Illustratie van een militaire colonne met konvooivlag als bijzondere weggebruiker

Voorrang & Speciale Weggebruikers

75 Vragen
Moeilijk
5 Onderdelen

De complete CBR voorrangsregels, voorrangsvoertuigen, trams, militaire colonnes, rouwstoeten en aanwijzingen van verkeersregelaars.

Chris Prosman Chris Prosman

Leerstof

Wat ga je leren?

Voorrang in het verkeer is gebaseerd op een vaste rangorde. Op het CBR-examen moet je de regels tussen bestuurders, voetgangers en speciale voertuigen feilloos toepassen.

Voorrang & Speciale Weggebruikers in het kort

CBR Rangorde van Verkeersregels

Op een kruispunt geldt altijd een strikte hiërarchie. Je volgt de regels in deze vaste volgorde van hoog naar laag.

  • 1. Aanwijzingen van bevoegde personen: Verkeersregelaars en politie gaan boven alle tekens en regels.
  • 2. Verkeerslichten: Lichtsignalen gaan boven verkeersborden en wegmarkeringen.
  • 3. Verkeersborden en tekens: Voorrangsborden en haaientanden gaan boven algemene regels.
  • 4. Algemene verkeersregels: Rechts heeft voorrang op gelijkwaardige kruispunten.

CBR Examenezelbruggetje:
Aanwijzing > Verkeerslicht > Verkeersbord > Algemene regel.

Basisregels Voorrang & Gelijkwaardige Kruispunten

Wat is een gelijkwaardig kruispunt?

Een gelijkwaardig kruispunt heeft geen voorrangsborden, haaientanden of verkeerslichten. Op dit kruispunt geldt altijd de hoofdregel: rechts heeft voorrang.

1780899299244_screenshot-2026-05-20-at-164406

De 3 CBR Hoofdregels voor Voorrang

Op een gelijkwaardig kruispunt pas je drie vaste regels toe in een strikte volgorde.

  • 1. Bestuurders van rechts: Verleen voorrang aan alle bestuurders die van rechts naderen.
  • 2. Rechtdoor op dezelfde weg: Rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor afslaand verkeer.
  • 3. Korte bocht gaat voor lange bocht: Bestuurders die rechtsaf slaan gaan voor bestuurders die linksaf slaan.

Het stappenplan: van bord naar regel

Die drie hoofdregels gelden pas als de borden en tekens niets zeggen. Op het examen los je élke voorrangsvraag daarom op met hetzelfde stappenplan — en altijd in deze volgorde.

  1. Stap 1 — Volg de borden en tekens. Kijk eerst wie er een voorrangsbord, een stopbord of haaientanden heeft. Is daarmee alles duidelijk, dan ben je klaar.
  2. Stap 2 — Bestuurders van rechts gaan voor. Regelen de borden het niet? Kijk dan wie er van rechts komt. Komt er niemand van rechts, dan rijden jullie op dezelfde weg — ga naar stap 3.
  3. Stap 3 — Rechtdoor gaat voor afslaan, korte bocht gaat voor lange bocht. Gaat iemand rechtdoor op dezelfde weg, dan mag die voor. Wil je allebei afslaan, dan gaat de korte bocht (rechtsaf) voor de lange bocht (linksaf).

Spring nooit van stap 1 naar stap 3. Bestuurders van rechts gaan altijd vóór bestuurders op dezelfde weg. Sla je stap 2 over, dan komt de volgorde bijna altijd verkeerd uit.

En onthoud: voorrang moet je krijgen, niet nemen. Ook als jij aan de beurt bent, blijf je kijken of de ander je die voorrang ook echt geeft.

Een waarschuwingsbord is geen voorrangsbord

In stap 1 kijk je naar borden die de voorrang regelen. Een driehoekig waarschuwingsbord doet dat niet. Een bord dat waarschuwt voor een kruising met een fietspad betekent alleen: pas op, fietsverkeer van links en rechts. Het zegt niets over wie er voor mag.

Hetzelfde geldt voor strepen op het wegdek die op pianotoetsen lijken: die waarschuwen voor een drempel, niet voor voorrang.

Staat er dus alleen zo'n waarschuwingsbord, dan ga je gewoon door naar stap 2. Komt de fietser van rechts, dan verleen jij voorrang.

Kruispunt met een waarschuwingsbord voor fietsers en drempelstrepen op het wegdek, zonder voorrangsborden
Geen voorrangsbord in zicht: het waarschuwingsbord en de drempelstrepen regelen niets. Door naar stap 2.

