Voorrang in het verkeer is gebaseerd op een vaste rangorde. Op het CBR-examen moet je de regels tussen bestuurders, voetgangers en speciale voertuigen feilloos toepassen.
Voorrang & Speciale Weggebruikers in het kort
CBR Rangorde van Verkeersregels
Op een kruispunt geldt altijd een strikte hiërarchie. Je volgt de regels in deze vaste volgorde van hoog naar laag.
1. Aanwijzingen van bevoegde personen: Verkeersregelaars en politie gaan boven alle tekens en regels.
2. Verkeerslichten: Lichtsignalen gaan boven verkeersborden en wegmarkeringen.
3. Verkeersborden en tekens: Voorrangsborden en haaientanden gaan boven algemene regels.
4. Algemene verkeersregels: Rechts heeft voorrang op gelijkwaardige kruispunten.
Een gelijkwaardig kruispunt heeft geen voorrangsborden, haaientanden of verkeerslichten. Op dit kruispunt geldt altijd de hoofdregel: rechts heeft voorrang.
De 3 CBR Hoofdregels voor Voorrang
Op een gelijkwaardig kruispunt pas je drie vaste regels toe in een strikte volgorde.
1. Bestuurders van rechts: Verleen voorrang aan alle bestuurders die van rechts naderen.
2. Rechtdoor op dezelfde weg: Rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor afslaand verkeer.
3. Korte bocht gaat voor lange bocht: Bestuurders die rechtsaf slaan gaan voor bestuurders die linksaf slaan.
Het stappenplan: van bord naar regel
Die drie hoofdregels gelden pas als de borden en tekens niets zeggen. Op het examen los je élke voorrangsvraag daarom op met hetzelfde stappenplan — en altijd in deze volgorde.
Stap 1 — Volg de borden en tekens. Kijk eerst wie er een voorrangsbord, een stopbord of haaientanden heeft. Is daarmee alles duidelijk, dan ben je klaar.
Stap 2 — Bestuurders van rechts gaan voor. Regelen de borden het niet? Kijk dan wie er van rechts komt. Komt er niemand van rechts, dan rijden jullie op dezelfde weg — ga naar stap 3.
Stap 3 — Rechtdoor gaat voor afslaan, korte bocht gaat voor lange bocht. Gaat iemand rechtdoor op dezelfde weg, dan mag die voor. Wil je allebei afslaan, dan gaat de korte bocht (rechtsaf) voor de lange bocht (linksaf).
Spring nooit van stap 1 naar stap 3. Bestuurders van rechts gaan altijd vóór bestuurders op dezelfde weg. Sla je stap 2 over, dan komt de volgorde bijna altijd verkeerd uit.
En onthoud: voorrang moet je krijgen, niet nemen. Ook als jij aan de beurt bent, blijf je kijken of de ander je die voorrang ook echt geeft.
Een waarschuwingsbord is geen voorrangsbord
In stap 1 kijk je naar borden die de voorrang regelen. Een driehoekig waarschuwingsbord doet dat niet. Een bord dat waarschuwt voor een kruising met een fietspad betekent alleen: pas op, fietsverkeer van links en rechts. Het zegt niets over wie er voor mag.
Hetzelfde geldt voor strepen op het wegdek die op pianotoetsen lijken: die waarschuwen voor een drempel, niet voor voorrang.
Staat er dus alleen zo'n waarschuwingsbord, dan ga je gewoon door naar stap 2. Komt de fietser van rechts, dan verleen jij voorrang.
Geen voorrangsbord in zicht: het waarschuwingsbord en de drempelstrepen regelen niets. Door naar stap 2.
Het verschil tussen bestuurders en voetgangers
Voetgangers zijn wettelijk geen bestuurders. Op een gelijkwaardig kruispunt hebben voetgangers van rechts geen voorrang.
Fietsers, snorfietsers en ruiters zijn wel bestuurders. Zij krijgen op een gelijkwaardig kruispunt wel voorrang van rechts.
Voetgangers hebben wel voorrang als zij rechtdoor lopen op dezelfde weg als een afslaande auto.
Het fietspad naast de weg telt als dezelfde weg
Bij stap 3 draait alles om de vraag wat "dezelfde weg" is. Een fietspad dat naast de rijbaan loopt, hoort daar gewoon bij — ook als er een berm tussen ligt.
Sla je af, dan moet je dus kijken of er naast je een fietser rechtdoor gaat. Die rijdt rechtdoor op dezelfde weg en heeft daarmee voorrang op jou.
Een berm ertussen verandert niets: het fietspad hoort bij dezelfde weg, dus rechtdoor gaat voor afslaan.
Vergelijkingstabel Voorrangsregels
Verkeersdeelnemer van rechts
Is het een bestuurder?
Voorrang op gelijkwaardig kruispunt?
Fietsers en e-bikes
Ja
Ja, verleen voorrang
Snorfietsers en bromfietsers
Ja
Ja, verleen voorrang
Ruiters en geleiders van vee
Ja
Ja, verleen voorrang
Voetgangers en voetgangers met hond
Nee
Nee, geen voorrang van rechts
Personen op een ruiterspoor of skeelers
Nee (voetganger)
Nee, geen voorrang van rechts
Bestuurder van een brommobiel
Ja (geldt als motorvoertuig)
Ja, verleen voorrang
Tram
Ja
Altijd voorrang, ook van links
Wanneer je de borden mag wegdenken
Kijk niet alleen naar het bord dat jij hebt, maar bedenk ook welk bord de ánder heeft. Dat kun je vaak gewoon afleiden.
