Alles leren over snelheden voor je CBR auto theorie? Ontdek direct de maximumsnelheden binnen en buiten de bebouwde kom. Leer snel en slaag voor je examen!
De maximumsnelheid volgt uit het wegtype en uit je locatie: binnen of buiten de bebouwde kom. Staat er een bord of matrixbord, dan gaat dat altijd vóór op die standaardlimiet.
Snelheden in het kort
Snelheidslimieten per wegtype
De maximumsnelheid hangt af van het type weg en de locatie:
Erf: maximaal 15 km/u vanwege voetgangers en spelende kinderen.
Bebouwde kom: standaard 50 km/u, tenzij een 30-zone geldt.
Buiten de bebouwde kom: Maximumsnelheid van 80 km/u. Soms mag je op smalle wegen maar 60 km/u rijden, maar dat wordt altijd vooraf aangegeven met een 60 km/u-bord. RVV 1990 artikel 21
Autoweg: Maximaal 100 km/u, maar dat hangt af van de wegbelijning. Zie je op het CBR-examen een vraag met alleen dit bord, dan geldt: de maximale snelheid is 100 km/u en de minimumsnelheid is 50 km/u.
Autosnelweg: Maximaal 130 km/u. In de praktijk geldt tussen 06:00 en 19:00 vaak 100 km/u, maar op het CBR-examen zie je die beperking altijd met een bord; zonder bord moet je uitgaan van 100 km/u op een snelweg. Minimum 60 km/u.
Verkeersborden en matrixborden
Maximumsnelheden worden aangegeven met vaste borden, tijdelijke borden of matrixborden die snelheden kunnen aanpassen. Matrixborden zijn leidend als ze actief zijn, bijvoorbeeld bij files.
Advies-snelheden worden aangegeven met blauwe borden en zijn niet verplicht, maar wel verstandig om te volgen. Leer meer over verkeersborden hier
Veilige volgafstand
Een veilige volgafstand is essentieel om op tijd te kunnen reageren. Houd altijd voldoende afstand, afhankelijk van je snelheid en de verkeerssituatie.
Op autosnelwegen geldt een minimumsnelheid, maar dit betekent niet dat je met die snelheid veilig kunt invoegen. Pas je snelheid en afstand aan de situatie aan.
In het algemeen geldt een volgafstand van minimaal 2 seconden. Bij slechte weersomstandigheden (zoals regen, mist of gladheid) moet je de volgafstand vergroten, omdat je dan meer tijd nodig hebt om te reageren en te stoppen. De volledige informatie over volgafstand kun je hier vinden.
De snelheidslimiet die je moet volgen, varieert afhankelijk van waar je je bevindt en het type weg waarop je rijdt. Of je nu binnen of buiten de bebouwde kom bent, op de snelweg, op een erf of op een autoweg, overal gelden verschillende maximum-snelheden. Het type weg en de maximum-snelheid worden vaak aangegeven door verkeersborden. Deze kunnen permanente borden zijn, maar ook tijdelijke borden of matrixborden die snelheden kunnen aanpassen. Bovendien zijn er borden die een advies-snelheid geven. In dit deel van de les leer je aan de hand van het type weg en de borden te herkennen hoe snel je mag rijden.
Binnen de bebouwde kom is de standaard maximumsnelheid 50 km/u. Buiten de bebouwde kom is dat meestal 80 km/u, tenzij borden iets anders aangeven. RVV 1990 artikel 20
Voor het examen moet je vooral snel herkennen: plaatsnaambord, 30-zone, erf en het bord einde maximumsnelheid.
Snelheid
Zie je een plaatsnaambord, dan zit je normaal in de bebouwde kom en geldt 50 km/u. Zie je het plaatsnaambord met rode streep, dan ben je buiten de bebouwde kom en geldt meestal 80 km/u, tenzij een bord of zone iets anders aangeeft.
Een plaatsnaambord betekent: binnen de bebouwde kom; 50 km/u.Op een erf geldt maximaal 15 km/u.Na einde maximumsnelheid (50 km/u, 60 km/u, 70 km/u) buiten de kom ga je terug naar 80 km/u.
CBR-beslisregels
1. Eerst kijken: binnen of buiten de bebouwde kom?
Dat bepaal je in de eerste plaats met het plaatsnaambord. Niet met gevoel, niet met huizen, maar met het bord.
Soms staat in de vraag letterlijk: "Je rijdt buiten de bebouwde kom. Wat is hier je maximale snelheid?" Door de vraag zo te formuleren, wordt meteen duidelijk welk snelheidsgebied (buiten de bebouwde kom) je moet herkennen en welke regel je daarop moet toepassen.