Het verschil tussen bestuurders en voetgangers

Voetgangers zijn wettelijk geen bestuurders. Op een gelijkwaardig kruispunt hebben voetgangers van rechts geen voorrang.

Fietsers, snorfietsers en ruiters zijn wel bestuurders. Zij krijgen op een gelijkwaardig kruispunt wel voorrang van rechts.

Voetgangers hebben wel voorrang als zij rechtdoor lopen op dezelfde weg als een afslaande auto.

Het fietspad naast de weg telt als dezelfde weg

Bij stap 3 draait alles om de vraag wat "dezelfde weg" is. Een fietspad dat naast de rijbaan loopt, hoort daar gewoon bij — ook als er een berm tussen ligt.

Sla je af, dan moet je dus kijken of er naast je een fietser rechtdoor gaat. Die rijdt rechtdoor op dezelfde weg en heeft daarmee voorrang op jou.

Auto die afslaat terwijl een fietser rechtdoor gaat op het fietspad naast de rijbaan, met een berm ertussen
Een berm ertussen verandert niets: het fietspad hoort bij dezelfde weg, dus rechtdoor gaat voor afslaan.

Vergelijkingstabel Voorrangsregels

Verkeersdeelnemer van rechts Is het een bestuurder? Voorrang op gelijkwaardig kruispunt?
Fietsers en e-bikes Ja Ja, verleen voorrang
Snorfietsers en bromfietsers Ja Ja, verleen voorrang
Ruiters en geleiders van vee Ja Ja, verleen voorrang
Voetgangers en voetgangers met hond Nee Nee, geen voorrang van rechts
Personen op een ruiterspoor of skeelers Nee (voetganger) Nee, geen voorrang van rechts
Bestuurder van een brommobiel Ja (geldt als motorvoertuig) Ja, verleen voorrang
Tram Ja Altijd voorrang, ook van links

Wanneer je de borden mag wegdenken

Kijk niet alleen naar het bord dat jij hebt, maar bedenk ook welk bord de ánder heeft. Dat kun je vaak gewoon afleiden.

Heb jij een stopbord, dan heeft je tegenligger op dezelfde weg dat ook. Jullie borden zijn dan gelijk en heffen elkaar op: je mag ze wegdenken en de standaard voorrangsregels gelden weer. Degene die rechtdoor gaat op dezelfde weg mag dan voor.

De algemene regel: rijden twee bestuurders op dezelfde weg, dan hebben ze meestal dezelfde borden en tekens — en dan tellen die borden onderling niet mee.

Er is één situatie waarin dat anders ligt: bij een afbuigende voorrangsweg. Dan kan het gebeuren dat jij en je tegenligger verschillende tekens hebben, terwijl de bestuurder van rechts juist dezelfde haaientanden heeft als jij. Op het onderbord zie je met een dikke streep welke weg de voorrangsweg is; de dunne streepjes zijn de wegen met haaientanden. Rijdt er niemand op de voorrangsweg en hebben jij en de ander allebei haaientanden, dan gelden gewoon de standaardregels — en gaat de bestuurder van rechts voor.

Als de verkeerslichten niet werken

Verkeerslichten gaan boven borden en tekens op de weg. Maar dat geldt alleen zolang ze werken.

Staan de lichten uit, knipperen ze geel/oranje of zijn ze defect? Dan gelden ze niet, en val je terug op de borden en tekens op de weg. Zijn die er ook niet, dan is het alsnog een gelijkwaardig kruispunt en gaat rechts voor.

Voorbeeldsituatie: De Driehoek van Rechts

Als drie bestuurders elkaar van rechts naderen, ontstaat een blokkade. De bestuurder die geen gehinderd verkeer van rechts heeft mag als eerste rijden.

Situatie waarin drie bestuurders op een gelijkwaardig kruispunt staan

Zoek degene die het meest van rechts komt

Een variant die vaak op het examen terugkomt: de bestuurder van rechts heeft zélf ook iemand aan zijn rechterkant.

Stel: er komt een motor van rechts ten opzichte van een vrachtauto, en er komt een fietser van rechts ten opzichte van die motor. Rechts van de fietser komt niemand meer. Dan mag de fietser als eerste, daarna de motor, en de vrachtauto als laatst.

De truc is dus: zoek de bestuurder die zelf niemand meer van rechts heeft. Die begint, en van daaruit werk je terug.

Gelijkwaardig kruispunt met een lesauto, een motor van rechts en een fietser die weer van rechts van de motor komt
Volgorde: eerst de fietser (niemand van rechts), dan de motor, dan vrachtauto.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Heeft een fietser van rechts voorrang?

