Parkeerschijf en parkeerregels

Leer examengericht hoe de parkeerschijf werkt, wanneer je mag parkeren en hoe je parkeerverboden en speciale vakken herkent.

Bij een parkeerschijfzone mag je alleen parkeren in de aangegeven vakken of bij blauwe markering, voor een beperkte tijd en met een goed ingestelde parkeerschijf.

Andere parkeervakken zijn gereserveerd voor een bepaald voertuig of voor vergunninghouders. Kijk dus altijd of het vak voor jou bedoeld is.

Kernregel voor het examen: een parkeervak is niet automatisch voor jou. Kijk naar de kleur van de markering en naar het bord ernaast. Stilstaan om iemand te laten in- of uitstappen of om te laden en lossen mag bij al deze vakken wél.

Parkeerschijfzone

Blauwe strepen langs de vakken of een blauwe trottoirband betekenen een parkeerschijfzone, ook wel blauwe zone. Je mag daar maar een beperkte tijd parkeren, en alleen in de vakken die zijn gemarkeerd of van een blauwe streep zijn voorzien.

Bord E10: begin parkeerschijfzone

E10 — begin parkeerschijfzone. Vanaf hier heb je een parkeerschijf nodig om te mogen parkeren.

Bord E11: einde parkeerschijfzone

E11 — einde parkeerschijfzone. Vanaf hier geldt de schijfplicht niet meer.

De parkeerschijf gebruiken

  • Zet de schijf op je aankomsttijd en leg hem achter de voorruit, zodat de parkeerwachter hem kan zien.
  • Je mag de aankomsttijd in je voordeel afronden, meestal naar het volgende halve uur. Kom je om 13:35 aan, dan mag de schijf op 14:00. Kom je om 14:15 aan, dan mag hij op 14:30.
  • Staan er dagen of uren op een onderbord, dan geldt de schijfplicht alleen dan. Buiten die tijden parkeer je er zonder schijf.
  • Stilstaan mag hier zonder parkeerschijf, zolang je alleen iemand laat in- of uitstappen of laadt en lost.
Parkeerschijf achter de voorruit, ingesteld op het volgende halve uur
Zichtbaar achter de voorruit, ingesteld op het afgeronde aankomsttijdstip.

Vakken die voor een bepaald voertuig zijn

Een blauw bord met een P en een symbool eronder zegt voor wie het vak bedoeld is. Staat er een personenauto onder, dan is het vak voor personenauto's; staat er een vrachtwagen onder, dan alleen voor vrachtwagens. Hetzelfde geldt voor taxistandplaatsen.

Bord E4: parkeergelegenheid

E4 — parkeergelegenheid. Zonder onderbord of symbool mag iedereen hier parkeren.

Bord E6: gehandicaptenparkeerplaats

E6 — gehandicaptenparkeerplaats. Alleen voor houders van een gehandicaptenparkeerkaart.

Bord E9: parkeergelegenheid alleen voor vergunninghouders

E9 — vergunninghouders. Alleen bestuurders met de bijbehorende parkeervergunning mogen hier parkeren. Je ziet dit bord vooral in steden, waar de plekken voor bewoners vrij moeten blijven.

Bij al deze vakken geldt hetzelfde: parkeren mag niet, stilstaan wel. Iemand laten in- of uitstappen of laden en lossen is toegestaan. Even blijven zitten om te bellen niet, want dat is parkeren.

Wit kruis of NP

Zie je een vak of een stuk tussen twee vakken met een wit kruis erin, of met de letters NP, dan mag je daar niet parkeren. Vaak zou je anders een uitrit blokkeren.

Parkeerstrook met tussen twee vakken een wit kruis en de letters NP voor een uitrit
Een wit kruis of NP houdt de uitrit vrij: hier niet parkeren.

Parkeren onderweg: recreatie en P+R

Twee vierkante blauwe borden wijzen je naar een parkeerplaats in plaats van dat ze iets verbieden.

  • Recreatiegebied. Een blauwe rechthoek met een P en het symbool van een uitrustend persoon: hier parkeren bezoekers van het recreatiegebied.
  • P+R. Staat voor Park and Ride: je zet de auto neer en reist verder met het openbaar vervoer. Handig te onthouden als Parkeren + Rails, want daar rijden de trein, tram en metro.
Het blauwe bord voor parkeren bij een recreatiegebied naast het blauwe P+R-bord
Links het recreatiegebied, rechts P+R: parkeren en overstappen op het openbaar vervoer.
Parkeren, Stilstaan & Bijzondere Manoeuvres

Meer in dit onderwerp