Lees daarom altijd eerst de vraag goed en bekijk de afbeelding aandachtig voordat je antwoord geeft. Dit is een van de meest gemaakte fouten op het CBR-examen. Veel kandidaten kijken eerst naar de antwoorden en pas daarna naar de vraag, waardoor ze de situatie verkeerd interpreteren. Denk niet: Dit overkomt mij niet; zelfs de aller slimste maken deze fout 😉.
2. Binnen de bebouwde kom
Standaard 50 km/u.
Kom je een 30-zone in, dan geldt 30 km/u in de hele zone.
Verlaat je die 30-zone weer binnen de bebouwde kom, dan wordt het weer 50 km/u.
Rijd je een erf in, dan geldt 15 km/u.
3. Buiten de bebouwde kom
Standaard 80 km/u.
Zie je een bord 60 km/u, dan moet je je daaraan houden.
Je mag pas weer harder rijden na het bord einde maximumsnelheid.
Na dat bord geldt buiten de bebouwde kom weer de standaard snelheid: 80 km/u.
4. Borden gaan voor
Als er een snelheidsbord staat, volg je dat bord. Dat geldt ook als de weg er anders uitziet dan je verwacht.
Waar begint en eindigt de bebouwde kom?
De bebouwde kom begint zodra je een bord met de naam van de plaats passeert. Je verlaat de bebouwde kom weer zodra je hetzelfde bord ziet met een rode streep erdoorheen.
Vaak staat naast het plaatsnaambord ook nog een verkeersbord met 50 km/u erop. Dat lijkt overbodig, want het plaatsnaambord zegt dat eigenlijk al. Laat je daar op het examen dus niet door in de war brengen: binnen de bebouwde kom geldt standaard 50 km/u, met of zonder extra bord.
Binnen de bebouwde kom kun je een 30-zone tegenkomen. Die maximumsnelheid geldt voor de héle zone en eindigt pas bij het bord dat aangeeft dat de 30-zone eindigt. Verlaat je de 30-zone terwijl je nog steeds binnen de bebouwde kom bent, dan mag je weer maximaal 50 km/u.
Het bord waarmee een 30-zone begint. De zone eindigt pas bij het bord 'einde 30-zone'.
Op een erf: 15 km/u en voetgangers overal
Op een erf geldt een maximumsnelheid van 15 km/u. Maar er is meer aan de hand dan alleen die snelheid.
Auto's mogen alleen op de rijbaan rijden.
Voetgangers en spelende kinderen mogen zowel op de stoep als op de rijbaan lopen. Op een erf mogen zij dus de hele breedte van de weg gebruiken.
Omdat er vaak kinderen spelen, rijd je maximaal 15 km/u. Bij die snelheid kun je nog goed anticiperen.
Ook op een erf houd je zoveel mogelijk rechts aan; er kunnen namelijk gewoon tegenliggers zijn.
Op een erf mogen voetgangers en kinderen de hele breedte van de weg gebruiken. Maximaal 15 km/u.
Waarom soms 60 km/u buiten de bebouwde kom?
Buiten de bebouwde kom geldt normaal gesproken 80 km/u. Toch kom je regelmatig een bord met 60 km/u tegen. Dat gebeurt vooral op smallere wegen, waar je veel tegenliggers, fietsers en landbouwvoertuigen tegenkomt. Daar is 60 km/u simpelweg veiliger.
Je mag pas weer harder rijden als je het bord einde maximumsnelheid passeert. Dat bord heeft een witte achtergrond met de eerdere maximumsnelheid (bijvoorbeeld 50, 60 of 70 km/u) in grijze cijfers, met drie zwarte strepen erdoorheen. Daarna geldt buiten de bebouwde kom weer 80 km/u. Deze snelheden — 50, 60 en 70 met strepen erdoor — kom je alleen buiten de bebouwde kom tegen.
Eerst 60 km/u, na het bord einde maximumsnelheid weer 80 km/u.
Snelheid herkennen aan de weg zelf
Het gebeurt dat je een bord mist, bijvoorbeeld omdat je even op een tegenligger let. En er zijn wegen waar helemaal geen borden staan. Dan kun je de snelheid vaak afleiden uit de inrichting van de weg, zoals de strepen op het wegdek.
Let op: borden zijn altijd leidend. Staat er een bord, dan volg je het bord — niet de strepen.
Dubbele witte strepen in het midden van de weg → normaal gesproken 80 km/u, tenzij een bord iets anders zegt.
Alleen strepen aan de zijkant, geen bord → meestal ook 80 km/u.
Dubbele witte strepen met een groene strook ertussen → dit is een autoweg: 100 km/u. Ezelsbruggetje: een biljet van 100 euro is ook groen. Groen = 100 km/u.
Groen tussen de dubbele middenstrepen: 100 km/u. Geen groen: 80 km/u.
Verschillen die je moet kunnen kiezen
Situatie
Herkenning
Maximumsnelheid
Wanneer eindigt dit?