Heb jij een stopbord, dan heeft je tegenligger op dezelfde weg dat ook. Jullie borden zijn dan gelijk en heffen elkaar op: je mag ze wegdenken en de standaard voorrangsregels gelden weer. Degene die rechtdoor gaat op dezelfde weg mag dan voor.
De algemene regel: rijden twee bestuurders op dezelfde weg, dan hebben ze meestal dezelfde borden en tekens — en dan tellen die borden onderling niet mee.
Er is één situatie waarin dat anders ligt: bij een afbuigende voorrangsweg. Dan kan het gebeuren dat jij en je tegenligger verschillende tekens hebben, terwijl de bestuurder van rechts juist dezelfde haaientanden heeft als jij. Op het onderbord zie je met een dikke streep welke weg de voorrangsweg is; de dunne streepjes zijn de wegen met haaientanden. Rijdt er niemand op de voorrangsweg en hebben jij en de ander allebei haaientanden, dan gelden gewoon de standaardregels — en gaat de bestuurder van rechts voor.
Als de verkeerslichten niet werken
Verkeerslichten gaan boven borden en tekens op de weg. Maar dat geldt alleen zolang ze werken.
Staan de lichten uit, knipperen ze geel/oranje of zijn ze defect? Dan gelden ze niet, en val je terug op de borden en tekens op de weg. Zijn die er ook niet, dan is het alsnog een gelijkwaardig kruispunt en gaat rechts voor.
Voorbeeldsituatie: De Driehoek van Rechts
Als drie bestuurders elkaar van rechts naderen, ontstaat een blokkade. De bestuurder die geen gehinderd verkeer van rechts heeft mag als eerste rijden.
Zoek degene die het meest van rechts komt
Een variant die vaak op het examen terugkomt: de bestuurder van rechts heeft zélf ook iemand aan zijn rechterkant.
Stel: er komt een motor van rechts ten opzichte van een vrachtauto, en er komt een fietser van rechts ten opzichte van die motor. Rechts van de fietser komt niemand meer. Dan mag de fietser als eerste, daarna de motor, en de vrachtauto als laatst.
De truc is dus: zoek de bestuurder die zelf niemand meer van rechts heeft. Die begint, en van daaruit werk je terug.
Volgorde: eerst de fietser (niemand van rechts), dan de motor, dan vrachtauto.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Heeft een fietser van rechts voorrang?
Ja, een fietser is een bestuurder. Op een gelijkwaardig kruispunt verleen je voorrang aan een fietser van rechts.
Heeft een voetganger van rechts voorrang?
Nee, een voetganger is geen bestuurder. Op een gelijkwaardig kruispunt krijgt een voetganger van rechts geen voorrang.
Wat betekent rechtdoor op dezelfde weg gaat voor?
Verkeer dat op dezelfde weg rechtdoor blijft rijden heeft voorrang op afslaand verkeer. Dit geldt ook voor voetgangers.
Gelden verkeersborden nog als de verkeerslichten uit staan?
Ja. Uitgeschakelde, geel knipperende of defecte verkeerslichten gelden niet. Je volgt dan de borden en tekens op de weg; zijn die er niet, dan is het een gelijkwaardig kruispunt.
Je hebt Basisregels Voorrang & Gelijkwaardige Kruispunten gehad. Blijft het hangen?
Wat zijn voorrangsborden en tekens?
Voorrangsborden en wegmarkeringen geven aan wie voorrang heeft op een kruispunt. Zij overschrijven de standaardregel rechts heeft voorrang.
De Belangrijkste Voorrangsborden op het Examen
Op het CBR-examen moet je de betekenis van elk voorrangsbord direct herkennen.
Bord B1 (Voorrangsweg): Je rijdt op een voorrangsweg. Je hebt voorrang op bestuurders van zijwegen.
Bord B2 (Einde voorrangsweg): De voorrangsweg eindigt. Je moet weer rekening houden met verkeer van rechts.
Bord B3 (Voorrangskruispunt): Je nadert een kruispunt waar je voorrang hebt op bestuurders van de zijwegen.
Bord B6 (Verleen voorrang): Omgekeerde driehoek. Je moet voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.
Bord B7 (Stopbord): Je moet verplicht stoppen voor de stopstreep. Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.
Ezelsbruggetjes voor de vier voorrangsborden
Bij een voorrangskruispunt kom je vier voorrangsborden tegen: bij twee ervan moet je voorrang verlenen, bij twee ervan krijg je voorrang.
Verlenen — B6: de omgekeerde driehoek heeft precies de vorm van een haaientand, net als de tekens op het wegdek. Bord en haaientanden betekenen hetzelfde: voorrang verlenen aan bestuurders van links én rechts op de kruisende weg.
Verlenen — B7: het stopbord spreekt voor zich. Het enige verschil met haaientanden is dat je hier altijd fysiek moet stoppen, ook als je denkt dat er niemand aankomt. Zo'n bord staat er meestal omdat het kruispunt onoverzichtelijk is.
Krijgen — B1: het vrolijke gele bord lijkt een beetje op een ei — je mag eeeeiindelijk lekker doorrijden. Andere bestuurders verlenen jou voorrang op elk kruispunt, totdat de voorrangsweg eindigt.
Krijgen — B3: de dikke pijl is de grote weg, de dunne streepjes zijn de zijwegen die erop uitkomen. De dikke streep gaat boven de dunne: jij hebt voorrang op het verkeer uit de zijwegen.