Ja, een fietser is een bestuurder. Op een gelijkwaardig kruispunt verleen je voorrang aan een fietser van rechts.

Heeft een voetganger van rechts voorrang?

Nee, een voetganger is geen bestuurder. Op een gelijkwaardig kruispunt krijgt een voetganger van rechts geen voorrang.

Wat betekent rechtdoor op dezelfde weg gaat voor?

Verkeer dat op dezelfde weg rechtdoor blijft rijden heeft voorrang op afslaand verkeer. Dit geldt ook voor voetgangers.

Gelden verkeersborden nog als de verkeerslichten uit staan?

Ja. Uitgeschakelde, geel knipperende of defecte verkeerslichten gelden niet. Je volgt dan de borden en tekens op de weg; zijn die er niet, dan is het een gelijkwaardig kruispunt.

Je hebt Basisregels Voorrang & Gelijkwaardige Kruispunten gehad. Blijft het hangen?

Wat zijn voorrangsborden en tekens?

Voorrangsborden en wegmarkeringen geven aan wie voorrang heeft op een kruispunt. Zij overschrijven de standaardregel rechts heeft voorrang.

De Belangrijkste Voorrangsborden op het Examen

Op het CBR-examen moet je de betekenis van elk voorrangsbord direct herkennen.

  • Bord B1 Voorrangsweg Bord B1 (Voorrangsweg): Je rijdt op een voorrangsweg. Je hebt voorrang op bestuurders van zijwegen.
  • verkeersbord-rvv-b02-einde-voorrangswegBord B2 (Einde voorrangsweg): De voorrangsweg eindigt. Je moet weer rekening houden met verkeer van rechts.
  • verkeersbord rvv b03 voorrangskruispunt je hebt voorrangBord B3 (Voorrangskruispunt): Je nadert een kruispunt waar je voorrang hebt op bestuurders van de zijwegen.
  • verkeersbord rvv b06 voorrangskruising verleen voorrangBord B6 (Verleen voorrang): Omgekeerde driehoek. Je moet voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.
  • verkeersbord rvv b06 voorrangskruising verleen voorrangBord B7 (Stopbord): Je moet verplicht stoppen voor de stopstreep. Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.

Ezelsbruggetjes voor de vier voorrangsborden

Bij een voorrangskruispunt kom je vier voorrangsborden tegen: bij twee ervan moet je voorrang verlenen, bij twee ervan krijg je voorrang.

  • Verlenen — B6: de omgekeerde driehoek heeft precies de vorm van een haaientand, net als de tekens op het wegdek. Bord en haaientanden betekenen hetzelfde: voorrang verlenen aan bestuurders van links én rechts op de kruisende weg.
  • Verlenen — B7: het stopbord spreekt voor zich. Het enige verschil met haaientanden is dat je hier altijd fysiek moet stoppen, ook als je denkt dat er niemand aankomt. Zo'n bord staat er meestal omdat het kruispunt onoverzichtelijk is.
  • Krijgen — B1: het vrolijke gele bord lijkt een beetje op een ei — je mag eeeeiindelijk lekker doorrijden. Andere bestuurders verlenen jou voorrang op elk kruispunt, totdat de voorrangsweg eindigt.
  • Krijgen — B3: de dikke pijl is de grote weg, de dunne streepjes zijn de zijwegen die erop uitkomen. De dikke streep gaat boven de dunne: jij hebt voorrang op het verkeer uit de zijwegen.

Let op de stopstreep zelf: die geeft alleen aan waar je moet stoppen, en betekent verder niets. Je ziet hem ook onder verkeerslichten, waar je bij groen gewoon doorrijdt. Alleen het stopbord betekent stop.

Haaientanden op de Weg

Haaientanden zijn witte driehoeken op het wegdek. Zij verplichten je om voorrang te verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.

Haaientanden gelden alleen tegenover bestuurders. Voetgangers op de kruisende weg krijgen door haaientanden geen voorrang.

Haaientanden op de weg bij een voorrangskruispunt

Haaientanden of pianotoetsen?

Er is één soort streep op het wegdek dat vaak met haaientanden wordt verward: brede witte blokken die met een beetje fantasie op pianotoetsen lijken. Die hebben niets met voorrang te maken — ze waarschuwen alleen voor een drempel.

Bord J38: waarschuwing voor een verkeersdrempel
Bord J38 (Verkeersdrempel): hoort bij de pianotoetsen op het wegdek. Een drempel, geen voorrangsteken.

Het verschil: haaientanden zijn driehoeken met de punt naar jou toe, dwars over jouw rijstrook. Pianotoetsen zijn rechthoekige blokken en staan meestal in de lengterichting van de drempel.