Binnen bebouwde kom
Plaatsnaambord zonder rode streep
50 km/u
Bij andere zone, erf of einde bebouwde kom
30-zone
Zonebord 30
30 km/u
Bij bord einde 30-zone
Erf
Erfbord
15 km/u
Bij einde erf
Buiten bebouwde kom
Plaatsnaambord met rode streep
80 km/u
Bij ander snelheidsbord of nieuwe situatie
Buiten bebouwde kom met bord 60
Rond bord 60
60 km/u
Bij bord einde maximumsnelheid
Voorbeeldsituaties zoals op het examen
Situatie 1
Je rijdt langs een plaatsnaambord een dorp in. Er staat verder geen ander snelheidsbord.
Juiste keuze: maximaal 50 km/u.
Waarom: binnen de bebouwde kom geldt standaard 50 km/u.
Situatie 2
Je rijdt binnen de bebouwde kom een 30-zone in. Even later verlaat je die zone, maar je blijft nog wel in de bebouwde kom.
Juiste keuze: na het einde van de zone weer maximaal 50 km/u.
Waarom: de 30 geldt voor de hele zone en eindigt pas bij het bord einde zone.
Situatie 3
Je rijdt buiten de bebouwde kom op een smalle weg. Je ziet eerst een bord 60 en later een bord einde maximumsnelheid.
Juiste keuze: eerst 60 km/u, daarna weer 80 km/u.
Waarom: buiten de bebouwde kom ga je na einde maximumsnelheid terug naar de standaardsnelheid van 80 km/u.
Situatie 4
Je rijdt buiten de bebouwde kom op een weg met dubbele witte middenstrepen. Er staat geen enkel snelheidsbord.
Juiste keuze: maximaal 80 km/u.
Waarom: zonder bord leid je de snelheid af uit de inrichting van de weg. Dubbele witte middenstrepen zónder groene strook horen bij 80 km/u.
CBR-valkuil
❌ Fout: denken dat je na een 30-zone altijd 30 blijft rijden.
✅ Goed: binnen de bebouwde kom ga je na het einde van de zone terug naar 50 km/u.
❌ Fout: denken dat je bij een snelheidsbeperking altijd precies die snelheid moet rijden.
✅ Goed: bij een snelheidsbeperking, zoals 30 km/u, is de aangegeven snelheid een maximum; je mag dus ook langzamer rijden, bijvoorbeeld 20 km/u.
❌ Fout: denken dat een plaats met huizen automatisch bebouwde kom is.
✅ Goed: je kijkt naar het plaatsnaambord.
❌ Fout: op een erf dezelfde snelheid kiezen als in een 30-zone.
✅ Goed: op een erf is het 15 km/u.
❌ Fout: op een weg zónder bord de strepen negeren en zomaar een snelheid kiezen.
✅ Goed: is er geen bord, dan lees je de snelheid af aan de wegmarkering. Staat er wél een bord, dan gaat het bord altijd voor.
Op het CBR-examen valt dit onderdeel grotendeels onder het hoofdstuk 'gebruik van de weg'.
Je hebt Snelheden binnen en buiten de bebouwde kom gehad. Blijft het hangen?
Met rijbewijs B mag je een aanhangwagen trekken van 750 kg of zwaarder dan 750 kg, zolang auto en aanhangwagen samen niet boven 3500 kg komen.
Een aanhangwagen van maximaal 750 kg heeft hetzelfde kenteken als de auto op een witte kentekenplaat met zwarte letters en cijfers.
Een aanhangwagen van meer dan 750 kg wordt als apart voertuig gezien en heeft een eigen kenteken: geel met zwarte letters.
Je gebruikt niet beide kentekens. Dus niet tegelijk een witte én een gele plaat voeren.
Op de kentekencard van de auto staat hoeveel gewicht je met de auto mag trekken.
Zie het verschil tussen een lichte aanhanger en een zwaardere aanhanger.
De kentekenplaat moet officieel zijn
De plaat op de aanhangwagen moet een goedkeuringsmerk hebben. Je mag dus niet even snel een kenteken met een zwarte stift op een wit papiertje schrijven: je moet een officiële kentekenplaat aanschaffen.
Welke plaat je nodig hebt, hangt af van het gewicht. Je kunt niet vooraf "voor de zekerheid" beide platen voeren, want je weet wel degelijk of je aanhangwagen zwaarder of lichter is dan 750 kg. Een witte én een gele plaat tegelijk is dus altijd fout.
Lading óp de aanhangwagen: waar mag die uitsteken?
Bij een aanhangwagen mag lading uitsteken, maar het belangrijke verschil met de auto is de richting:
Aan de voorkant mag de lading niet uitsteken. Alleen aan de achterkant.