Let op de stopstreep zelf: die geeft alleen aan waar je moet stoppen, en betekent verder niets. Je ziet hem ook onder verkeerslichten, waar je bij groen gewoon doorrijdt. Alleen het stopbord betekent stop.
Haaientanden op de Weg
Haaientanden zijn witte driehoeken op het wegdek. Zij verplichten je om voorrang te verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.
Haaientanden gelden alleen tegenover bestuurders. Voetgangers op de kruisende weg krijgen door haaientanden geen voorrang.
Haaientanden of pianotoetsen?
Er is één soort streep op het wegdek dat vaak met haaientanden wordt verward: brede witte blokken die met een beetje fantasie op pianotoetsen lijken. Die hebben niets met voorrang te maken — ze waarschuwen alleen voor een drempel.
Bord J38 (Verkeersdrempel): hoort bij de pianotoetsen op het wegdek. Een drempel, geen voorrangsteken.
Het verschil: haaientanden zijn driehoeken met de punt naar jou toe, dwars over jouw rijstrook. Pianotoetsen zijn rechthoekige blokken en staan meestal in de lengterichting van de drempel.
Links haaientanden (voorrang verlenen), rechts de pianotoetsen van een drempel (geen voorrangsteken).
Het Verschil tussen een Uitrit en een Kruispunt
Het uitrijden van een uitrit is een bijzondere manoeuvre. Je moet al het verkeer voor laten gaan, inclusief voetgangers.
Een uitrit herken je aan een doorlopend trottoir of een inritband. Een gelijkwaardig kruispunt heeft geen doorlopende constructie.
Niet elke uitrit heeft een verlaagde stoeprand
De verlaagde stoeprand is het duidelijkste kenmerk, maar hij is niet verplicht. Ontbreekt die constructie, dan is het geen uitrit en gelden gewoon de normale voorrangsregels. Kijk dus altijd naar het wegdek zelf en niet alleen naar het bordje op de poort.
Eerst eruit, dan erin
Is een uitrit smal en komt er een auto uit terwijl jij er juist in wilt? Laat die auto dan eerst gaan. Zo houdt hij ruimte om de uitrit te verlaten en houd jij daarna ruimte om er zelf in te rijden. Het principe is simpel: eerst eruit, dan erin.
Eerst eruit, dan erin: allebei tegelijk past niet.
Van Onverharde Weg naar Verharde Weg
Een bestuurder op een onverharde weg moet voorrang verlenen aan alle bestuurders op de verharde weg.
Deze regel geldt alleen tegenover bestuurders. Voetgangers op de verharde weg krijgen hier geen voorrang van de onverharde weg.
Denk je onzichtbare haaientanden in
Van een onverharde weg spreken we als er geen harde laag ligt: geen asfalt, tegels of beton, maar zand of grind. Je herkent hem meestal meteen aan de bruine, zanderige kleur.
Het handigste ezelsbruggetje: stel je voor dat er bij het verlaten van een onverharde weg altijd haaientanden liggen. Dan kloppen alle regels vanzelf — links of rechts maakt niet uit, je verleent voorrang aan alle bestuurders op de verharde weg.
En omdat die haaientanden ingebeeld zijn, gelden ze net zo min voor voetgangers als echte haaientanden. Tegenover een voetganger pas je gewoon de standaardregel toe: zie je zijn buik of rug, dan gas terug; zie je hem van opzij, dan gas bij.
Komen jij en een andere bestuurder allebei van een onverharde weg en rijdt er niemand op de verharde weg? Dan hebben jullie hetzelfde (ingebeelde) teken en gelden de standaard voorrangsregels weer tussen jullie onderling.
Wegversmalling en Voorrang
Bij een wegversmalling bepalen verkeersborden of pijlmarkeringen wie als eerste mag rijden.
Bord F5 (Ronde rode rand met rode en zwarte pijl): Je moet tegenliggers voor laten gaan.
Bord F6 (Blauw vierkant met witte en rode pijl): Jij hebt voorrang op tegenliggers bij de versmalling.
Wegversmalling zonder borden
Niet elke wegversmalling is bewust aangelegd. Soms ontstaat er een door een geparkeerde vrachtwagen of een auto met pech. Dan staan er geen borden, en geldt één simpele regel:
Staat het obstakel op jouw weghelft, dan wacht jij. Staat het aan de andere kant van de weg, dan heb jij voorrang en wacht de tegenligger.
Het obstakel staat op deze weghelft, dus deze bestuurder wacht op de tegenligger.
Rood moet wachten
Staan er wél borden, dan is vooraf al bepaald wie voor mag. Beide borden lees je met dezelfde truc: rood moet wachten.
Rond bord met rode rand (F5): jij bent de rode pijl en moet wachten op de zwarte pijl. Voorrang verlenen dus.
Vierkant blauw bord (F6): de witte pijl is jouw auto, de tegenligger is de rode pijl. Jij mag als eerste.
Let op — dit zijn de enige twee voorrangsborden die óók voor voetgangers gelden. Bij alle andere voorrangsborden en bij haaientanden gaat het puur om bestuurders onderling, maar bij een wegversmalling verleen je voorrang aan of krijg je voorrang van alle weggebruikers.
En nog iets praktisch: is een tegenligger al halverwege de versmalling, dan wacht je tot de weg vrij is — ook al heb jij formeel voorrang.
Vergelijkingstabel: Uitrit vs Gelijkwaardig Kruispunt
Kenmerk
Uitrit / Inritconstructie
Gelijkwaardig kruispunt
Wie moet je voor laten gaan?