Haaientanden op het wegdek naast drempelstrepen die op pianotoetsen lijken
Links haaientanden (voorrang verlenen), rechts de pianotoetsen van een drempel (geen voorrangsteken).

Het Verschil tussen een Uitrit en een Kruispunt

Het uitrijden van een uitrit is een bijzondere manoeuvre. Je moet al het verkeer voor laten gaan, inclusief voetgangers.

Een uitrit herken je aan een doorlopend trottoir of een inritband. Een gelijkwaardig kruispunt heeft geen doorlopende constructie.

Uitritconstructie met doorlopend trottoir

Niet elke uitrit heeft een verlaagde stoeprand

De verlaagde stoeprand is het duidelijkste kenmerk, maar hij is niet verplicht. Ontbreekt die constructie, dan is het geen uitrit en gelden gewoon de normale voorrangsregels. Kijk dus altijd naar het wegdek zelf en niet alleen naar het bordje op de poort.

Eerst eruit, dan erin

Is een uitrit smal en komt er een auto uit terwijl jij er juist in wilt? Laat die auto dan eerst gaan. Zo houdt hij ruimte om de uitrit te verlaten en houd jij daarna ruimte om er zelf in te rijden. Het principe is simpel: eerst eruit, dan erin.

Smalle uitrit waarbij een auto naar buiten rijdt terwijl een andere auto naar binnen wil
Eerst eruit, dan erin: allebei tegelijk past niet.

Van Onverharde Weg naar Verharde Weg

Een bestuurder op een onverharde weg moet voorrang verlenen aan alle bestuurders op de verharde weg.

Deze regel geldt alleen tegenover bestuurders. Voetgangers op de verharde weg krijgen hier geen voorrang van de onverharde weg.

Aansluiting van een zandpad op een geasfalteerde weg

Denk je onzichtbare haaientanden in

Van een onverharde weg spreken we als er geen harde laag ligt: geen asfalt, tegels of beton, maar zand of grind. Je herkent hem meestal meteen aan de bruine, zanderige kleur.

Het handigste ezelsbruggetje: stel je voor dat er bij het verlaten van een onverharde weg altijd haaientanden liggen. Dan kloppen alle regels vanzelf — links of rechts maakt niet uit, je verleent voorrang aan alle bestuurders op de verharde weg.

En omdat die haaientanden ingebeeld zijn, gelden ze net zo min voor voetgangers als echte haaientanden. Tegenover een voetganger pas je gewoon de standaardregel toe: zie je zijn buik of rug, dan gas terug; zie je hem van opzij, dan gas bij.

Komen jij en een andere bestuurder allebei van een onverharde weg en rijdt er niemand op de verharde weg? Dan hebben jullie hetzelfde (ingebeelde) teken en gelden de standaard voorrangsregels weer tussen jullie onderling.

Wegversmalling en Voorrang

Bij een wegversmalling bepalen verkeersborden of pijlmarkeringen wie als eerste mag rijden.

  • Bord J17 Wegversmalling Bord F5 (Ronde rode rand met rode en zwarte pijl): Je moet tegenliggers voor laten gaan.
  • verkeersbord-rvv-f06-tegenligger-moet-wachtenBord F6 (Blauw vierkant met witte en rode pijl): Jij hebt voorrang op tegenliggers bij de versmalling.

Wegversmalling zonder borden

Niet elke wegversmalling is bewust aangelegd. Soms ontstaat er een door een geparkeerde vrachtwagen of een auto met pech. Dan staan er geen borden, en geldt één simpele regel:

Staat het obstakel op jouw weghelft, dan wacht jij. Staat het aan de andere kant van de weg, dan heb jij voorrang en wacht de tegenligger.

Wegversmalling zonder borden met een obstakel op één weghelft en een tegenligger
Het obstakel staat op deze weghelft, dus deze bestuurder wacht op de tegenligger.

Rood moet wachten

Staan er wél borden, dan is vooraf al bepaald wie voor mag. Beide borden lees je met dezelfde truc: rood moet wachten.

  • Rond bord met rode rand (F5): jij bent de rode pijl en moet wachten op de zwarte pijl. Voorrang verlenen dus.
  • Vierkant blauw bord (F6): de witte pijl is jouw auto, de tegenligger is de rode pijl. Jij mag als eerste.

Let op — dit zijn de enige twee voorrangsborden die óók voor voetgangers gelden. Bij alle andere voorrangsborden en bij haaientanden gaat het puur om bestuurders onderling, maar bij een wegversmalling verleen je voorrang aan of krijg je voorrang van alle weggebruikers.