Achter mag de lading zelfs meer dan 1 meter uitsteken, maar dan is een rood-wit gestreept markeringsbord verplicht. Dat is de enige juiste manier.
Steekt de lading minder dan 1 meter uit, dan mág je dat bord gebruiken, maar het is niet verplicht.
Steekt de lading meer dan 1 meter achter de aanhangwagen uit, dan is een rood-wit gestreept markeringsbord verplicht.
Let op wat "de voorkant" precies is. De voorkant van de aanhangwagen ligt een stukje vóór de laadbak, bij de dissel. De lading mag dus wel een stukje uit de laadbak naar voren steken, maar nooit voorbij de voorkant van de aanhangwagen zelf.
Rechts goed: de lading blijft binnen de voorkant van de aanhangwagen. Links fout: de lading steekt voorbij de voorkant uit.
Lading ín de aanhangwagen: net en gewichtsverdeling
Losse lading zet je vast met een net over de aanhangwagen. Zo kan er niets uit vallen en blijft alles op zijn plek.
Zware lading leg je in het midden van de aanhangwagen. Leg je die achterin, dan wordt de achterkant te zwaar en vergroot je het risico op slingeren.
Zware lading in het midden, en een net over losse lading: zo voorkom je slingeren en verlies van lading.
Tabel: snel kiezen op het examen
Situatie
Mag / hoort zo
Niet goed
Aanhangwagen maximaal 750 kg
Witte kentekenplaat met kenteken van de auto
Eigen geel kenteken gebruiken
Aanhangwagen meer dan 750 kg
Eigen gele kentekenplaat
Witte plaat van de auto gebruiken
Auto + aanhangwagen samen
Maximaal 3500 kg bij rijbewijs B
Boven 3500 kg uitkomen
Lading steekt achter minder dan 1 meter uit
Markeringsbord mag, maar is niet verplicht
Denken dat markering altijd verplicht is
Lading steekt achter meer dan 1 meter uit
Rood-wit gestreept markeringsbord verplicht
Zonder bord rijden of iets anders gebruiken
Lading aan voorkant van aanhangwagen
Mag niet voorbij de voorkant uitsteken
Voor de aanhangwagen laten uitsteken
Zware lading in de aanhangwagen
In het midden plaatsen
Achterin leggen; de aanhanger gaat slingeren
CBR-valkuil
Leerlingen kijken vaak alleen naar de laadbak of alleen naar het soort kenteken dat toevallig beschikbaar is. Op het examen moet je juist strak redeneren:
Een fietsendrager is geen aanhanger. Daarom geldt er geen aparte snelheidsbeperking voor een aanhanger, maar blijft de algemene maximumsnelheid voor het voertuig van toepassing. RVV 1990 artikel 22
Er zijn strikvragen waarbij een bord of matrixbord een snelheidsbeperking van 100 km/u aangeeft, maar als je met een aanhanger rijdt, geldt voor jou een lagere maximumsnelheid van 90 km/u. Let dus niet alleen op wat er op het bord staat, maar controleer ook welke snelheid voor jouw combinatie (auto met aanhanger) geldt.RVV 1990 artikel 22a
Sommigen zien een aanhanger en denken meteen: het antwoord is 90 km/u. Maar in de vraag staat dat je buiten de bebouwde kom rijdt. Daarom geldt hier je maximale snelheid van max 80 km/u. Lees daarom eerst de vraag goed en bekijk daarna pas alle antwoorden zorgvuldig.
Denken dat lading aan de voorkant van de aanhangwagen net zo mag uitsteken als bij de auto. Bij een aanhangwagen mag lading alleen aan de achterkant uitsteken.
Je hebt Snelheden met aanhanger gehad. Blijft het hangen?
Op de autosnelweg moet je vooral letten op het autosnelwegbord, de geldende maximumsnelheid en actieve matrixborden.
Voor het CBR is de kern: op de autosnelweg geldt maximaal 130 km/u en minimaal 60 km/u, tenzij borden of matrixborden een andere snelheid aangeven.
Herkennen dat je op een autosnelweg rijdt
Een autosnelweg herken je aan het blauwe rechthoekige bord met een afbeelding van een dubbele rijbaan en een viaduct erboven. Het einde van de autosnelweg wordt aangegeven met hetzelfde bord met een rode streep erdoor.
Het bord lijkt een beetje op een racebaan — een handig ezelsbruggetje voor de hoogste maximumsnelheid die er in Nederland is.
Zie je dit bord, dan rijd je op een autosnelweg.
Snelwegen hebben A-nummers, zoals A4 of A2. Die nummers staan op hectometerbordjes langs de weg. De hectometerbordjes staan elke 100 meter, zodat je heel precies kunt bepalen waar je je bevindt op de snelweg.
A = Autosnelweg (bijvoorbeeld A4, A2).