Al het verkeer (bestuurders én voetgangers)
Alleen bestuurders van rechts
Welke actie voer je uit?
Bijzondere manoeuvre
Normale verkeersdeelname
Wegdek/constructie
Doorlopende stoep of verhoogde band
Gelijk straatniveau zonder onderbreking
Onverharde weg naar verharde weg
Alle bestuurders op de verharde weg, maar géén voetgangers — denk je haaientanden in
Wegversmalling met bord F5 of F6
De enige voorrangsborden die ook voor voetgangers gelden
Veelgestelde vragen (FAQ)
Moet je bij een stopbord altijd stoppen?
Ja, je moet bij een stopbord altijd stilstaan voor de stopstreep. Ook als er geen ander verkeer aankomt.
Geldt een uitrit ook voor voetgangers?
Ja, bij het vergroten of verlaten van een uitrit moet je alle verkeersdeelnemers voor laten gaan. Dus ook voetgangers.
Moet je op een onverharde weg voorrang verlenen aan voetgangers op de verharde weg?
Nee, de regel voor de onverharde weg geldt alleen tegenover bestuurders. Voetgangers vallen hier buiten.
Gelden voorrangsborden ook voor voetgangers?
Nee, op twee borden na. Alleen de wegversmallingsborden F5 en F6 gelden ook voor voetgangers. Alle andere voorrangsborden en haaientanden regelen de voorrang tussen bestuurders onderling.
Je hebt Voorrangsborden, Uitrit & Onverharde Weg gehad. Blijft het hangen?
Wat is een officieel voorrangsvoertuig?
Een voertuig is pas een voorrangsvoertuig als het optische en geluidssignalen voert. Dat betekent een blauw zwaailicht én een meertonige sirene.
Hulpdiensten zijn bijvoorbeeld ambulances, brandweerwagens, politievoertuigen en voertuigen van Rijkswaterstaat.
Kort samengevat: zwaailicht én sirene = voorrang verlenen. Zo'n voertuig heeft dan voorrang op al het verkeer — ook op een tram, en ook als jij op een voorrangsweg rijdt.
Hoe handel je bij een naderend voorrangsvoertuig?
Maak de weg zo snel en veilig mogelijk vrij. Wijk uit naar rechts of rij rustig door als stoppen de weg blokkeert.
Rij niet door rood: Wijk alleen uit als dat veilig kan zonder rood licht te negeren.
Gebruik geen vluchtstrook onnodig: Ga alleen op de vluchtstrook rijden als de hulpdienst erom vraagt.
Blijf rustig: Maak geen onverwachte of gevaarlijke remmanoeuvres.
Ruimte maken: wat mag en wat werkt
Hoor je achter je een sirene, dan is de eerste vraag niet "moet ik stoppen?" maar "waar kan ik heen?".
Je mag het fietspad gebruiken
Om opzij te gaan mag je het fietspad op — zelfs over een doorgetrokken streep heen. De voorwaarde is dat je daarbij geen fietsers hindert en jezelf niet in gevaar brengt. Is er al genoeg ruimte om de hulpdienst erlangs te laten, rijd dan gewoon rustig door.
Uitwijken naar het fietspad mag, ook over een doorgetrokken streep — mits je geen fietsers hindert.
Niet versnellen
Kun je nergens heen en zit de ambulance achter je? Ga dan niet harder rijden. Dat is de reflex van veel bestuurders, maar het levert alleen meer risico op. Houd je snelheid aan en ga opzij zodra dat veilig kan.
Naar de buitenrand van je rijstrook
Rijd je op een weg met meerdere rijstroken en is er geen strook vrij? Ga dan naar de buitenrand van je eigen rijstrook. Doet iedereen dat, dan ontstaat er in het midden tussen de twee rijstroken een gang waar het hulpverleningsvoertuig doorheen kan.
Iedereen naar de buitenrand van zijn eigen strook: zo ontstaat er in het midden ruimte.
Hulpdiensten zonder Optische en Geluidssignalen
Als een hulpdienst geen zwaailicht en sirene voert, geldt deze als een normale weggebruiker.
In dat geval gelden de normale voorrangsregels op het kruispunt. Een ambulance zonder sirene heeft geen speciale voorrang.
Soms voert een voorrangsvoertuig maar één van de twee signalen — bijvoorbeeld wel een zwaailicht, maar geen sirene omdat het 's nachts is. Formeel ben je dan niet verplicht om voorrang te verlenen. Probeer het in de praktijk toch te doen: dat voertuig is niet voor niets onderweg.
Vergelijkingstabel: Hulpdiensten en Voorrang
Voertuig en Signalering
Is het een voorrangsvoertuig?
Wat moet jij doen?
Blauw zwaailicht + Sirene
Ja
Direct voorrang verlenen en weg vrijmaken
Alleen blauw zwaailicht (geen sirene)
Nee
Normale voorrangsregels (verleen voorrang waar mogelijk)
Alleen sirene (geen zwaailicht)
Nee
Normale voorrangsregels toepassen
Geen zwaailicht en geen sirene
Nee
Behandelen als een gewone auto of vrachtwagen
Voorbeeldsituaties
Situatie 1 — brandweer, fietser en auto
Een brandweerwagen met zwaailichten en sirene nadert het kruispunt. Een fietser gaat rechtdoor op dezelfde weg als een auto die wil afslaan.
Juiste volgorde: brandweerwagen → fietser → auto.
