samen met het bord erboven. Dat staat in het onderwerp Verkeersborden, Signalen & Richtingen.
Je hebt Parkeren: borden gehad. Blijft het hangen?
Stilstaan mag binnen en buiten de bebouwde kom overal waar het niet verboden is. Toch zijn er plekken waar je niet mag stilstaan zonder dat er een bord staat.
Voor het CBR moet je die plekken uit je hoofd kennen: de rijbaan zelf, de fietsstrook, het zebrapad, de bushalte en de snelweg.
Kernregel voor het examen: stilstaan mag binnen en buiten de bebouwde kom overal waar het niet verboden is. Maar op een handvol plekken is het verboden zonder dat er een bord staat, en die moet je uit je hoofd kennen.
Niet op de rijbaan zelf
Midden op de rijbaan stilstaan mag niet: je blokkeert dan het verkeer achter je.
Ligt er een fietsstrook naast jouw rijstrook, dan mag je die gebruiken om voor te sorteren, maar je mag er niet op stilstaan. Náást de fietsstrook stilstaan mag ook niet, want dan sta je midden op de rijbaan.
Hetzelfde geldt voor een trambaan en een busbaan.
Afstand houden
Zebrapad, kruispunt en hoek: 5 meter
Sta je in de buurt van een zebrapad stil, dan houd je minimaal 5 meter afstand, zodat de oversteekplaats vrij blijft en voetgangers zichtbaar zijn. Dezelfde 5 meter geldt bij een kruispunt en bij een hoek.
Vijf meter vrijhouden bij een zebrapad, een kruispunt en een hoek.
Bushalte: 12 meter
Bij een bushalte zonder zwart-witte blokmarkering houd je minstens 12 meter afstand. Dat is ongeveer één buslengte, zodat de bus de halte in en uit kan.
Bij een halte mag je alleen mensen laten in- en uitstappen. Laden en lossen mag daar niet en parkeren al helemaal niet.
Ligt er binnen die 12 meter een parkeervak, dan mag je daar wel stilstaan en parkeren.
Twaalf meter is ongeveer één buslengte: genoeg ruimte voor de bus om aan te sluiten.
Autosnelweg en autoweg
Op en langs een autosnelweg of autoweg is stilstaan én parkeren verboden. Er is één reden waarom je daar wel mag stoppen: nood.
Krijg je pech, dan stop je op de vluchtstrook, op een parkeerhaven of naast de rijbaan.
Datzelfde mag als je 112 moet bellen na een ernstig ongeval waar je zelf niet bij betrokken bent.
Wil je een gesprek aannemen of je navigatie instellen, dan rijd je door tot een tankstation, verzorgingsplaats of aangewezen parkeerplaats. Dat is namelijk parkeren, en dat mag op de weg zelf nooit.
Vanaf dit bord geldt de snelwegregel: alleen stoppen bij nood, en dan op de vluchtstrook of een parkeerhaven.
Op de autoweg gelden dezelfde regels voor stilstaan en parkeren als op de autosnelweg.
Je hebt Parkeren: Stilstaan gehad. Blijft het hangen?
Bij een parkeerschijfzone mag je alleen parkeren in de aangegeven vakken of bij blauwe markering, voor een beperkte tijd en met een goed ingestelde parkeerschijf.
Andere parkeervakken zijn gereserveerd voor een bepaald voertuig of voor vergunninghouders. Kijk dus altijd of het vak voor jou bedoeld is.
Kernregel voor het examen: een parkeervak is niet automatisch voor jou. Kijk naar de kleur van de markering en naar het bord ernaast. Stilstaan om iemand te laten in- of uitstappen of om te laden en lossen mag bij al deze vakken wél.
Parkeerschijfzone
Blauwe strepen langs de vakken of een blauwe trottoirband betekenen een parkeerschijfzone, ook wel blauwe zone. Je mag daar maar een beperkte tijd parkeren, en alleen in de vakken die zijn gemarkeerd of van een blauwe streep zijn voorzien.
E10 — begin parkeerschijfzone. Vanaf hier heb je een parkeerschijf nodig om te mogen parkeren.
E11 — einde parkeerschijfzone. Vanaf hier geldt de schijfplicht niet meer.
De parkeerschijf gebruiken
Zet de schijf op je aankomsttijd en leg hem achter de voorruit, zodat de parkeerwachter hem kan zien.
Je mag de aankomsttijd in je voordeel afronden, meestal naar het volgende halve uur. Kom je om 13:35 aan, dan mag de schijf op 14:00. Kom je om 14:15 aan, dan mag hij op 14:30.
Staan er dagen of uren op een onderbord, dan geldt de schijfplicht alleen dan. Buiten die tijden parkeer je er zonder schijf.