N = Niet-autosnelweg (bijvoorbeeld N11, N207). Dit zijn vaak provinciale wegen, waar een andere maximumsnelheid kan gelden.
Hectometerbordjes zijn niet alleen handig om het wegtype te herkennen. Ze geven ook je exacte locatie aan. Dat is erg nuttig bij pech of een noodsituatie: je kunt dan precies doorgeven waar je staat.
CBR-beslisregels op de autosnelweg
Maximumsnelheid: 130 km/u, tenzij anders aangegeven.
Minimumsnelheid: 60 km/u.
Actief matrixbord: de snelheid op het matrixbord is leidend.
Wit vierkant met schuine streep op een matrixbord: einde van alle eerder aangegeven matrixborden.
Onderbord met tijden: dan geldt de aangegeven snelheid alleen op die tijdstippen.
Dit geeft aan dat je aan het einde van de eerder aangegeven matrixborden weer teruggaat naar de oorspronkelijke maximumsnelheid. Stel: je rijdt ’s nachts op de snelweg en je maximale snelheid is 130 km/u, maar door een matrixbord is dit tijdelijk verlaagd naar 90 km/u. Zodra je het einde van die matrixaanduiding ziet, mag je weer 130 km/u rijden.
De autoweg en de autosnelweg heten speciale wegen. Niet alleen vanwege hun hoge maximumsnelheid, maar vooral omdat er ook een minimumsnelheid geldt.
Op de autoweg is de minimumsnelheid de helft van de maximumsnelheid: bij 100 km/u is dat dus 50 km/u. Op de autosnelweg is de minimumsnelheid 60 km/u.
130 km/u in theorie, 100 km/u tussen 06:00 en 19:00 uur in de praktijk
De bron maakt een belangrijk onderscheid tussen theorie en praktijk:
Wettelijke maximumsnelheid op de autosnelweg: 130 km/u.
In de praktijk in Nederland: op alle autosnelwegen geldt 100 km/u tussen 06:00 en 19:00 uur.
Na 19:00 uur: dan mag je weer 130 km/u rijden.
Die 100 km/u overdag is ingevoerd om de uitstoot van schadelijke stoffen te verminderen. Dat is dus geen andere wet: de wettelijke maximumsnelheid is nog steeds 130 km/u, maar in de praktijk staat er bijna overal een bord met een lagere snelheid.
Let wel: als borden of matrixborden iets anders aangeven, dan volg je die.
Normaal rijd je 130 km/u op de snelweg, maar in de praktijk geldt er op bijna elke snelweg in Nederland een bord met een lagere maximumsnelheid. Dat betekent dat je tussen 6:00 en 19:00 100 km/u moet rijden, omdat die borden de geldende snelheid aangeven. Op het CBR-toetsantwoord is de regel dat de maximumsnelheid op de snelweg 130 km/u is, maar alleen als er geen (tijdelijke) lagere maximumsnelheid met een bord van kracht is.
Invoegen op de autosnelweg
Je weet nu dat op de autosnelweg een minimumsnelheid van 60 km/u geldt. Maar dat betekent niet dat het veilig is om met díe snelheid in te voegen. Op de doorgaande rijbaan mag verkeer maximaal 130 km/u en gemiddeld rijdt men zo'n 100 km/u. Voeg je in met 60 km/u, dan loop je het risico dat iemand achterop je botst.
Maak eerst snelheid op de invoegstrook, zodat je op het moment van invoegen ongeveer even hard rijdt als het verkeer op de doorgaande rijbaan. Dan blijft het verkeer soepel doorstromen.
Snelheid maak je op de invoegstrook, niet pas op de doorgaande rijbaan.
Waar je op moet letten bij het invoegen
Vrachtwagens rijden meestal op de rechterrijstrook en mogen maximaal 80 km/u. Wil je tussen twee vrachtwagens invoegen, dan moet je je snelheid daarop aanpassen. Doe je dat niet, dan moet je vlak na het invoegen ineens hard remmen.
Bussen en touringcars mogen maximaal 100 km/u.
Pas je snelheid dus altijd aan het verkeer op de snelweg aan vóórdat je invoegt.
En bij het verlaten van de snelweg
Snelheid verminderen doe je op de uitvoegstrook, niet op de doorgaande rijbaan. Zo hinder je het overige verkeer niet en blijft de doorstroming normaal.
Alle maximumsnelheden nog even op een rij
Erf: 15 km/u.
Binnen de bebouwde kom: standaard 50 km/u, tenzij je een 30-zone in rijdt (30 km/u) of een erf op rijdt (15 km/u).
Buiten de bebouwde kom: standaard 80 km/u, tenzij anders aangegeven. Zie je strepen door 50, 60 of 70, dan is het weer 80 km/u.
Soms geeft een onderbord aan op welke tijdstippen het bord geldt.