Waarom: een voertuig met beide signalen gaat altijd eerst. Daarna los je de rest normaal op: de fietser gaat rechtdoor op dezelfde weg en heeft dus voorrang op de afslaande auto.
Situatie 2 — de brandweer moet wachten
Een tram nadert, jij rijdt op een voorrangskruispunt met een voorrangsbord en haaientanden in de zijweg, en uit die zijweg komt een brandweerwagen zonder zwaailicht en sirene.
Juiste volgorde: tram → jij → brandweerwagen.
Waarom: zonder signalen is een brandweerwagen gewoon een voertuig als alle andere. Hij heeft haaientanden en moet dus alle bestuurders op de kruisende weg voor laten gaan.
Je hebt Voorrangsvoertuigen & Hulpdiensten gehad. Blijft het hangen?
Voorrangsregels voor Trams
Een tram heeft op een gelijkwaardig kruispunt altijd voorrang op alle andere bestuurders. Dit geldt van links én van rechts.
Op een voorrangskruispunt moet de tram zich wel aan de verkeersborden en haaientanden houden. Een tram moet ook stoppen bij een zebrapad.
Een tram is dus geen uitzondering op de borden, alleen op de rechtsregel. Rijd jij op een voorrangsweg, dan moet de tram jou voorrang verlenen. En een tram moet net als jij stoppen voor een stopbord, voor haaientanden, voor een zebrapad, en voor een voertuig met zwaailicht en sirene.
Let bij een tram op een voorrangsweg ook op de rest van het verkeer: rijdt iedereen op dezelfde voorrangsweg, dan gaat de tram eerst, daarna het rechtdoorgaande verkeer (bijvoorbeeld fietsers), en pas als laatste de bestuurder die vanuit diezelfde weg wil afslaan.
Eerst de tram, dan de rechtdoorgaande fietsers, en als laatste de auto die vanuit dezelfde weg afslaat.
De Regels voor een Militaire Colonne
Een militaire colonne is een groep militaire voertuigen met speciale herkenningstekens. Je mag een militaire colonne niet doorsnijden op gelijkwaardige kruispunten.
Als het eerste voertuig van de colonne is gepasseerd, moet je de rest van de colonne voor laten gaan.
Belangrijk is het woordje als. Is het eerste voertuig van de colonne nog niet gepasseerd en heb jij voorrang, dan mag je gewoon rijden — de colonne moet zich verder aan alle normale verkeersregels houden. Pas zodra dat eerste voertuig voorbij is, laat je de hele colonne passeren.
Ezelsbruggetje voor het einde: de groene vlag werkt als een groen verkeerslicht. Pas als het voertuig met de groene vlag voorbij is, mag jij weer.
Herkenningstekens Militaire Colonne
Eerste voertuig: Twee blauwe vlaggen en een blauwe koplampkap.
Volgvoertuigen: Eén blauwe vlag aan de rechterzijde en een blauwe koplampkap.
Laatste voertuig: Eén groene vlag aan de rechterzijde en een groene koplampkap.
De Regels voor een Uitvaartstoet (Rouwstoet)
Een uitvaartstoet bestaat uit voertuigen die een overledene begeleiden. Elk voertuig voert twee speciale uitvaartvlaggen.
Je mag een uitvaartstoet op een gelijkwaardig kruispunt niet doorsnijden als het eerste voertuig al voorbij is.
Op een voorrangskruispunt of rotonde moet een uitvaartstoet wel voorrang verlenen aan verkeer op de hoofdweg.
De stoet bestaat uit een lijkwagen en volgauto's en kan variëren van een paar voertuigen tot een lange rij. Hij rijdt bovendien vaak langzaam. De twee vlaggen zitten links en rechts vóór op elk voertuig; zowel de lijkwagen als de volgauto's moeten die officiële herkenningstekens voeren.
Net als bij de militaire colonne geldt: is het eerste voertuig nog niet gepasseerd, dan gelden de normale voorrangsregels en mag je gewoon voor.
Twee vlaggen links en rechts vóór op elk voertuig: zo herken je een uitvaartstoet.
Vergelijkingstabel: Speciale Verkeersstromen
Type bijzonder verkeer
Gelijkwaardig kruispunt
Voorrangsweg (zij hebben haaientanden)
Tram
Tram heeft altijd voorrang
Tram moet voorrang verlenen (borden gelden)
Militaire colonne (eerste voertuig gepasseerd)
Mag niet worden doorsneden
Colonne moet voorrang verlenen
Uitvaartstoet (eerste voertuig gepasseerd)
Mag niet worden doorsneden
Uitvaartstoet moet voorrang verlenen
Militaire colonne of uitvaartstoet (eerste voertuig nog niet gepasseerd)
Normale voorrangsregels — heb jij voorrang, dan mag je gewoon rijden
Tram tegenover een voertuig met zwaailicht en sirene
De tram verleent voorrang aan het voorrangsvoertuig
Veelgestelde vragen (FAQ)
Heeft een tram altijd voorrang?
Nee, alleen op gelijkwaardige kruispunten. Bij verkeersborden, haaientanden en zebrapaden moet de tram zich aan de regels houden.
Mag je een militaire colonne inhalen?
Ja, je mag een militaire colonne inhalen op een weg met meerdere rijstroken. Je mag er alleen niet tussen snijden op kruispunten.
Hoe herken je het laatste voertuig van een militaire colonne?
Het laatste voertuig van een militaire colonne heeft een groene vlag aan de rechterzijde.
