Bijzondere manoeuvres
Bijzondere manoeuvres: wie moet wachten bij invoegen, keren, achteruitrijden, uitstappen en wegrijden.
Bij een bijzondere manoeuvre moet jij het overige verkeer altijd voor laten gaan. Denk aan achteruitrijden, invoegen, keren, uitstappen, parkeren en wegrijden.
Voor het CBR is de hoofdvraag steeds: ben jij degene die de manoeuvre uitvoert? Dan mag je niemand hinderen of laten schrikken.
Kernregel voor het examen: voer jij een bijzondere manoeuvre uit, dan laat je al het overige verkeer voorgaan, ook voetgangers en ook op een parkeerterrein. Doet een ánder de manoeuvre, dan heb jij voorrang.
De zes bijzondere manoeuvres
- Achteruitrijden
- In- en uitvoegen
- Keren
- In- en uitstappen
- Parkeren
- Wegrijden
Voer ze rustig uit, zodat je niemand laat schrikken. De examenvraag is bijna altijd dezelfde: wie doet hier iets bijzonders? Die bestuurder wacht.
Komt er iemand achteruit uit een parkeervak of voegt iemand in, dan hoef jij niet te stoppen. Ga er alleen nooit blind van uit dat de ander ook echt wacht: een botsing voorkomen gaat vóór je voorrang.
Uitzondering: de bus bij een halte
Geeft een bus binnen de bebouwde kom aan dat hij van een halte wil wegrijden, dan moet je hem vóór laten gaan. Dat geldt voor alle bussen: lijnbussen, touringcars, schoolbussen.
- Binnen de bebouwde kom rijd je maximaal 50 km/u, dus je kunt op tijd stoppen. Daarom heeft de bus daar voorrang.
- Buiten de bebouwde kom rijd je tot 80 km/u en is plotseling stoppen gevaarlijk. Daar hoef je de bus niet voor te laten gaan; die wacht tot jij voorbij bent.
- Staat de bus stil omdat er nog mensen instappen en geeft hij geen richting aan, dan kun je hem rustig voorbijrijden. Let wel op tegenliggers.
- Komt een touringcar uit een parkeervak in plaats van van een halte, dan geldt de uitzondering niet en heb jij gewoon voorrang.
Invoegen en uitvoegen
Invoegen is een bijzondere manoeuvre, dus het verkeer op de rijstrook waar jij heen wilt gaat eerst. Je hoeft niet de hele invoegstrook te gebruiken: zodra je genoeg snelheid hebt en er ruimte is, mag je erin. Schuif daarna niet in één keer meerdere rijstroken op; eerst invoegen, opnieuw kijken, en pas dan eventueel nog een strook.
Wil jij invoegen terwijl een ander op diezelfde plek wil uitvoegen, dan wacht jij. Net als bij een lift: eerst laten uitstappen, dan pas instappen.
Keren
- Op een gewone weg mag keren, maar alleen als het veilig kan. Buiten de bebouwde kom op een weg met verkeer in twee richtingen lukt dat meestal.
- Ligt er een doorgetrokken streep, dan mag je niet keren.
- Op een autoweg en een autosnelweg mag keren nooit, ook niet als er geen middenberm ligt: het verkeer komt daar met hoge snelheid aan. Een autoweg herken je aan het blauwe bord met een auto erop, of aan een groene middenstreep. Je rijdt door tot je een plek vindt waar keren wel kan.
- Op een eenrichtingsweg mag keren niet, want dan zou je tegen het verkeer in rijden.
Dit ronde blauwe bord met de schuine pijl naar rechtsonder betekent dat je rechts van de middengeleider moet blijven. Links langs het bord rijden is verboden, want dan rijd je tegen het verkeer in. Keren en linksaf slaan mag hier wél.
Verkeerde afslag genomen
Mis je een afslag, dan kun je soms nog terug, maar alleen als dat veilig kan en je de eerste afslag nog niet voorbij bent. Ben je die al gepasseerd, dan rijd je door tot de volgende afslag.
Achteruitrijden en wegrijden
Achteruitrijden mag op een gewone weg, binnen en buiten de bebouwde kom, zolang je niemand hindert. Het blijft een bijzondere manoeuvre, dus je kijkt extra goed en rijdt stapvoets.
Wegrijden mag pas als je geen andere weggebruiker hindert. Geef daarbij richting aan, ook als je denkt dat er niemand aankomt.
Voorbeeldsituaties zoals bij het CBR
Situatie 1
Je rijdt rechtdoor over een parkeerterrein. Rechts komt een auto achteruit uit een vak. De ander wacht. Achteruitrijden is een bijzondere manoeuvre; jij hoeft niet te stoppen, maar houd hem wel in de gaten.
Situatie 2
Je rijdt binnen de bebouwde kom en een lijnbus geeft bij een halte richting aan om weg te rijden. Jij remt en laat de bus voorgaan. Buiten de bebouwde kom zou je gewoon door mogen rijden.
Situatie 3
Je rijdt buiten de bebouwde kom op een tweerichtingsweg de verkeerde kant op en wilt keren. Er ligt een doorgetrokken streep. Dit mag niet. Rijd door tot een plek waar de streep onderbroken is.
CBR-valkuil
Leerlingen denken dat je met de hele invoegstrook of met genoeg snelheid het recht krijgt om erin te gaan. Dat is niet zo: invoegen blijft een bijzondere manoeuvre, dus het verkeer op de doorgaande rijstrook gaat altijd eerst. Vergeet daarnaast de voetgangers niet — bij uitstappen en op parkeerterreinen tellen die net zo goed mee als auto's.