Stilstaan mag hier zonder parkeerschijf, zolang je alleen iemand laat in- of uitstappen of laadt en lost.
Zichtbaar achter de voorruit, ingesteld op het afgeronde aankomsttijdstip.
Vakken die voor een bepaald voertuig zijn
Een blauw bord met een P en een symbool eronder zegt voor wie het vak bedoeld is. Staat er een personenauto onder, dan is het vak voor personenauto's; staat er een vrachtwagen onder, dan alleen voor vrachtwagens. Hetzelfde geldt voor taxistandplaatsen.
E4 — parkeergelegenheid. Zonder onderbord of symbool mag iedereen hier parkeren.
E6 — gehandicaptenparkeerplaats. Alleen voor houders van een gehandicaptenparkeerkaart.
E9 — vergunninghouders. Alleen bestuurders met de bijbehorende parkeervergunning mogen hier parkeren. Je ziet dit bord vooral in steden, waar de plekken voor bewoners vrij moeten blijven.
Bij al deze vakken geldt hetzelfde: parkeren mag niet, stilstaan wel. Iemand laten in- of uitstappen of laden en lossen is toegestaan. Even blijven zitten om te bellen niet, want dat is parkeren.
Wit kruis of NP
Zie je een vak of een stuk tussen twee vakken met een wit kruis erin, of met de letters NP, dan mag je daar niet parkeren. Vaak zou je anders een uitrit blokkeren.
Een wit kruis of NP houdt de uitrit vrij: hier niet parkeren.
Parkeren onderweg: recreatie en P+R
Twee vierkante blauwe borden wijzen je naar een parkeerplaats in plaats van dat ze iets verbieden.
Recreatiegebied. Een blauwe rechthoek met een P en het symbool van een uitrustend persoon: hier parkeren bezoekers van het recreatiegebied.
P+R. Staat voor Park and Ride: je zet de auto neer en reist verder met het openbaar vervoer. Handig te onthouden als Parkeren + Rails, want daar rijden de trein, tram en metro.
Links het recreatiegebied, rechts P+R: parkeren en overstappen op het openbaar vervoer.
Je hebt Parkeren: Parkeerschijf en meer parkeren gehad. Blijft het hangen?
Bij een bijzondere manoeuvre moet jij het overige verkeer altijd voor laten gaan. Denk aan achteruitrijden, invoegen, keren, uitstappen, parkeren en wegrijden.
Voor het CBR is de hoofdvraag steeds: ben jij degene die de manoeuvre uitvoert? Dan mag je niemand hinderen of laten schrikken.
Kernregel voor het examen: voer jij een bijzondere manoeuvre uit, dan laat je al het overige verkeer voorgaan, ook voetgangers en ook op een parkeerterrein. Doet een ánder de manoeuvre, dan heb jij voorrang.
De zes bijzondere manoeuvres
Achteruitrijden
In- en uitvoegen
Keren
In- en uitstappen
Parkeren
Wegrijden
Voer ze rustig uit, zodat je niemand laat schrikken. De examenvraag is bijna altijd dezelfde: wie doet hier iets bijzonders? Die bestuurder wacht.
Komt er iemand achteruit uit een parkeervak of voegt iemand in, dan hoef jij niet te stoppen. Ga er alleen nooit blind van uit dat de ander ook echt wacht: een botsing voorkomen gaat vóór je voorrang.
Uitzondering: de bus bij een halte
Geeft een bus binnen de bebouwde kom aan dat hij van een halte wil wegrijden, dan moet je hem vóór laten gaan. Dat geldt voor alle bussen: lijnbussen, touringcars, schoolbussen.
Binnen de bebouwde kom rijd je maximaal 50 km/u, dus je kunt op tijd stoppen. Daarom heeft de bus daar voorrang.
Buiten de bebouwde kom rijd je tot 80 km/u en is plotseling stoppen gevaarlijk. Daar hoef je de bus niet voor te laten gaan; die wacht tot jij voorbij bent.
Staat de bus stil omdat er nog mensen instappen en geeft hij geen richting aan, dan kun je hem rustig voorbijrijden. Let wel op tegenliggers.
Komt een touringcar uit een parkeervak in plaats van van een halte, dan geldt de uitzondering niet en heb jij gewoon voorrang.
Invoegen en uitvoegen
Invoegen is een bijzondere manoeuvre, dus het verkeer op de rijstrook waar jij heen wilt gaat eerst. Je hoeft niet de hele invoegstrook te gebruiken: zodra je genoeg snelheid hebt en er ruimte is, mag je erin. Schuif daarna niet in één keer meerdere rijstroken op; eerst invoegen, opnieuw kijken, en pas dan eventueel nog een strook.