Mag je voor een militaire colonne langs als het eerste voertuig er nog niet is?
Ja. Zolang het eerste voertuig nog niet gepasseerd is, gelden de normale voorrangsregels. Heb jij voorrang, dan mag je rijden. Pas daarna laat je de hele colonne voorgaan.
Je hebt Trams, Militaire Colonne & Uitvaartstoet gehad. Blijft het hangen?
Verkeersregelaars & Aanwijzingen
Wat is de rangorde bij verkeersaanwijzingen?
Aanwijzingen van bevoegde personen staan op de hoogste plek in de verkeershiërarchie. Zij overschrijven verkeerslichten, verkeersborden en gewone voorrangsregels.
Bevoegde personen zijn onder andere politieagenten, verkeersregelaars en douaneambtenaren.
De Belangrijkste Gebaren van een Verkeersregelaar
Op het CBR-examen moet je de armgebaren van een verkeersregelaar feilloos interpreteren.
Eén arm horizontaal gestrekt: Stopteken voor verkeer dat uit de richting komt waar de arm naar wijst. De arm werkt als een slagboom.
Twee armen horizontaal gestrekt: Stopteken voor verkeer van voor en van achteren. Verkeer van opzij mag doorrijden.
Eén hand schuin omhoog gestoken: Stopteken voor al het verkeer uit alle richtingen.
Arm op en neer bewegen: Snelheid verminderen. Dit is geen stopteken, maar een teken om langzamer te gaan rijden.
Het Slagboomprincipe bij Verkeersregelaars
Zie de gestrekte armen van een verkeersregelaar als een fysieke slagboom.
Rijd je tegen de borst of de rug van de verkeersregelaar aan met gestrekte armen? Dan moet je verplicht stoppen.
Overzichtstabel Gebaren Verkeersregelaar
Gebaar van verkeersregelaar
Betekenis voor de bestuurder
Wie moet stoppen?
Arm gestrekt op jouw rijbaan
Stopteken (slagboom)
Jouw rijrichting
Beide armen horizontaal gestrekt
Stopteken voor voor- en achterkant
Verkeer van voren en van achteren
Rechterhand omhoog gestoken
Algemeen stopteken
Al het verkeer uit alle richtingen
Arm op en neer bewegen
Snelheid verminderen
Niemand hoeft te stoppen (wel afremmen)
Veelgestelde vragen (FAQ)
Wat heeft voorrang: een groen verkeerslicht of een stopteken van een verkeersregelaar?
Het stopteken van de verkeersregelaar heeft voorrang. Aanwijzingen van bevoegde personen gaan boven verkeerslichten.
Wat betekent een arm die op en neer beweegt?
Dit betekent dat je de snelheid moet verminderen. Het is geen stopteken.
Moet je ook stoppen als een verkeersregelaar je zijn rug toekeert met gestrekte armen?
Ja, als de armen gestrekt zijn geldt dit als een stopteken voor verkeer van voren en van achteren.
Voorrang en voetgangers
Wie niets bestuurt, is een voetganger. Dat geldt voor wandelaars, maar ook voor iemand op skeelers, met een rollator, op een step of met een fiets aan de hand.
Het belangrijkste om te onthouden: voorrangsborden en haaientanden regelen alleen de voorrang tussen bestuurders onderling. Ze gelden niet voor voetgangers. Hoe het dan wél werkt, hangt af van de situatie.
Met een zebrapad
Zie je lange, witte strepen dwars over de weg, dan is dat een zebrapad (een voetgangersoversteekplaats). Een voetganger die van plan is over te steken, laat je voorgaan.
Bord L2 (Voetgangersoversteekplaats): hoort bij de witte strepen op de weg. Laat overstekende voetgangers voorgaan.
Eén uitzondering: staan er werkende verkeerslichten bij het zebrapad, dan gelden die lichten en niet de zebrapadregel.
Zonder zebrapad
Is er geen zebrapad, dan val je terug op de standaard voorrangsregels — en die pakken bij voetgangers anders uit dan bij bestuurders.
Regel 1 (rechts gaat voor) geldt niet: een voetganger is geen bestuurder. Komt hij van links of van rechts, dan mag jij eerst.
Regel "korte bocht voor lange bocht" geldt niet: voetgangers lopen op de stoep en maken geen bochten op de rijbaan.
Regel "rechtdoor op dezelfde weg gaat voor afslaand verkeer" geldt wél — die geldt voor álle weggebruikers, dus ook voor voetgangers.
Dat laatste is precies waar het ezelsbruggetje vandaan komt:
Buik of rug = gas terug. Zie je de voetganger van voren of van achteren, dan gaat hij rechtdoor op dezelfde weg en laat jij hem voorgaan.
Van opzij = gas bij. Zie je de voetganger van de zijkant, dan mag jij eerst.
Kijk daarbij naar hoe je de voetganger ziet op het moment dat je komt aanrijden — niet pas als je al naast hem staat, en niet naar de richting waar jij heen gaat.
Buik of rug = gas terug. Van opzij = gas bij.
Op een rotonde
Een rotonde loopt rond, dus het perspectief verandert. De methode blijft precies hetzelfde: zie je de voetganger van voren (buik of rug), dan vertraag je. Overstekende voetgangers op een rotonde gaan namelijk rechtdoor op dezelfde weg.
Houd er op een rotonde ook rekening mee dat de auto's vóór jou moeten remmen als er iemand oversteekt. Verminder daarom je snelheid en let goed op.
Ook op een rotonde: zie je de buik of de rug van de voetganger, dan gas terug.