Tabel: wat geldt op de autosnelweg?
Situatie
✅ Wel volgen
❌ Niet kiezen
Je rijdt op een autosnelweg zonder afwijkend bord
Maximaal 130 km/u, minimaal 60 km/u
100 km/u als vaste hoofdregel voor elk moment van de dag
Je ziet een actief matrixbord met lagere snelheid
De snelheid van het matrixbord
Toch 130 km/u blijven rijden
Je ziet een wit vierkant met schuine streep op het matrixbord
Einde van eerder aangegeven matrixsnelheid
Denken dat de laatst getoonde snelheid blijft gelden
Je ziet een onderbord met tijden, zoals 6-19h
De snelheid geldt alleen op die tijden
Denken dat de snelheid altijd geldt
Je rijdt tussen 06:00 en 19:00 uur op de autosnelweg
100 km/u in de praktijk, tenzij anders aangegeven
Altijd 130 km/u
Je voegt in vanaf de invoegstrook
Snelheid aanpassen aan het verkeer op de doorgaande rijbaan
Met de minimumsnelheid van 60 km/u invoegen
CBR-valkuil
Veel leerlingen kiezen op het examen automatisch 130 km/u zodra ze 'autosnelweg' zien. Dat is te simpel.
Een actief matrixbord gaat voor.
Sommige leerlingen denken bij de CBR-vraag "Wat is de maximale snelheid op een snelweg" dat het antwoord altijd 100 km/u is. Dat is niet juist. Alleen als er een onderbord bij staat dat de tijdsperiode aangeeft (bijvoorbeeld 6:00 en 19:00), geldt de maximumsnelheid van 100 km/u binnen die aangegeven tijden.
Verwar de minimumsnelheid van 60 km/u niet met een veilige invoegsnelheid; bij invoegen moet je je snelheid aanpassen aan het verkeer op de doorgaande rijbaan.
Denken dat je snelheid mindert zodra je van de snelweg af wilt. Afremmen doe je op de uitvoegstrook, niet op de doorgaande rijbaan.
Je hebt Snelheden op snelwegen gehad. Blijft het hangen?
Voor het CBR moet je een autoweg direct herkennen aan het blauwe bord met een witte auto. Daarna bepaal je de snelheid: normaal maximaal 100 km/u en minimaal 50 km/u, tenzij borden of matrixborden iets anders aangeven.
Op examenvragen is het verschil met de autosnelweg belangrijk: autoweg = witte auto op blauw bord, geen snelwegsymbool.
Waarschijnlijk weet je wel ongeveer hoe een autosnelweg eruitziet, maar in een examenvraag is dat niet altijd even duidelijk. Er zijn twee betrouwbare manieren om het te bepalen: het bord en de hectometerbordjes.
Een autoweg wordt aangegeven met een blauw bord met een witte auto erop. Zie je het bord met de auto, dan zit je op de autoweg. Een autosnelweg heeft een blauw bord met een dubbele rijbaan en een viaduct.
Staat er geen bord in beeld, kijk dan naar de hectometerbordjes langs de weg:
A + cijfer = Autosnelweg (A4, A2).
N + cijfer = Niet-autosnelweg (N11, N207).
A = Autosnelweg, N = Niet-autosnelweg. Handig als er geen bord in beeld is.
3 type markeringen
A. Dubbele witte middenstrepen met groene kleur ertussen: 100 kilometer per uur
B. Dubbele witte middenstrepen zonder groene kleur: 80 kilometer per uur
C. Geen middenstreep: 80 kilometer per uur
Ezelsbruggetje voor de groene strook: een biljet van 100 euro is ook groen. Groen = 100 km/u.
Kijk altijd of borden de snelheid aanpassen
Net als op andere wegen kan de snelheid op een autoweg worden aangepast.
Zie je een rond wit bord met rode rand en een snelheid, dan geldt die maximumsnelheid. Hier geld een maximale snelheid van 90 km/u.
Zie je een actief matrixbord, dan is dat leidend.
Waarom een autoweg risico's kent die je niet verwacht
A-wegen — autosnelwegen — zijn ondanks de hoge snelheid relatief veilig: iedereen rijdt dezelfde kant op, er zijn geen kruisingen en geen tegenliggers.
De meeste ongelukken gebeuren juist op wegen waar je 50 tot 80 km/u mag rijden. Daar rijden voertuigen met heel verschillende snelheden door elkaar, en heb je wél te maken met kruisingen en tegenliggers.
Automobilisten zien motorrijders minder snel aankomen. Daarom komen botsingen tussen auto's en motoren juist op dit soort wegen vaak voor. Kijk bij een kruising of inhaalmanoeuvre dus bewust nog een keer extra.