Jij voert de manoeuvre uit, dus het verkeer op de doorgaande rijstrook gaat eerst.
Wil jij invoegen terwijl een ander op diezelfde plek wil uitvoegen, dan wacht jij. Net als bij een lift: eerst laten uitstappen, dan pas instappen.
Uitvoegen gaat voor invoegen.
Keren
Op een gewone weg mag keren, maar alleen als het veilig kan. Buiten de bebouwde kom op een weg met verkeer in twee richtingen lukt dat meestal.
Ligt er een doorgetrokken streep, dan mag je niet keren.
Op een autoweg en een autosnelweg mag keren nooit, ook niet als er geen middenberm ligt: het verkeer komt daar met hoge snelheid aan. Een autoweg herken je aan het blauwe bord met een auto erop, of aan een groene middenstreep. Je rijdt door tot je een plek vindt waar keren wel kan.
Op een eenrichtingsweg mag keren niet, want dan zou je tegen het verkeer in rijden.
Dit ronde blauwe bord met de schuine pijl naar rechtsonder betekent dat je rechts van de middengeleider moet blijven. Links langs het bord rijden is verboden, want dan rijd je tegen het verkeer in. Keren en linksaf slaan mag hier wél.
Verkeerde afslag genomen
Mis je een afslag, dan kun je soms nog terug, maar alleen als dat veilig kan en je de eerste afslag nog niet voorbij bent. Ben je die al gepasseerd, dan rijd je door tot de volgende afslag.
Achteruitrijden en wegrijden
Achteruitrijden mag op een gewone weg, binnen en buiten de bebouwde kom, zolang je niemand hindert. Het blijft een bijzondere manoeuvre, dus je kijkt extra goed en rijdt stapvoets.
Achteruitrijden mag alleen als je niemand hindert, ook geen voetganger.
Wegrijden mag pas als je geen andere weggebruiker hindert. Geef daarbij richting aan, ook als je denkt dat er niemand aankomt.
Voorbeeldsituaties zoals bij het CBR
Situatie 1
Je rijdt rechtdoor over een parkeerterrein. Rechts komt een auto achteruit uit een vak. De ander wacht. Achteruitrijden is een bijzondere manoeuvre; jij hoeft niet te stoppen, maar houd hem wel in de gaten.
Situatie 2
Je rijdt binnen de bebouwde kom en een lijnbus geeft bij een halte richting aan om weg te rijden. Jij remt en laat de bus voorgaan. Buiten de bebouwde kom zou je gewoon door mogen rijden.
Situatie 3
Je rijdt buiten de bebouwde kom op een tweerichtingsweg de verkeerde kant op en wilt keren. Er ligt een doorgetrokken streep. Dit mag niet. Rijd door tot een plek waar de streep onderbroken is.
CBR-valkuil
Leerlingen denken dat je met de hele invoegstrook of met genoeg snelheid het recht krijgt om erin te gaan. Dat is niet zo: invoegen blijft een bijzondere manoeuvre, dus het verkeer op de doorgaande rijstrook gaat altijd eerst. Vergeet daarnaast de voetgangers niet — bij uitstappen en op parkeerterreinen tellen die net zo goed mee als auto's.
Je hebt Bijzondere manoeuvres gehad. Blijft het hangen?
FAQ
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op vragen die vaak terugkomen bij Parkeren, Stilstaan & Bijzondere Manoeuvres.
Wat zijn bijzondere manoeuvres volgens het CBR?
Bijzondere manoeuvres zijn onder andere achteruitrijden, keren (waar toegestaan), parkeren, stilstaan buiten het normale verkeer, en (af)voegen. Ze vragen extra oplettendheid omdat andere weggebruikers je beweging niet altijd verwachten.
Is invoegen op de snelweg een bijzondere manoeuvre?
Ja. Invoegen op de snelweg is een bijzondere manoeuvre: je verleent voorrang aan verkeer op de hoofdrijbaan, gebruikt de invoegstrook en past je snelheid aan vóór je invoegt. Het CBR toetst dit met video-scenario's.
Blijf actueel oefenen
Met deze basis weet je het verschil tussen parkeren, stilstaan en bijzondere manoeuvres. Er zijn nog meer uitzonderingen bij borden, zones, kruispunten, bushaltes en uitritten; oefen in onze app met actuele CBR-informatie zodat je in elke situatie de juiste keuze maakt.
Klaar om te oefenen?
Test je kennis van Parkeren, Stilstaan & Bijzondere Manoeuvres met 75 oefenvragen in de app.
Je eerste quiz is gratis en zonder account. ·Daarna vanaf €19,99 voor 90 dagen toegang.