Waar een voetganger géén voorrang heeft
Staan er haaientanden op de weg en wil er een voetganger oversteken, dan hoef je hem niet voor te laten gaan. Haaientanden gelden alleen tussen bestuurders. Ook hier: komt de voetganger van opzij, gas bij.
Hetzelfde geldt op plekken waar veel voetgangers denken dat ze voorrang hebben, maar dat niet hebben:
Op een erf (woonerf) heeft een voetganger geen automatische voorrang. Zie je hem van opzij, dan mag je door — al is stapvoets rijden hier sowieso de regel.
Op een parkeerplaats geldt hetzelfde: geen automatische voorrang voor voetgangers.
De uitzondering die altijd geldt
Mensen die slecht ter been zijn — door ouderdom of een lichamelijke beperking — verdienen altijd voorrang en hulp. Denk aan iemand met een rollator, krukken of een blindenstok. Het maakt niet uit waar ze vandaan komen of waar ze heen gaan, en het maakt niet uit wat de regels verder zeggen. Geef ze de ruimte om veilig over te steken.
Voorrang met meerdere weggebruikers tegelijk
In het echte verkeer staan er zelden alleen maar auto's. Hoe los je een situatie op met bestuurders én voetgangers door elkaar? Met een vaste volgorde.
Denk de voetganger even weg.
Los eerst de voorrang tussen de bestuurders op met het stappenplan: borden en tekens → bestuurders van rechts → rechtdoor/korte bocht.
Kijk daarna pas naar de voetganger, en bepaal of die voorgaat op de bestuurder die als eerste aan de beurt is.
Eerst de bestuurders onderling, dan pas de voetganger erbij.
Voorbeeld — vrachtwagen, lesauto en voetganger
Een vrachtwagen en een lesauto rijden allebei op een voorrangsweg. De vrachtwagen maakt de korte bocht, de lesauto de lange bocht. Er steekt een voetganger over die de vrachtwagen recht op zijn buik ziet aankomen.
Waarom: eerst de bestuurders — korte bocht gaat voor lange bocht, dus vrachtwagen vóór lesauto. Daarna de voetganger erbij: de vrachtwagen ziet de buik, dus gas terug. De voetganger gaat als eerste.
Voorbeeld — tram, voetganger en lesauto
Er staan geen borden die iets anders aangeven, dus de tram heeft voorrang. Maar er ligt een zebrapad waar een voetganger wil oversteken.
Juiste volgorde: voetganger → tram → lesauto.
Waarom: ook een tram moet stoppen voor een zebrapad. Daarna gaat de tram, en pas als laatste de lesauto die wil afslaan.
Wie kom je op de weg tegen?
"Weggebruikers" is gewoon iedereen die de weg gebruikt. Maar elke groep heeft zijn eigen regels, en op het examen moet je weten in welk hokje iemand valt.
Bestuurders en voetgangers
De eerste splitsing is simpel: voetgangers besturen niets, bestuurders wel. Bestuurders splitsen daarna nog een keer, in motorvoertuigen en niet-motorvoertuigen.
Motorvoertuigen: auto's, vrachtwagens, motoren, tractors. En de brommobiel — technisch gezien geen motorvoertuig, maar hij moet wél de regels voor motorvoertuigen volgen. Onthoud het via de klank: "brommobiel" klinkt als "automobiel".
Niet-motorvoertuigen: fietsen, snorfietsen en paarden. Ezelsbruggetje: zit het woord "fiets" erin, dan is het geen motorvoertuig — behalve bij "motor", want daar zit "motor" in. En zit "paard" erin, dan spreekt het voor zich.
Wie rijdt er op de rijbaan?
Op de rijbaan kom je niet alleen auto's tegen. Tractors rijden er ook: landbouwvoertuigen zijn meestal te groot voor het fietspad. Datzelfde geldt voor brommobielen — ook die zijn te groot voor het fietspad en rijden gewoon tussen de auto's.
Wie rijdt er op het fietspad?
Op het smalle rode pad rijden fietsers en snorfietsers. Snorfietsen hebben hetzelfde verkeerssymbool als fietsen, dus waar je een fietsafbeelding ziet, geldt het ook voor snorfietsen.
Bord G11 (Verplicht fietspad): voor fietsers en snorfietsers. Bromfietsen horen hier in principe niet.
Bromfietsen mogen er niet zomaar op. Fietsen en snorfietsen halen ongeveer 25 km/u, een bromfiets kan 45 km/u. Door dat snelheidsverschil hebben bromfietsen een eigen symbool en rijden ze op de rijbaan.
De uitzonderingen voor bromfietsen
Staat er bij een fietspad een rond blauw bord met zowel een fiets als een bromfiets erop, dan mag de bromfietser daar wél rijden — sterker nog, dan moet hij het fietspad gebruiken en mag hij niet op de rijbaan.
Fiets én bromfiets op het bord: dan is dit pad ook voor bromfietsers verplicht.
Bromfietsen en speed-pedelecs wisselen dus voortdurend tussen fietspad en rijbaan. Bij het bord dat aangeeft dat ze de rijbaan op moeten, komen ze er met behoorlijke snelheid bij — tot 45 km/u. Geef ze de ruimte om in te voegen. Fietsers en snorfietsers blijven in die situatie gewoon op het fietspad.
Bromfietsers de rijbaan op. Hetzelfde bord met de pijl de andere kant op stuurt ze weer terug naar het fietspad.