En nog iets praktisch: is een tegenligger al halverwege de versmalling, dan wacht je tot de weg vrij is — ook al heb jij formeel voorrang.

Vergelijkingstabel: Uitrit vs Gelijkwaardig Kruispunt

Kenmerk Uitrit / Inritconstructie Gelijkwaardig kruispunt
Wie moet je voor laten gaan? Al het verkeer (bestuurders én voetgangers) Alleen bestuurders van rechts
Welke actie voer je uit? Bijzondere manoeuvre Normale verkeersdeelname
Wegdek/constructie Doorlopende stoep of verhoogde band Gelijk straatniveau zonder onderbreking
Onverharde weg naar verharde weg Alle bestuurders op de verharde weg, maar géén voetgangers — denk je haaientanden in
Wegversmalling met bord F5 of F6 De enige voorrangsborden die ook voor voetgangers gelden

Veelgestelde vragen (FAQ)

Moet je bij een stopbord altijd stoppen?

Ja, je moet bij een stopbord altijd stilstaan voor de stopstreep. Ook als er geen ander verkeer aankomt.

Geldt een uitrit ook voor voetgangers?

Ja, bij het vergroten of verlaten van een uitrit moet je alle verkeersdeelnemers voor laten gaan. Dus ook voetgangers.

Moet je op een onverharde weg voorrang verlenen aan voetgangers op de verharde weg?

Nee, de regel voor de onverharde weg geldt alleen tegenover bestuurders. Voetgangers vallen hier buiten.

Gelden voorrangsborden ook voor voetgangers?

Nee, op twee borden na. Alleen de wegversmallingsborden F5 en F6 gelden ook voor voetgangers. Alle andere voorrangsborden en haaientanden regelen de voorrang tussen bestuurders onderling.

Je hebt Voorrangsborden, Uitrit & Onverharde Weg gehad. Blijft het hangen?

FAQ

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op vragen die vaak terugkomen bij Voorrang & Speciale Weggebruikers.

Wanneer moet je een voetganger voor laten gaan?

Je laat voetgangers voorgaan op een zebrapad als ze oversteken of duidelijk op het punt staan over te steken. Blinden met een witte stok en mensen die zich moeilijk voortbewegen laat je altijd voorgaan, ook zonder zebrapad. En als jij afslaat, gaan voetgangers die rechtdoor dezelfde weg oversteken voor.

Wanneer heeft verkeer van rechts geen voorrang?

Verkeer van rechts heeft geen voorrang als jij op een voorrangsweg rijdt (bord B1), als er haaientanden, een stopbord of verkeerslichten staan, of als het van rechts uit een uitrit, erf, parkeerplaats of tankstation komt. In die gevallen geldt de rechtsregel niet en hoef je geen voorrang te verlenen.

Wat is een gelijkwaardig kruispunt?

Een gelijkwaardig kruispunt is een kruising zonder voorrangsborden, haaientanden of werkende verkeerslichten: alle wegen zijn even belangrijk. Hier geldt de rechtsregel — je verleent voorrang aan bestuurders die van rechts komen, dus ook aan fietsers en bromfietsers. Let op: een tram heeft altijd voorrang, ook als die van links komt.

Wie heeft voorrang op een rotonde?

Verkeer dat al op de rotonde rijdt, heeft voorrang op verkeer dat van rechts de rotonde oprijdt, tenzij borden anders aangeven. Verleen voorrang vóór je oprijdt, kies je rijstrook tijdig en geef richting tot je afslaat. Het CBR combineert rotondes vaak met voorrang én voorsorteren.

Korte bocht gaat voor lange bocht — klopt dat?

Ja: op een ongelijkwaardig kruispunt heeft verkeer van de weg met de korte bocht (minder scherpe bocht) meestal voorrang op verkeer van de weg met de lange bocht. Dit is een klassieke CBR-theorievraag — kijk naar de weginrichting en wie het kruispunt het beste kan overzien.

Blijf actueel oefenen

Je hebt nu de basis van voorrang, voetgangers en bijzondere weggebruikers geleerd. Omdat voorrang vaak afhangt van borden, wegmarkeringen, gedrag en uitzonderingssituaties, train je in onze app met actuele CBR-scenario's om snel te zien wie echt voorgaat.

Klaar om te oefenen?

Test je kennis van Voorrang & Speciale Weggebruikers met 75 oefenvragen in de app.

Je eerste quiz is gratis en zonder account. Daarna vanaf €19,99 voor 90 dagen toegang.