Verschillen die het CBR graag test
Situatie
Autoweg
Autosnelweg
Herkenningsbord
Blauw bord met witte auto
Blauw bord met weg/viaduct
Hectometerbordje
N + cijfer
A + cijfer
Normale maximumsnelheid
100 km/u
130 km/u, tenzij anders aangegeven
Minimumsnelheid
50 km/u
60 km/u
Matrixbord actief
Volgen
Volgen
CBR-valkuil
Veel leerlingen kiezen bij een autoweg per ongeluk 130 km/u, omdat ze het bord verwarren met een autosnelweg of denken dat "snelle weg" automatisch snelweg betekent. Op het examen moet je eerst het juiste bord herkennen en pas daarna de snelheid kiezen. RVV 1990 artikel 42
Een tweede fout is denken dat 100 km/u alleen maximum betekent. Op de autoweg hoort ook een minimumsnelheid van 50 km/u.
Een derde fout is een actief matrixbord negeren. Als het matrixbord een lagere snelheid toont, geldt die snelheid op dat moment.
Laatste veelgemaakte fout: De minimale snelheid op een autoweg is 50 km/u. Voertuigen die die snelheid niet kunnen halen, zoals een trekker (tractor), brommobielen en bromfietsen, mogen daarom niet op een autoweg rijden. Meer informatie over deze voertuigen kan je hier vinden.
Je hebt Snelheden op autowegen gehad. Blijft het hangen?
Snelheidsborden herken je op het examen vooral aan vorm, kleur en functie. Rond met rood is een verbod, rond met blauw is een verplichting en vierkant geeft meestal aan dat iets is toegestaan.
Bij snelheidsvragen moet je dus eerst bepalen: is dit een maximum dat je moet volgen, een advies, of een waarschuwing?
Matrixborden
Op de autosnelweg kom je naast de gewone vaste verkeersborden ook elektronische signaleringsborden tegen: matrixborden. Zijn ze actief, dan geven zij de nieuwe maximumsnelheid aan. Een actief matrixbord is dus altijd leidend, ook als het vaste bord iets anders aangeeft.
Matrixborden worden bijvoorbeeld geactiveerd als er verderop een file staat. Door de maximumsnelheid op tijd te verlagen, kun je makkelijker anticiperen op die file.
Einde van een matrixaanduiding
Het einde van zo'n tijdelijke maximumsnelheid wordt op het matrixbord aangegeven met een wit vierkant met een schuine streep. Dat betekent: einde van alle eerder aangegeven matrixborden. In dit geval dus het einde van de maximumsnelheid die een eerder matrixbord aangaf.
Wit vierkant met schuine streep: einde van alle eerder aangegeven matrixborden.
Wat een matrixbord nog meer kan tonen
Behalve een snelheid kan een matrixbord ook een schuine pijl (verlaat deze rijstrook) of een rood kruis (rijstrook gesloten) weergeven. Meer daarover lees je bij Verkeersborden & Signalen.
Een matrixbord kan ook een schuine pijl of een rood kruis tonen.
Een adviesbord geeft een advies voor het verkeer. Zo kan er bij een bocht staan dat het verstandig is om de aangegeven rijlijn te volgen. Dit advies is niet verplicht: je mag er gemotiveerd van afwijken, maar je moet wel veilig en met voldoende aandacht rijden.
Advies-snelheid: vierkant = vriendelijk
Naast de ronde witte borden met rode rand en de matrixborden — die een verplichte maximumsnelheid aangeven — bestaan er vierkante blauwe borden met witte cijfers. Die geven een advies-snelheid, vooral bij scherpe bochten.
Vierkant = vriendelijk. De snelheid op zo'n bord is een advies. Verstandig om te volgen, maar niet verplicht.
Ga je in een bocht toch sneller dan geadviseerd, dan vergroot je het risico om uit de bocht te vliegen en een tegenligger of een boom te raken.
Zo lees je snelheidsborden op het examen
Verkeersborden zijn in principe geldig. Staat er een onderbord bij, dan kan daarop een uitzondering of extra uitleg staan. Zie je meerdere borden onder elkaar, lees ze dan van boven naar beneden als één verhaal.
Borden die alleen in bepaalde situaties gelden
Soms kom je borden tegen die alleen in specifieke situaties van toepassing zijn. Op drukke snelwegen zie je bijvoorbeeld borden met een onderbord 6-19h: dan geldt die aangepaste maximumsnelheid alleen tussen 6:00 's ochtends en 19:00 's avonds. Een bord kan ook alleen gelden onder bepaalde omstandigheden, zoals bij een nat wegdek.
Vaste regel: geldt een bord alleen onder bepaalde omstandigheden of op bepaalde tijden, dan staat dat altijd op een wit onderbord eronder. Staat er geen onderbord, dan geldt het bord altijd.