Fietsers op een rotonde
Op sommige rotondes ligt het fietspad zo dat je er overheen moet om de rotonde op te rijden én om hem te verlaten. Reken er dus op dat er fietsers rijden en controleer of je het fietspad veilig kunt kruisen.
Gehandicaptenvoertuigen
Een gehandicaptenvoertuig heeft een bijzondere positie: het mag bijna overal rijden — op het trottoir, op het fietspad, en als er geen fietspad is ook op de rijbaan.
De autosnelweg en de autoweg zijn wel verboden terrein voor een gehandicaptenvoertuig.
Voetgangers hebben hun eigen pad, dus die hoef je op de rijbaan niet te verwachten. Andersom geldt: alle voertuigen mogen de rijbaan gebruiken, maar niet alle weggebruikers.
Bord G7 (Voetpad): alleen voor voetgangers.
Waarschuwingsborden voor bijzondere weggebruikers
Het misleidende fietsersbord
Je hebt net geleerd: waar een fietsafbeelding staat, gaat het om fietsen en snorfietsen, niet om bromfietsen. Bij het waarschuwingsbord met een fiets erop gaat die vlieger níét op.
Een rode driehoek betekent altijd "pas op". Bij dit bord moet je oppassen voor fietsers, snorfietsers én bromfietsers — alle drie.
Het waarschuwingsbord waarschuwt ook voor bromfietsers, anders dan het blauwe fietspadbord.
Van twee kanten
Hangt er onder dat bord een wit onderbord met twee pijlen naar het midden (→ ←), dan kun je fietsers en bromfietsers van links én rechts verwachten. Kijk dus beide kanten op voordat je doorrijdt.
Twee pijlen naar elkaar toe: verkeer uit beide richtingen.
Ook zonder dat onderbord kun je van twee kanten fietsers krijgen. Een tweerichtingsfiets- en bromfietspad herken je aan een breed pad met een onderbroken streep in het midden. Steek je dat over, reken dan op verkeer uit beide richtingen.
Ruiters
Er bestaat een vergelijkbaar bord voor ruiters: een uitroepteken in een driehoek met daaronder een afbeelding van een ruiter en twee pijlen naar het midden. Dat betekent dat paardrijders hier van beide kanten kunnen oversteken.
Bord G12 (Ruiterpad): een rond blauw bord met een ruiter. Ruiters zijn verplicht dit pad te gebruiken, dus hier hoef je geen overstekende ruiters te verwachten.
Brommobielen
Een brommobiel rijdt als een auto op de rijbaan, maar haalt niet meer dan 45 km/u. Verwacht hem daarom ook op een weg waar 80 km/u geldt: binnen én buiten de bebouwde kom kun je alle soorten verkeer tegenkomen.
Op de autoweg en de autosnelweg hoef je geen brommobielen te verwachten: daar geldt een minimumsnelheid.
Je hebt Verkeersregelaars & Aanwijzingen gehad. Blijft het hangen?
FAQ
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op vragen die vaak terugkomen bij Voorrang & Speciale Weggebruikers.
Wanneer moet je een voetganger voor laten gaan?
Je laat voetgangers voorgaan op een zebrapad als ze oversteken of duidelijk op het punt staan over te steken. Blinden met een witte stok en mensen die zich moeilijk voortbewegen laat je altijd voorgaan, ook zonder zebrapad. En als jij afslaat, gaan voetgangers die rechtdoor dezelfde weg oversteken voor.
Wanneer heeft verkeer van rechts geen voorrang?
Verkeer van rechts heeft geen voorrang als jij op een voorrangsweg rijdt (bord B1), als er haaientanden, een stopbord of verkeerslichten staan, of als het van rechts uit een uitrit, erf, parkeerplaats of tankstation komt. In die gevallen geldt de rechtsregel niet en hoef je geen voorrang te verlenen.
Wat is een gelijkwaardig kruispunt?
Een gelijkwaardig kruispunt is een kruising zonder voorrangsborden, haaientanden of werkende verkeerslichten: alle wegen zijn even belangrijk. Hier geldt de rechtsregel — je verleent voorrang aan bestuurders die van rechts komen, dus ook aan fietsers en bromfietsers. Let op: een tram heeft altijd voorrang, ook als die van links komt.
Wie heeft voorrang op een rotonde?
Verkeer dat al op de rotonde rijdt, heeft voorrang op verkeer dat van rechts de rotonde oprijdt, tenzij borden anders aangeven. Verleen voorrang vóór je oprijdt, kies je rijstrook tijdig en geef richting tot je afslaat. Het CBR combineert rotondes vaak met voorrang én voorsorteren.
Korte bocht gaat voor lange bocht — klopt dat?
Ja: op een ongelijkwaardig kruispunt heeft verkeer van de weg met de korte bocht (minder scherpe bocht) meestal voorrang op verkeer van de weg met de lange bocht. Dit is een klassieke CBR-theorievraag — kijk naar de weginrichting en wie het kruispunt het beste kan overzien.
Blijf actueel oefenen
Je hebt nu de basis van voorrang, voetgangers en bijzondere weggebruikers geleerd. Omdat voorrang vaak afhangt van borden, wegmarkeringen, gedrag en uitzonderingssituaties, train je in onze app met actuele CBR-scenario's om snel te zien wie echt voorgaat.
Klaar om te oefenen?
Test je kennis van Voorrang & Speciale Weggebruikers met 75 oefenvragen in de app.
Je eerste quiz is gratis en zonder account. ·Daarna vanaf €19,99 voor 90 dagen toegang.