Wegen ingericht voor 30 km/u
Wegen met drempels en klinkers zijn ingericht voor een snelheid van 30 km/u. Dit soort wegmarkeringen en wegconstructies dwingt bestuurders om hun snelheid aan te passen aan de bebouwde omgeving.
Wegwerkzaamheden met maximum 90 km/h
Bij borden met wegwerkzaamheden moet je je snelheid verlagen tot maximaal 90 km/h. Dat geldt OOK als er op dat moment niet gewerkt wordt: de borden geven een geldende snelheidsbeperking aan. De borden zijn dus altijd geldig zolang ze van kracht zijn.
Waarschuwingsborden geven GEEN snelheidsbeperking
Deze borden geven niet zelf een maximumsnelheid aan. Ze geven alleen aan dat je op een bepaalde wegsoort rijdt (bijvoorbeeld de snelweg). In CBR-vragen wordt daarom vaak de situatie bedoeld: "Je rijdt op de snelweg en vraagt of je daar 90 km/u mag rijden". Voor iedereen geldt dan: ja.
Slecht wegdek: denk aan hobbels en gaten.
Drempel: één duidelijke verhoging in de weg.
Glad wegdek: extra kans op slippen.
Slecht zicht: bijvoorbeeld door regen, sneeuw of mist.
Filevorming: verkeer voor je kan stilstaan.
Er is één uitzondering: kinderen kunnen onverwacht oversteken. Daarom moet je je snelheid verminderen, zodat je genoeg tijd en ruimte hebt om te reageren.
Tabel: welk bord doet wat?
Bord
Vorm en kleur
Betekenis
Verplicht?
Maximumsnelheid
Rond, wit met rode rand
Dit is de hoogst toegestane snelheid
Ja
Einde maximumsnelheid
Rond, wit met grijze cijfers en schuine strepen
De eerdere beperking vervalt
Ja
Advies-snelheid
Vierkant, blauw met witte cijfers
Aanbevolen snelheid, vaak in een bocht
Nee — vierkant = vriendelijk
Matrixbord met snelheid
Elektronisch, boven de rijstrook
Nieuwe maximumsnelheid, gaat vóór het vaste bord
Ja, zolang actief
Matrixbord wit vierkant met streep
Elektronisch
Einde van alle eerdere matrixaanduidingen
—
Waarschuwingsbord
Driehoek, wit met rode rand
Waarschuwt voor een gevaar
Geen snelheidsbeperking
CBR-valkuil
❌ Fout: een vierkant blauw snelheidsbord behandelen als een verplichte maximumsnelheid.
✅ Goed: vierkant blauw = advies. Rond met rode rand = verplicht.
❌ Fout: een actief matrixbord negeren omdat het vaste bord een hogere snelheid aangeeft.
✅ Goed: een actief matrixbord gaat altijd voor.
❌ Fout: denken dat een waarschuwingsbord zelf een maximumsnelheid oplegt.
✅ Goed: een waarschuwingsbord waarschuwt alleen; de geldende maximumsnelheid verandert er niet door.
❌ Fout: een tijd- of weersbeperking aannemen die er niet staat.
✅ Goed: zo'n beperking staat altijd op een wit onderbord. Geen onderbord betekent: het bord geldt altijd.
Je hebt Snelheden borden gehad. Blijft het hangen?
FAQ
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op vragen die vaak terugkomen bij Snelheden.
Wat is de maximumsnelheid met een aanhanger?
De maximumsnelheid met een aanhanger is 90 km/u, tenzij anders aangegeven.
Wat is de maximumsnelheid op een autosnelweg?
Op de autosnelweg is de maximumsnelheid 130 km/u, met een minimumsnelheid van 60 km/u, tenzij borden of matrixborden iets anders aangeven.
Wat is de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom?
Buiten de bebouwde kom geldt meestal een maximumsnelheid van 80 km/u, tenzij borden iets anders aangeven.
Wat is de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom?
De standaard maximumsnelheid binnen de bebouwde kom is 50 km/u, tenzij een 30-zone van toepassing is.
Wat is de maximumsnelheid in een woonerf?
De wettelijke maximumsnelheid in een woonerf is 15 kilometer per uur. Dit wordt vaak 'stapvoets' genoemd. Deze lage snelheid is nodig omdat voetgangers de gehele breedte van de straat veilig mogen gebruiken.
Blijf actueel oefenen
Met deze snelheidsregels heb je de basis voor snelheden, volgafstand en matrixborden te pakken. Er zijn nog meer uitzonderingen per bord, tijdstip, wegtype en weersituatie, dus oefen in onze app met de meest actuele CBR-informatie en herken sneller welke snelheid in elke examensituatie geldt.
Klaar om te oefenen?
Test je kennis van Snelheden met 55 oefenvragen in de app.
Je eerste quiz is gratis en zonder account. ·Daarna vanaf €19,99 voor 90 dagen toegang.